Pooiers hebben het ook niet makkelijk

Rapgroep Three 6 Mafia won twee jaar geleden een Oscar voor It’s Hard Out Here For A Pimp.

Ze werden wereldberoemd, en hebben nu een cd gemaakt.

Er waren eens twee pooiers die Paul Beauregard en Jordan Michael Houston heetten. Hoewel dat helemaal geen slechte pooiernam en zijn, namen ze allebei een artiestennaam: DJ Paul en Juicy J. Het waren namelijk geen echte pooiers, maar hiphopartiesten die zoals veel collega’s enthousiast de pooierpose aannamen. En met succes. In 2006 wonnen ze een Oscar voor hun pooierlied It’s Hard Out Here For A Pimp uit de pooierfilm Hustle & Flow van Craig Brewer. Het was het eerste rapnummer in de geschiedenis dat tijdens de uitreiking van de Oscars werd vertolkt.

Nu waren de pooiers wereldberoemd. Ze kwamen handtekeningen uitdelen in kledingwinkel Britain in Rotterdam en reden voor in een Hummer. Bij elk flitslicht van de fotocamera’s liet Juicy J zijn grill zien, een glimmend gebitje van edelmetaal. De 32-jarige producer 2Dope uit Rotterdam vertelde in de matig gevulde winkel dat het hoog tijd was dat de twee leden van rapgroep Three 6 Mafia uit Memphis, Tennessee internationale erkenning kregen. Hij zwaaide met een dikke stapel biljetten van 100 euro. Juicy J dacht dat het bij elkaar minstens 10.000 euro was en zei dat, als hij dat bij een optreden zou laten zien, ze hem bij de deur zouden opwachten.

Na de handtekeningensessie gaven de pooiers in een veel te klein en oncomfortabel kamertje met frisse tegenzin een interview. Het luie, door de grill heen geperste accent was nauwelijks te verstaan voor de vragensteller van nrc.next. Ze schenen een grapje te maken dat verwees naar gangfilm Menace II Society en waren overtuigd van diens gebrek aan coolheid toen de interviewer het niet begreep. Het hielp ook niet dat hij daarop zei: „Ik weet alleen nog dat er in die film heel veel geschoten werd.”

Het was de eerste keer dat de pooiers in Nederland waren. Ze waren al sinds begin jaren 90 actief als dj’s, rappers en producers maar na het winnen van de Oscar nam de aandacht voor hun muziek pas echt grote vormen aan. Ze kregen zelfs een reality soap. In MTV Cribs liet Juicy J de ligstoel bij het zwembad zien waar hij altijd met een heleboel vrouwen tegelijk voosde. Maar ze waren er nog lang niet, zeiden de pooiers. Ze wilden dat de hele wereld naar hun muziek zou gaan luisteren.

Die muziek noemden ze gangsta crunk. ‘Crunk’ – een samenvoeging van ‘crazy’ en ‘drunk’ – was het stuiterende hiphopgenre uit het zuiden dat vooral geschikt was om stripteasedanseressen uit de kleren te blazen. Opzwepende feestmuziek, dus, en daar voegden ze dan stoere machoraps aan toe, over hoeren, drugs en zwakkelingen. Een van hun hits heette Sippin’ On Some Syrup (uitgesproken als: sizzurp).

Het was een nummer over het drinken van bedwelmende hoestdrank met codeïne; gemixt met (fris)drank een populaire drug onder rappers in het zuiden van de VS. Volgens DJ Paul werkte het net als wiet en ging je ervan slapen „als een motherfucker”. Terwijl rappers blij bleven rappen over de alleen met een recept verkrijgbare hoestdrank, zouden diverse andere rappers al zijn overleden aan hun verslaving aan de ‘sizzurp’. Maar de pooiers waren toch zeker geen forensisch onderzoekers, zeiden ze in Rotterdam, en trouwens, ze zouden zelf het liefst doodgaan terwijl ze high waren.

De pooiers maakten Red Light District-muziek, vonden ze zelf. De belangrijkste attributen in de opnamestudio waren alcohol en pornoblaadjes. Natuurlijk ging het veel over drugs. En viel de politie ze daarom lastig. Maar de politie viel ze toch wel lastig, zeiden ze. Ze waren zwart en ze hadden geld. Zo ging dat. Maar ze klaagden niet. Nu hiphop uit het zuiden eindelijk succes had, hadden ze een kans om op tv te komen. DJ Paul vertelde trots dat hij op de middelbare school al gouden tanden had.

Ze waren nog dronken van het feest van de vorige avond toen ze hoorden dat ze een Oscar hadden gewonnen, omdat hun nummer zo goed had gepast bij de pooierfilm. Maar was het nou echt zo ‘hard out here for a pimp’? Juicy J zei dat hij de meisjes achter de ramen had zien zitten en dat het voor hen natuurlijk „more harder” was. Maar voor een pooier was het heus ook niet makkelijk om geld te verdienen.

Sommige mensen noemden de pooiers satanisten, omdat hun naam naar het nummer van de duivel zou hebben verwezen. Maar ze waren toevallig opgegroeid in de kerk, en ontzettend christelijk. Ook kregen ze weleens kritiek op hun meer gewelddadige teksten. Iedereen hield van geweld, dat konden zij ook niet oplossen. Ze deden er hun voordeel mee en zorgden er net als acteurs voor dat die fixatie voor geweld hun bankrekening spekte.

„Hé man, er is een recessie aan de gang”, zeiden de pooiers. Ze klonken ronduit verontwaardigd.

De cd Last 2 Walk van Three 6 Mafia is nu verkrijgbaar.