Wilders slaagt voor het staatsexamen

Nieuwsanalyse

Het regende klachten over Wilders’ film Fitna en andere krenkende uitingen. Maar het was niet onnodig grievend, vindt justitie, en het is niet strafbaar.

De cartoon zou uitstekend passen in het oeuvre van Gregorius Nekschot. Het hoofd van de profeet Mohammed in de vorm van een tulband. Met een aangestoken lontje. Mohammed, de islam dus, als wandelende tijdbom. Is dat krenkend of grievend voor moslims? Zij vinden van wel. Ook het Openbaar Ministerie wil het wel grievend noemen. Of choquerend. Maar is het strafbaar?

Nee, is dan het antwoord van het Openbaar Ministerie. Want de cartoon komt voor in de film Fitna van het Tweede Kamerlid Geert Wilders (Partij voor de Vrijheid). En die is minutieus onderzocht op toelaatbaarheid en strafbaarheid. Als de cartoon zou uitdrukken: moslims als personen zijn gevaarlijk, dan was wel sprake van strafbaarheid, wegens belediging of aanzetten tot haat. Maar zoals de tekening nu is gebruikt, is dat volgens het OM niet het geval.

Kunnen groepen moslims zich dan beledigd voelen? Opnieuw: nee. Want dan zou uit objectieve aanknopingspunten moeten blijken dat de afbeelding van Mohammed symbool staat voor een groep gelovige moslims. Terwijl justitie vindt dat „in dit geval” de islam als godsdienst wordt verbeeld. Daarom is de cartoon naar Nederlands strafrecht niet beledigend.

Meer dan vijf maanden lang is onderzocht of Geert Wilders strafrechtelijk in de fout is gegaan met Fitna en uitspraken in onder meer de Volkskrant en De Pers. Het OM in Amsterdam boog zich erover, het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie van justitie, het College van procureurs-generaal, drie externe juristen en uiteindelijk minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA). Als het een ‘staatsexamen’ was voor Wilders, dan is hij geslaagd. Het OM heeft geen enkel aanknopingspunt voor vervolging gevonden. Wilders heeft binnen de marges van het Nederlandse strafrecht geopereerd.

Als het gaat om vrijheid van meningsuiting, mag in Nederland veel, blijkt uit jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europese Hof.

Hierbij is de context waarin Wilders zich uitte van belang: het maatschappelijk debat. Daarbinnen worden ruimere grenzen gehanteerd dan wanneer hij zich tot individuen had gericht of een andere aanleiding had gebruikt. Maar grenzen zijn er wel, zei het OM gisteren, en het beklemtoonde dat zijn oordeel alleen de genoemde publicaties betreft.

Het Kamerlid wil in de gewraakte uitlatingen „kennelijk” zijn ongenoegen uitdrukken over de godsdienst islam en het boek waarin die islam is opgetekend, schrijft het OM aan de tientallen individuen en groepen die aangifte hadden gedaan. Het zijn uitlatingen die veel moslims als grievend of beledigend ervaren. Maar ze worden er als groep niet mee in diskrediet gebracht. „Zijn kritiek, hoe kwetsend deze ook voor moslims zal zijn, is niet gericht op de gelovigen zelf. Zo goed als dat krachtige kritiek op het katholieke geloof in beginsel ook niet gericht is op de katholieke gelovigen als groep. Ook als Wilders de ideologie van Allah en Mohammed ‘ziek’ noemt, is dit in strafrechtelijke zin geen belediging over de groep, want er wordt geen negatieve eigenschap toegedicht aan moslims als zodanig.”

Mogen asielzoekers zich beledigd of gediscrimineerd voelen als Wilders ze bestempelt als „leugenaars en criminelen”? Nee, redeneert het OM. De uitlatingen hebben kennelijk betrekking op individuen binnen de groep asielzoekers die liegen of crimineel zijn.

Is Fitna dan geen belediging voor moslims? „Geert Wilders beledigt daarmee niet alleen moslims, maar ons allemaal”, zei Hirsch Ballin op de hoogtepunt van de opwinding erover. Dat was weliswaar een waarneming van zijn echtgenote, „maar het is een perfecte samenvatting van wat ik bedoel”, voegde hij daaraan toe.

Het OM komt tot een andere conclusie, althans in strafrechtelijke zin. Want Wilders is een politicus en die moet de ruimte hebben om politieke standpunten naar voren te brengen, luidt het oordeel. „Het gebruik van beledigende kwalificaties voor een overtuiging kan slechts een belediging over mensen inhouden indien daarbij ook conclusies ten aanzien van die mensen getrokken worden.” En dat heeft Wilders niet gedaan. Bovendien roept de film niet op tot concreet geweld tegen moslims.

Fitna, vindt justitie, biedt geen aanknopingspunten voor „aanzetten tot geweld of haat”. De film moet vooral gezien worden als kritiek op de islam en op een geloof, of het „uit geloof voortvloeiende gedachtengoed”. Dat is niet verboden. En wie kritiek uit op geloof, doet dat niet per definitie op gelovigen als groep.

Volgens het OM heeft Wilders geen grenzen overschreden. Jurisprudentie over vrijheid van meningsuiting geeft aan dat er weinig beperkingen zijn, maar ze zijn er wel. Onnodig grieven mag niet, en dat geldt ook voor politici.

Commentaar: pagina 7

Meer over debat rond Fitna nrc.nl/wilders