Werken met computer is geen oorzaak rsi-klachten

Mensen die veel met de computer werken, hebben niet meer kans op rsi dan kantoorwerkers met minder bezigheden achter de computer. Dat concludeert bewegingswetenschapper Stefan IJmker, die morgen promoveert aan het VU Medisch Centrum (VUMC).

Veruit de meeste eerdere onderzoeken wezen wel op een verband. Bijna altijd schatten deelnemers echter zelf in hoe vaak ze met computers werkten. IJmker laat zien dat zelfrapportage zeer onbetrouwbaar is. Hij verwerkte metingen van duizend kantoormedewerkers in vijf organisaties. Zij werden twee jaar gevolgd om te zien of zij rsi (repetitive strain injury) ontwikkelden.

Mensen met rsi hebben pijn aan nek, schouders, arm of pols. Jaarlijks heeft ruim een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking er last van. Dat percentage is de afgelopen jaren gelijk gebleven, al is het ziekteverzuim door rsi wel gedaald.

Vooral veel werken met de muis leek in eerdere studies tot pijn (vooral van arm en pols) te leiden, doordat continue spierspanning overbelasting en ontsteking geeft. Muisgebruik noch typen had echter invloed in IJmkers studie. Dat bleek uit registraties met een softwareprogramma. De enige lichamelijke factor die nadelig was, was tegelijkertijd bellen en de computer gebruiken.

Wel spelen psychosociale en organisatorische problemen op het werk een rol. Dit was in eerder onderzoek ook al opgemerkt. Mensen die eentonig werk hebben, weinig waardering krijgen in hun werk of er juist erg aan toegewijd zijn en doorwerken tijdens de lunch, hebben meer kans op rsi. Mensen met vier of meer risicofactoren hebben vier tot vijf keer zoveel kans op rsi.

Zoals verwacht zeiden de kantoorwerkers die rsi-klachten ontwikkelden zelf wél dat zij vaker met de computer werkten dan werknemers zonder klachten. Hoe dat kan, kan IJmker niet verklaren. „Het zou kunnen dat het een self-fulfilling prophecy is. Mensen die denken dat ze een verhoogd risico hebben, rapporteren veel computergebruik en krijgen ook rsi.”