Taakstraffen niet meer bij verkrachting

Taakstraffen mogen in beginsel niet meer worden opgelegd bij ernstige zeden- en geweldsmisdrijven. Tegelijk wordt het bestraffende karakter van taakstraffen verhoogd.

Dit schrijft minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vandaag aan de Tweede Kamer. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk als het feitelijk strafbare gedrag van minder ernstige aard is. Als voorbeeld geeft het kabinet een „opgedrongen tongzoen” die juridisch onder het ernstige misdrijf verkrachting valt. Dan moet een taakstraf bij uitzondering mogelijk blijven.

Aanleiding voor de verscherping is een onderzoek door het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de rechtspraak na een uitzending van de tv-rubriek Zembla vorig jaar. In dat programma, over taakstraffen, werd gesteld dat rechters tegen de bedoeling van de wetgever in vaak taakstraffen opleggen bij ernstige misdrijven. Ook zouden officieren van justitie tegen de richtlijnen in taakstraffen eisen, waar vrijheidsstraffen zijn voorgeschreven.

Uit het onderzoek blijkt dat Zembla zich heeft gebaseerd op onbetrouwbare gegevens. Daarvoor was de redactie tevoren gewaarschuwd. De foutenmarge was het grootst bij de ernstigste misdrijven. Zembla stelde dat voor moord, doodslag en verkrachting taakstraffen zijn opgelegd. Ook zou de rechter taakstraffen ‘stapelen’.

Uit een interne steekproef bij justitie naar 169 zaken uit 2006 blijkt dat de rechter bij moord of doodslag géén taakstraf oplegde. Bij taakstraffen voor ernstige misdrijven was dat „nagenoeg altijd” bij lichtere gevallen. In minder dan 10 procent van de gevallen blijkt de rechter te zijn afgeweken van het standpunt van parket of reclassering.

De eisen die het OM stelde, waren op een klein aantal zaken na in overeenstemming met de interne regels. In 28 van de 169 zaken legde rechter een taakstraf op, waar celstraf was geëist. Twee externe deskundigen, de hoogleraren T. Prakken en G.J. Knoops, oordeelden dat in 21 gevallen het vonnis „te billijken” was. In één zaak vonden beiden het vonnis te licht. In zes andere verschilden zij van mening. Beiden vinden wel dat de rechtbanken scherper moeten motiveren. Wat hen betreft is er „geen enkele reden tot verontrusting”.

Rapport te lezen opnrc.nl/binnenland