Radicaal en toch tijdloos licht werk

Mies Bouhuys schreef talloze kinderboeken, musicals, hoorspelen en toneelstukken, maar streed ook voor mensenrechten.

Het verbaasde Mies Bouhuys enorm hoe rondom ‘dat huwelijk’ mensen gecharmeerd raakten van het koningshuis. Ze sprak zich uit tegen het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en Máxima, en was onvermurwbaar. „Zolang Maxima geen uiting geeft over de verschrikkingen van haar land, heb ik geen behoefte met haar te praten.”

De gisteren op 81-jarige leeftijd in Amsterdam overleden Mies Bouhuys schreef talloze kinderboeken, musicals, hoorspelen en toneelstukken, maar de laatste jaren van haar leven was ze vooral bekend als mensenrechtenactiviste. Ze was ruim dertig jaar voorzitter van SAAM, het steunfonds voor de Dwaze Moeders in Argentinië.

Zelf voerde ze haar politieke betrokkenheid terug op haar jeugd in Weesp, waar ze als vijfde kind van zes in een hervormd onderwijzersgezin bewust de oorlog meemaakte. „Mijn jeugd heeft alles te maken met wie ik ben en wat ik van de wereld vind. Dat geldt voor mij geloof ik meer dan voor de meeste mensen”, zei ze in 1978.

Na de oorlog trouwde ze met de dichter Ed. Hoornik. Hij had Dachau overleefd. Ook dat kleurde haar wereldbeeld. Bouhuys werd in de loop van haar leven radicaler. Dat eist de tijd, vond ze. „Je kunt niet stil blijven staan als volwassenen mens.”

Haar engagement kwam ook in haar boeken tot uiting. Ze schreef Anne Frank is niet van gisteren (1982) en bewerkte het dagboek van Anne Frank later voor toneel. Via haar studie Spaans kwam ze in aanraking met politieke vluchtelingen uit Latijns-Amerika die naar Nederland kwamen.

Met haar debuutbundel, Ariadne in Naxos, won ze in 1948 de Reina Prinsen Geerligsprijs. De gedichten werden goed ontvangen, maar zorgden toch voor minder sensatie dan het boek van de winnaar van het jaar ervoor, De Avonden van Reve. Ze verwierf vooral bekendheid met haar verhalen en versjes voor kinderen. Die verschenen aanvankelijk in het Haarlems Dagblad, later ook in andere bladen. Ze vereenzelvigde zich met het kind dat ze ooit was, het kind dat over haar schouder meekeek.

Tussen 1958 en 1968 schreef ze wekelijks een gedicht of verhaaltje over het poezenduo Pim en Pom op de kinderpagina van Het Parool – de opvolgers van Jip en Janneke. De iets oudere Annie M.G. Schmidt was verre familie van Bouhuys, daar kwamen ze laat in hun leven achter. Het grote verschil met het werk van haar achter-achternicht, zei Bouhuys, was ironie.

Mogelijk. Maar de Pim-en-Pomnibus (1969) is nog altijd een feest om te lezen, tijdloos licht en toegankelijk. Ook al weet misschien niemand meer precies wat mimosa is, het versje Mimosa doet verlangen naar een wolk ervan. Neem het laatste couplet:

Met hun kop verscholen/ in het gele pluis/ lijkt het of ze wonen/ in een zacht geel huis/ Mimimomimosa... Pim zucht: ach waarom zijn niet alle dingen mimimosa, Pom?