Angelsaksische beloning bij Hollands geleid fonds

De top van Alpinvest kreeg vorig jaar 153 miljoen euro. Weinig, vergeleken met de concurrentie, zo luidde de verdediging. Maar hoe goed is Alpinvest vergelijkbaar met andere investeerders?

De algemeen directeur van investeringsmaatschappij Alpinvest heeft gouden vingers. Toen Volkert Doeksen tien jaar geleden nog voor Dresdner Bank in New York werkte, kocht hij tijdens het jaarlijkse Peter Stuyvesantbal in het Waldorf Astoria Hotel voor een paar dollar wat loten voor de loterij. Net als vele honderden aanwezigen. Doeksen, 35 jaar toen, won de hoofdprijs: een goudkleurige Chrysler.

Gisteren werd bekend hoeveel hij tegenwoordig verdient. Met zijn drie mededirecteuren van Alpinvest deelde hij in de boekwinsten van zijn werkgever: 112 miljoen euro. Opgeteld bij het basissalaris, gewone bonussen en winstrechten, liepen de totale inkomsten van de gehele top van Alpinvest – directie en enkele tientallen managers – op tot ruim 153 miljoen euro. Het is voor het eerst dat de investeringsmaatschappij, die in handen is van de pensioenfondsen ABP (ambtenaren, onderwijzers) en PFWZ (zorg- en welzijnmedewerkers), zo specifiek melding maakt van de verdiensten van zijn bazen.

Op de vraag of de miljoenenbeloning voor de top van hun dochtermaatschappij reëel, redelijk en terecht is, verwezen de twee aandeelhouders gisteren naar de verdiensten die Alpinvest voor de miljoenen deelnemers van de pensioenfondsen heeft gebracht. Zo’n 12 miljard euro bracht de investeringsmaatschappij sinds 2000 op, waarvan 7,4 miljard in de afgelopen drie jaar. Dat is de periode waarop de gepubliceerde winstdeling betrekking heeft.

„Zeer fors”, beaamde een woordvoerder van het ABP. „Inderdaad veel geld”, sprak zijn collega van PFZW. Maar wel verdiend, want „betaald voor uitzonderlijke prestaties”. „De beloning is gekoppeld aan de geleverde prestatie: zonder prestatie geen beloning”, stelt het ABP.

Beide eigenaren legitimeerden de beloning met een vergelijking. Allereerst met „de internationale private-equitymarkt”. In dat licht zijn de miljoenen voor Alpinvest nog bescheiden, zegt het ABP: „De kosten die aan Alpinvest betaald worden, zijn ongeveer de helft van wat in de markt gebruikelijk is.”

Dat kan kloppen: in de private-equitywereld gelden bonussen volgens de 20-2 norm: de top van een fonds krijgt 20 procent op het rendement, en 2 procent op het ingelegde vermogen.

Volgens die formule zou Doeksen cs inderdaad veel meer moeten krijgen. Alleen op het rendement zou dat al 1,5 miljard euro moeten zijn. Maar is die vergelijking met de grote buitenlandse spelers wel terecht? Bekende private-equityfirma’s als KKR en Carlyle zijn heel anders georganiseerd dan Alpinvest. Zij hebben niet twee vaste geldschieters als het ABP en PFZW achter zich, maar moeten voor elke investering de markt op om bij grote beleggers geld op te halen en de partners moeten daarbij zelf ook eigen geld inleggen. Alpinvest is zelf zo’n belegger die zijn geld inlegt in fondsen van anderen.

Vergeleken met de Angelsaksische investeringsmaatschappijen waarmee het vaak zaken doet, is Alpinvest meer een gewone vermogensbeheerder. De drie directeuren van vermogensbeheerder Optimix kregen vorig jaar een kleine 8 procent van de nettowinst uitbetaald, niet de bijna 90 procent waar de 112 miljoen bij Alpinvest op neer komt.

Vervolgens rekende het ABP uit wat Alpinvest opbrengt in vergelijking met andere beleggingen van het pensioenfonds. Wat blijkt? De private-equityinvesteerder heeft in de periode 2005-2007 een cumulatief rendement van bijna 142 procent. „Voor aandelen kwam dit cijfer uit op 82,4 procent”. Bijna 60 procent minder. Maar de beloning van de ‘gewone’ beleggingsbazen bij het ABP wijken veel meer af dan deze 60 procent. ABP-topman Dick Sluimers verdiende het afgelopen jaar, inclusief bonussen, ruim zes ton; hoofd beleggingen Roderick Munsters ruim een half miljoen.