Zo gaat Parijs zichzelf op de kaart zetten

De eerste ambitieuze plannen voor het Franse EU-voorzitterschap zijn verbleekt.

Maar er zijn nog genoeg onderwerpen waar Frankrijk een stempel op kan drukken.

Toen Nicolas Sarkozy vorig jaar de Franse presidentsverkiezingen won, beloofde hij dat Frankrijk zou terugkeren „in de boezem van Europa”.Het land was daarvan vervreemd geraakt, zoals tot uitdrukking was gekomen in het ‘nee’ waarmee de Franse kiezers de Europese Grondwet hadden getorpedeerd.

Meteen ontvouwde de kersverse president een reeks ambitieuze plannen, om de Europese samenwerking nieuw, Frans cachet te geven. Over een Mediterrane Unie bijvoorbeeld, waarin de landen rond de Middellandse Zee naar analogie van de Europese Unie hun gezamenlijke belangen zouden nastreven. Of over een speciale stuurgroep, waarin de vijftien landen van de euro hun economische politiek strakker zouden gaan coördineren. Of voor de Britse ex-premier Tony Blair, in de ogen van Sarkozy bij uitstek geschikt om de eerste, ‘vaste voorzitter’ van de Europese Unie te worden.

Maar naarmate het Franse voorzitterschap, dat vandaag ingaat, dichterbij kwam, verbleekten de plannen. De Mediterrane Unie zal gewoon ingebed worden in het bestaande EU-beleid voor het Middellandse Zeegebied. EU-sturing van de economische politiek van de eurolanden is van de baan. En of de EU op afzienbare termijn überhaupt een vaste voorzitter krijgt, laat staan dat het Tony Blair wordt, is na de Ierse verwerping van het Verdrag van Lissabon nog maar helemaal de vraag.

Door deze aanloop heeft het Franse voorzitterschap bescheidener contouren gekregen. Zo rekent niemand er nog op dat het Verdrag van Lissabon op 1 januari 2009 in werking kan treden. Dat betekent omgekeerd dat Frankrijk zich als EU-voorzitter ook minder kan bemoeien met de personele bezetting van de nieuwe functies waarin dat verdrag voorziet.

Maar het laat onverlet dat er op de Europese meerjarenagenda nog genoeg onderwerpen staan waarmee Parijs zich het komende halfjaar zou kunnen onderscheiden. De belangrijkste vier zijn:

1ENERGIE EN KLIMAAT

De EU-landen kwamen eerder overeen dat ze uiterlijk in 2020 hun uitstoot aan schadelijke broeikasgassen met 20 procent hebben verminderd. Tegelijk willen ze het aandeel duurzame bronnen in hun energievoorziening opvoeren tot 20 procent. Maar ze moeten het nog eens zien te worden over hoe ze deze doelen bereiken. Een akkoord daarover zou de positie van Europa versterken op de grote milieuconferentie die eind volgend jaar in Kopenhagen wordt gehouden. Deze opvolger van het Kyoto-protocol zou in 2012 van kracht moeten worden. Het Europese vooroverleg is gezien de grote nationale verschillen buitengewoon ingewikkeld en kan een flinke dosis brille van het voorzitterschap dan ook goed gebruiken.

2ASIEL EN IMMIGRATIE

Sinds het einde van de vorige eeuw proberen de EU-landen hun nationale regels voor asiel en immigratie beter op elkaar af te stemmen. Dat gaat moeizaam en in het beste geval stapje voor stapje. President Sarkozy heeft aangekondigd dat hij op dit terrein een flinke stap voorwaarts wil zetten. Daarmee doelde hij op Europese afspraken over gelijkschakeling van het beleid in alle EU-landen. Die zouden moeten gaan over een hardere aanpak van illegale immigratie en over betere afstemming van legale immigratie op de behoeften van de Europese arbeidsmarkt. Traditioneel zijn dit politiek gevoelige en dus lastige onderwerpen, maar de verslechterende economische context (afnemende groei, stijgende prijzen en oplopende inflatie) kan het Franse voorzitterschap welkome smeermiddelen opleveren om een akkoord te bereiken.

3DEFENSIE

Frankrijk wil de Europese defensiesamenwerking een stevige impuls geven, heeft Sarkozy aangekondigd. Hij noemt dit meestal in één adem met zijn bereidheid om terug te keren in de NAVO, de militaire commando-structuur van het Atlantische bondsgenootschap waar Parijs veertig jaar geleden uitstapte. Frankrijk streeft naar een Europese defensieorganisatie, maar andere EU-landen vrezen nodeloze overlap met de bestaande NAVO-structuur. Voor de korte termijn lijkt er voor de EU, en voor Frankrijk, dan ook niet veel meer in te zitten dan nadere afspraken over de gecoördineerde aanschaf van materieel en uitbreiding van de grensoverschrijdende opleiding en training van militairen binnen de EU.

4LANDBOUWPOLITIEK

Al zo’n vijftig jaar vormen landbouw en visserij de kern van de gemeenschappelijke Europese politiek. Het zwaartepunt daarin is het afgelopen decennium verschoven van productiesteun (die leidde tot boterbergen en melkplassen) naar inkomenssteun. Voor 2013 staat een verdere hervorming (lees: aanpassing aan de veranderende verhoudingen op de wereldmarkt) op stapel. Vooruitlopend daarop bereidt de EU een tussentijdse health check voor. Daarbij heeft Frankrijk komend half jaar het voortouw. De kern is hoeveel marktbescherming de Europese landbouw op den duur overhoudt – niet alleen om de ‘eigen’ voedselvoorziening te garanderen, maar ook om de Europese eisen aan kwaliteit en veiligheid te waarborgen. Het is geen geheim dat Frankrijk, zelf grootontvanger van Europese landbouwsubsidies, daarin opteert voor meer protectionistische accenten. De strijd zal zich toespitsen op de vraag hoever andere EU-landen bereid zijn daarin mee te gaan. Eén ding is zeker: die strijd gaat ook ná het Franse voorzitterschap onverminderd door.