Franse inspiratie

President Sarkozy van Frankrijk heeft zes maanden de tijd om te bewijzen dat hij kan improviseren, een vaardigheid waarmee goede politici zich onderscheiden van gewone politici. Tot vorige maand dacht Sarkozy dat hij als halfjaarlijks voorzitter van de EU de keurvorst van het nieuwe Europa zou worden. Tijdens het Franse voorzitterschap zou de EU, als uitvloeisel van het Verdrag van Lissabon, een vaste president en een soort minister van Buitenlandse Zaken kunnen aanwijzen. Frankrijk zelf droomde van een Europees defensiebeleid. Door het Ierse ‘nee’ zijn deze ambities vervlogen en moet Sarkozy zijn doelen opnieuw vaststellen. De kans dat Ierland het referendum, na een miniconcessie van de andere lidstaten, nog eens overdoet, is immers gering.

Maar de opdracht voor Sarkozy is daardoor niet minder zwaar geworden. Een gemeenschappelijker veiligheidsbeleid en een nieuwe landbouwpolitiek blijven cruciaal. Dat geldt zeker voor de meest dominante vraag waarop de EU het begin van een antwoord moet formuleren: een gemeenschappelijk energiebeleid en, daarvan afgeleid, een min of meer consistente politiek jegens Rusland.

Eind deze week beginnen de onderhandelingen over een nieuw partnerverdrag tussen de EU en Rusland. Op de periodieke topontmoeting tussen beide grootmachten, vorige week in Chanty-Mansijsk in Siberië, is de lucht een beetje geklaard. President Medvedev van Rusland liet zich van zijn diplomatieke kant zien, anders dan zijn voorganger en premier Poetin die grossierde in cynisme en omsingelingsdenken. De onderhandelingen moeten uitmonden in een raamverdrag.

In Siberië zei Medvedev dat hij open staat voor buitenlandse investeerders. Dat klinkt mooi, al spoort zijn toon niet met het feitelijke beleid. Het deels Britse olieconcern TNK/BP wordt dezer dagen juist harder aangepakt. Zelfs als Medvedev woord kan houden, dan nog moet de EU een houding ontwikkelen, met name jegens Gazprom.

Gazprom bouwt binnen Europa onweerstaanbaar een ijzersterke positie op. Het is gratuit om daar moreel verontwaardigd over te zijn. Het is niet gratuit om er een eensgezind Europees beleid tegenover te plaatsen. „Onze grootste zwakte is onze verdeeldheid. Rusland speelt ermee”, stelde de Duitse ex-minister van buitenlandse zaken, Joschka Fischer, afgelopen zaterdag in deze krant terecht vast.

Europa kan het zich niet langer veroorloven om géén gemeenschappelijk energiebeleid te voeren. Van Oost tot West wordt dat erkend. Toch gebeurt er weinig. Die discrepantie is mede het gevolg van verschillende nationale belangen. Zo proberen de Duitse en Nederlandse gasbedrijven een voet tussen de deur te krijgen bij Gazprom en deinzen de Britse concerns juist niet terug voor de confrontatie.

Deze divergentie moet worden gestopt. Er is daarvoor een precedent: de Europese Kolen- en Staalgemeenschap, die op 9 mei 1950 als idee werd gepresenteerd door Schuman, toen de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Sarkozy zou zich komend half jaar door hem moeten laten inspireren.