Herinnering

Toen ik gisteravond de Fransman Richard Gasquet in de achtste finales van Wimbledon zag verliezen van de Schot Andy Murray, moest ik aan mijn nichtje denken. Niet omdat zij ook maar iets met tennis te maken heeft (wel met hockey overigens), maar om een heel andere reden.

Elk Wimbledon kent enkele dramatische partijen. Als je geluk hebt en toevallig even tijd, maak je zo’n partij mee. Mij was dat geluk beschoren toen ik ’s avonds thuiskwam, de BBC aanzette en nog net het tweede deel van de partij meemaakte. Gasquet had de eerste twee sets met superieur tennis gewonnen, hoorde ik, hij moest het nu nog even afmaken. Even! Daar moet je altijd mee oppassen in topsport, zoals ook Oranje-fans maar al te goed weten.

Gasquet won ook de derde set bijna, maar Murray besliste de tiebreak met enkele briljante shots in zijn voordeel. Toen was de tijger in de Schot los. Hij vocht zich helemaal terug in de partij, het publiek en zichzelf opjuttend met woeste gebaren en grimassen à la Martin Verkerk vijf jaar geleden op Roland Garros.

Het zelfvertrouwen van Gasquet kwijnde zienderogen weg, hij begon tegen de scheidsrechter te zeuren, ging een plasje doen en riep dat het te donker was geworden. Maar het was nog licht genoeg om te zien dat hij in de rally’s niet langer was opgewassen tegen Murray. Sport op dit niveau bestaat uit vijftig procent talent en vijftig procent mentaliteit. Gasquet bezweek onder de druk en verloor de laatste drie sets.

Ik zag hem de baan aflopen en dacht: dit blijft hij zich altijd kwalijk nemen, deze partij vergeet hij nooit meer, bij elke terugblik op zijn carrière komt deze teleurstelling weer bovendrijven. Zo worden kleine en grote trauma’s aangemaakt.

Hoezo?

Nu komt mijn nichtje in beeld, zij het niet bij de BBC, maar voor mijn geestesoog. Nichtje, zeg ik, maar eigenlijk is het ‘nicht’, want ze is al veertig jaar. Omdat wij haar al die veertig jaar hebben gekend, blijft het voor ons ‘nichtje’. Zij vertelde ons een dezer dagen dat ze zo vreselijk teleurgesteld was geweest toen ze onze eerste, pasgeboren baby niet had mogen vasthouden. Haar twee jaar oudere broertje mocht het wél.

Dit vreselijke onrecht was haar niet vorige week overkomen, maar 35 jaar geleden, toen ze amper vijf jaar was. Ze had de frustratie al die jaren bij zich gedragen, een litteken in haar geheugen. Ineens stak de pijnlijke herinnering, door een wending in het gesprek, even de kop op. Ze vertelde het blijmoedig, want zo is ze wel, maar toch stond ik ervan te kijken.

Teleurstellingen zijn kennelijk van roestvrij staal gemaakt. Ze zijn zelfs nog sterker dan gelukservaringen. Zo durf ik de voorspelling te wagen dat Gasquet langer aan zijn nederlaag zal terugdenken dan Murray aan zijn overwinning.

Hoe ik dat zo zeker weet? Terug naar ons nichtje. Mijn vrouw hoorde haar aan, dook in haar uitgebreide fotoarchieven en diepte twee foto’s op, genomen op dezelfde dag. Op de ene foto zit ze inderdaad met samengeknepen handjes nogal verslagen naast haar broertje dat onze baby mag vasthouden. Maar het gaat om die andere foto, iets later genomen: daar heeft ze in haar eentje wel degelijk de baby pontificaal op haar schoot.

Het verdriet onthouden we, het geluk niet.