JSF-dilemma PvdA

Kritisch, zeker kritisch, maar toch ook heel voorzichtig, moet de PvdA positie kiezen in het opnieuw aanzwellende debat over de vraag of, en zo ja op welke voorwaarden, Nederland straks voor zijn luchtmacht de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) kiest als opvolger van de F-16. Want het stevige vermoeden dat het die kant op gaat, een vermoeden dat eigenlijk al bestaat sinds het tweede kabinet-Kok in februari 2002 besloot het Nederlandse bedrijfsleven te laten deelnemen in de ontwikkeling van de JSF, is de afgelopen dagen verder versterkt.

De JSF-concurrenten, Dassault, Saab en het Frans-Duitse EADS (Eurofighter), willen namelijk niet eens meedoen aan een alsnog door het ministerie van Defensie voorgesteld nader vergelijkend onderzoek. Reden: zij vinden dat de beslissing ten gunste van de JSF allang is genomen door de Nederlandse regering en voelen er weinig voor haar door middel van zo’n onderzoek te helpen aan de nodige window dressing tegenover de Tweede Kamer, in het bijzonder tegenover de kritische PvdA-fractie daar. Die fractie had eerder per motie om zo’n onderzoek gevraagd. Zij was toen misschien wel op zoek naar zulke window dressing. Het dilemma waarin de PvdA zich bevindt, is ook in dit dossier niet gering. Begin 2002 beslisten de toenmalige PvdA-leider, Kok, en zijn beoogde opvolger, Melkert, in de ontwikkeling van de JSF te gaan deelnemen. Vrij algemeen werd aangenomen dat dit voor de PvdA moeilijke kabinetsbesluit mede was genomen omdat de vakbeweging in het JSF-project mooie werkgelegenheidsperspectieven zag. Hoe dan ook: uit het kabinet lekte al spoedig dat drie ministers om uiteenlopende redenen ‘aantekening’ hadden gevraagd dat zij eigenlijk tegen deelneming in zo’n, ook nog Amerikaans, wapenproject waren. Namelijk: minister Pronk, darling van de linkervleugel van de PvdA, en de D66-ministers Brinkhorst en Van Boxtel. De laatste twee hadden liever een Europese optie gezien. Nu betekent zo’n aantekening staatsrechtelijk niets, want wie aanblijft is medeverantwoordelijk en moet aan uitvoering van zo’n besluit gewoon meewerken.

Maar niettemin, de dilemmawaarde van de kwestie was gebleken en dat werd niet minder toen de PvdA-fractie even later, nadat het tweede kabinet-Kok was afgelost door Balkenende c.s. , via haar defensiewoordvoerder Frans Timmermans, nu bekwaam in de weer als staatssecretaris Europese Zaken, zich steeds feller tegen het JSF-besluit ging keren.

Veelzeggende kop boven een artikel van zijn hand in de Volkskrant van 17 oktober 2003: ‘Nederland moet ophouden met JSF’. Hij zou die stelling, tot hij staatssecretaris werd onder het huidige kabinet, met nadruk blijven verdedigen. Hij zit straks, wanneer het kabinet besluit tot aanschaffing van de JSF, met een eigen dilemma binnen het PvdA-dilemma.

Dilemma’s genoeg dus voor de PvdA, die weet dat de SP straks klaar staat om haar inzake de JSF de oren te wassen. Zo gezien is het goed te begrijpen dat de Tweede Kamerfractie van de PvdA misschien nog wel het meest teleurgesteld is over de afhoudende reactie van de JSF-concurrenten.

Geloof maar dat Dassault, Saab en EADS dolgraag gevechtsvliegtuigen aan de Nederlandse luchtmacht zouden verkopen. Dat zij nu hun schouders ophalen zegt dus wel iets. Hoewel, als zij operationeel en qua prijs echt een redelijke kans zouden maken tegen de JSF, zouden zij waarschijnlijk anders reageren. Wat leidt tot de conclusie dat zij zelf ook wel weten dat zij achter blijven bij de JSF en er dus, gezien hun positie op de internationale markt, weinig zin in hebben om dat in een onafhankelijk vergelijkend onderzoek vastgelegd te krijgen.

In deze krant is bericht wat de zwakkere dollarkoers alsook de gestegen ontwikkelingskosten en de geschatte geringere internationale verkoop van het toestel kunnen betekenen voor de door kabinet en bedrijfsleven gemaakte arrangementen. De industrie moet straks meer terugbetalen, vindt de een. Het kabinet (de belastingbetaler) moet te zijner tijd maar meer over de brug komen, vindt de ander. PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer zei het zo: „de belastingbetaler mag er niet meer voor betalen”. Een mooi maar nog onzeker uitgangspunt, met de waarde van een nieuw dilemma.

Want wie moet daarop toezien, wie krijgt kritiek als dat onvoldoende lukt? Wouter Bos, minister van Financiën én partijleider van de PvdA.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren kan op nrc.nl/bik