Bij Anton Pieck hangen de daken altijd scheef

Tentoonstelling: Tevreden tijd, Anton Pieck. T/m 31 aug in De Hallen, Grote Markt 16, Haarlem. Di t/m za 11-17u, zo 12-17u. Inl: www.dehallenhaarlem.nl

In De Hallen in Haarlem, waar met grote letters ‘Moderne Kunst’ op de gevel staat, wordt deze zomer een groot kunsthistorisch overzicht gepresenteerd van Anton Pieck (1895-1987). Ja inderdaad, de spreekwoordelijke ‘Pieck’, wiens werk decennialang de markt van de kerst- en geboortekaartjes domineerde. Pieck illustreerde klassieke prachtuitgaven als Nils Holgersson en Alle verhalen van 1001 Nacht. Maar kwantitatief gezien is hij toch vooral ook de tekenaar van bakkersprenten, reclames en Oudhollandse taferelen waarop altijd wel ergens een spinnewebje in een hoekje zit.

Of dit in een kunstmuseum thuishoort? Karel Schampers, de directeur van het Frans Halsmuseum waarvan De Hallen deel uitmaken, ziet het natuurlijk een beetje als provocatie, maar hij zegt erbij: „In de hedendaagse kunst zie je een grote opleving van romantiek. Dat gebeurt steeds in tijden van onzekerheid en nu dus ook weer. Binnen die hele neo-romantiek past ook het werk van Pieck.”

Maar dat is natuurlijk wat al te gemakkelijk gezegd. Want als je Pieck zó brengt, wordt hij eigenlijk gepresenteerd als camp en dat is heel wat anders dan hem kunsthistorisch rehabiliteren, zoals alle aankondigingen ons beloven.

Op de tentoonstelling, die thematisch is opgebouwd, lopen vooral onvoorwaardelijke liefhebbers rond. Ze uiten desgevraagd hun liefde en bewondering voor Pieck in termen die de koren op de molen van sceptici zijn: het is zo ‘knus’, je wordt er gelukkig van om zo in een voorbije tijd gezet te worden. Iemand zegt zelfs dat het werk ook nu gemaakt zou kunnen zijn. Daarmee heeft hij overigens wel een punt, want Anton Pieck verzon zozeer zelf zijn quasi historiserende elementen dat zijn werk vanzelf tijdloos is: het heeft nooit in een tijd gepast en zal het ook nooit doen.

De tentoonstelling begint met een zaal vol ontwerpen, tekeningen en schetsen voor het sprookjespark De Efteling (begonnen in 1951). Die opdracht was de toen 56-jarige Pieck op het lijf geschreven. In sprookjes was hij reuze goed. De figuren dragen een soort van Duitse middeleeuwse kostuums (helemaal geaccepteerd als de klassieke sprookjesdracht). Eng is bij hem erg eng en oud is héél erg oud. En het unieke van De Efteling is natuurlijk dat er van alles kan bewegen. We zien Holle Bolle Gijs, die iedereen uit zijn jeugd kent. Ook in Haarlem roept hij ‘Papier hier!’ en bedankt je als je een klaarliggend propje uit de doos eronder in zijn wijd open gesperde mond gooit.

Boven hangen de tekeningen en schilderijen van de oude stadjes en begijnhoven waar Pieck zo graag kwam. Pittoresk en topografisch meestal kloppend, maar voor een monumentenbeschrijving zullen ze, hoe goed ook getekend, toch niet deugen. Daarvoor is alles te rustiek gemaakt. Onveranderlijk hangen de daken scheef, barsten de muren en zit er veel te veel gras tussen de stenen. Hoe kan dat nou toch? Pieck kon zo goed tekenen en met de landschappen uit zijn studiejaren kon hij tippen aan de beste kunstenaars van zijn tijd. Waarom kon hij het niet laten om alles te overdrijven? Dat is vragen om het stempel van ‘kitsch’. Alle takken lijken van de kronkelhazelaar afkomstig. En op de drukke taferelen voor kalenders, tijdschriften en reclames, waar hij het meest beroemd mee is geworden, staan zoveel verschillende figuurtjes en voorwerpen dat je er tureluurs van wordt en naar een uitvergroot detail snakt. Liefst niet meer dan één per wand. Maar ja, dan zou het geen echte Pieck meer zijn.

„Natuurlijk is het geen kunst”, zegt Karel Schampers. „Want een kunstenaar blijft zich steeds vragen stellen. Vernieuwt zich telkens. Dat deed Pieck niet.”

Toch is dat maar de vraag. Omdat het werk niet strikt chronologisch hangt valt het niet zo op, maar het lijkt toch of Piecks tekeningen na de oorlog steeds voller worden, een steeds grotere opstapeling van details geven. Hij gaat het knusse steeds meer aandikken. Wie zijn burgerlijke en zakelijke geschiedenis kent, en het verhaal van zijn een fractie oudere tweelingbroer Henri, kan daar wel een psychologische verklaring bij denken. Henri Pieck was ook kunstenaar maar in tegenstelling tot Anton had hij juist een voorkeur voor moderne kunst (hij was bevriend met Mondriaan) en hield hij er een losbandige levenswijze op na; hij is zelfs nog spion voor de Sovjet Unie geweest.

Antons beste werk hangt in de grote benedenzaal. Het zijn de illustraties bij de verhalen van Charles Dickens, van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf en bij liederen van Schubert. Ook hier is alles oud, lijken alle boeken die hij tekent wel in het water gelegen te hebben. Maar soms, zoals in een blauwgrijs nachttafereel waar kleine Nils Holgerson op een groot paard een stadje binnenrijdt, of daar waar een van de geesten aan Scrooge verschijnt, weet de tekenaar toch een sprookjesachtige sfeer op te roepen die precies past bij de bloemrijke taal van die boeken zoals ze in het interbellum werden uitgegeven. Die ene zaal met de originele boekillustraties rechtvaardigt Piecks plaats in het museum. En die andere zalen nemen we er dan maar bij omdat ze een cultuurhistorisch fenomeen belichten. En vooral: een commercieel fenomeen.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Hattem

In het artikel Bij Anton Pieck hangen de daken altijd scheef (2 juli, pagina 8) staat dat Hattem in Overijssel ligt. Hattem ligt in Gelderland.