Shell-topman: er is geen tekort aan olie

Olie blijft nog ten minste vijf jaar duur, voorspelt het Internationaal Energie Agentschap. Volgens de olie-industrie is dat de schuld van de OPEC-landen.

De boodschap van de westerse energiemultinationals is helder: niet speculatie op de olietermijnmarkten, maar het feit dat het aanbod in de wereld de vraag niet kan bijbenen is de belangrijkste oorzaak van de extreem hoge olieprijzen.

De eerste dag van het negentiende Wereld Olie Congres in Madrid, dat elke drie jaar wordt gehouden en wordt bezocht door vrijwel alle belangrijke figuren op de mondiale olie- en gasmarkt, stond uiteraard in het teken van de olieprijzen, die gisteren nieuwe records bereikten.

De komende vijf jaar blijft olie extreem duur, voorspelt vandaag het Internationaal Energie Agentschap (IEA) van de geïndustrialiseerde landen in een rapport. Toch bestaat er volgens Shell-topman Jeroen van der Veer geen tekort aan olie. „Als ik over de olietanks in Rotterdam vlieg, dan zijn die gevuld. Er staan geen rijen auto’s voor de benzinestations”, zei hij gisteren in Madrid. Fysieke problemen bij de toelevering zijn er ook niet.

Niet speculatie is volgens hem de oorzaak van de extreme prijsstijging, maar veeleer de „psychologie van de markt” die vooruitloopt op verdere krapte. In de wereld is nauwelijks nog reservecapaciteit voor de productie. De hoge prijzen remmen de consumptie in de nieuwe markten niet. „Vijf jaar geleden hield niemand het voor mogelijk dat China en India een prijs van 140 dollar per vat zouden kunnen betalen. Dat blijkt nu dus wel te kunnen”, zei Van der Veer.

Van der Veers collega Tony Hayward van het Britse BP stak de beschuldigende vinger nadrukkelijker op naar de olieproducerende landen. Die breiden hun productiecapaciteit volgens hem onvoldoende uit. Zijn collega Antonio Brufau van het Spaanse Repsol is het roerend met hem eens. „90 procent van de mondiale oliereserves bevindt zich in landen die belemmeringen opwerpen voor investeringen van buitenlandse bedrijven”, aldus Brufau.

Van der Veer gebruikte zijn optreden op het congres om een lans te breken voor de invoering van een systeem van CO2-opslag, gekoppeld aan verhandelbare emissierechten. Volgens de Shell-topman is dit noodzakelijk wil de Europese Unie haar doelstelling voor het verminderen van de CO2-uitstoot halen. Daarbij moet de betaling voor emissierechten voor grote energieverbruikers, zoals de chemie, de papierindustrie en de cementproductie, gefaseerd worden ingevoerd, afhankelijk van de invoering van soortgelijke prijsmechanismen buiten de EU.

Shell is voorstander van verhandelbare emissierechten, verklaarde Van der Veer. Er kan echter alleen maar een prijskaartje aan de CO2-uitstoot worden gehangen als er grootschalige systemen van CO2-opslag worden ontwikkeld. Zonder zo’n opslag en een daaraan gekoppeld prijsmechanisme blijft het terugdringen van het broeikasgas een „dagdroom”, aldus Van der Veer.

Volgens de Shell-baas is het nodig dat de EU via een speciaal fonds in initiële technieken en proefvelden gaat investeren om opslag op grote schaal mogelijk te maken. Daarbij sluit hij niet uit dat de EU ook buiten de eigen grenzen, bijvoorbeeld in India en China, moet gaan investeren in opslagprojecten voor CO2.

IEA-rapport: pagina 15

Eerdere artikelen over de hoge olieprijs op nrc.nl/olie