En zo schept ieder zijn Mondriaan

Het Nederlandse landschap was altijd al kunstmatig. Foto’s versterken dat.

Waar begint het artistieke ingrijpen in de natuur?

Het landschap is weer in de mode, omdat we het door een bedreigd Milieu moeten koesteren als de spaarlamp van minister Cramer. Duurzaam is overigens niet het eerste woord dat je te binnen moet schieten als je het over het Nederlandse landschap hebt. Integendeel. Heel Nederland is zoals we weten, en ook graag verkondigen, een schepping van Nederlanders. Alle nattige onherbergzaamheid waartoe de Natuur het land had veroordeeld, is door de bewoners in de loop der eeuwen bedijkt, drooggemalen, verpolderd, aangeharkt, vernuttigd en veraangenaamd. Bijna niets van wat 17de-eeuwse Hollandse meesters hebben geschilderd aan boompartijen, weilanden, rietkragen, bospaden, en vergezichten bestaat nog zoals zij het toen ‘naar de natuur’ hebben geschilderd. In geen land ter wereld is om allerlei redenen (oorlog, landbouwbeleid, ruimtelijke ordening, grondpolitiek, bevolkingstoename, eigenwijsheid) zo permanent en zo drastisch in de natuur ingegrepen als in Nederland.

De titel van Nature as artifice geeft dat aardig aan: het Hollandse landschap is artificieel én dubbelzinnig, het brengt vormen van gezichtsbedrog teweeg omdat je het haast onder je ogen kunt zien veranderen.

De landschapsfotografen uit wier werk is gekozen (het zijn er bij elkaar twintig, onder wie Aarsman, Kocken, Van der Meer, Princen en Zwakman) zijn geen debutanten, maar het is des te boeiender om ze bij elkaar te zien in een boek dat vijf heel leesbare, ‘algemene’ essays telt en verder korte karakteristieken van de fotograferende deelnemers. Zulke albums – vaak gedoemd tot de salontafels – moeten het hebben van een eigentijdse, liefst wat uitdagende, in het oog springende lay-out en schitterende prints. Nature as artifice stelt de lezer/kijker op die punten niet teleur.

Voor zover het Nederlandse landschap niet al te kunstmatig en dubbelzinnig was, heeft een aantal van de uitverkoren fotografen daar nog een verrassend schepje bovenop gedaan door inkadering, standpuntkeuze of met de hulp van de locatie zelf de figuratieve werkelijkheid in de buurt te brengen van non-figuratieve voorstellingen. Luchtfoto’s van piepjonge aanplant of een vers geploegd veld zijn zo nauwelijks meer te onderscheiden van abstracte schilderijen, en dat blijkt bij iemand als Gerco de Ruyter ook een welbewust, dus zeg maar een ‘artificieel’ streven te zijn.

‘De Ruyter houdt het meest van foto’s die abstract lijken maar die bij nader inzien herkenbare elementen bevatten’, lezen we in het album, en: ‘Uit de lucht gezien blijkt het Hollandse landschap in hoge mate gestructureerd te zijn, en de mooiste geometrische patronen op te leveren’.

Hier is dus sprake van artistieke ingrepen in de natuur, van fotografen die hun eigen Mondriaans scheppen, van loutere kunstfotografie. Maar waar begint die?

Ik bladerde door De schoonheid van ons land, één van vier boeken met foto’s van Cas Oorthuys die uit de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw dateren. Daar troffen me een stuk of dertig vooroorlogse, hoge (soms voor twee personen bedoelde), half door de vloed omspoelde rieten badstoelen op een volstrekt leeg strand – genomen vanaf het duin, dus net niet vanuit een vliegtuigje, maar wel hoog. Op het eerste gezicht zeker zo abstract als het veld aanplantstammetjes van Gerco De Ruyter, maar Oorthuys heeft het geen moment non-figuratief willen laten lijken, anders had hij er niet ‘Vroege ochtend aan zee’ bij geschreven. Bij hem kom je ook een plas tegen die helemaal onzichtbaar is geworden onder het wit van waterranonkelsterren, of een zwart vijveroppervlak waarin het wemelt van goudkarpers – ook al bijna abstractie geworden werkelijkheid. Maar we noemden het op z’n hoogst foto’s van een kunstgevoelige ambachtsman, niet van een kunstenaar.

Twee van de vier oude Schoonheid-van-ons-land-delen zijn herverschenen: De Steden en Het Water. Het fascinerendste eraan is natuurlijk dat ze beelden oproepen van een land dat niet meer bestaat, waar je waterkanten ziet die zijn verdwenen, spoorbruggen als artefacten, een enkele auto waarvan je je niet kunt voorstellen dat ze ooit hebben kunnen rijden, en een jonge vrouw op een zeilboot die intussen dood moet zijn, of onherkenbaar verschrompeld. Het op één na fascinerendste is de bijna consequente afwezigheid van mensen; vandaar dat die ene jonge vrouw onmiddellijk opvalt. Er is uiteraard steeds een vermoeden van levende wezens – op boten die de Nieuwe Maas afvaren, in de molens bij Lekkerkerk, ergens binnen Huize Rupelmonde aan de Vecht. Maar Oorthuys lijkt de mensen uit de weg te zijn gegaan, en liefst voor dag en dauw op stap te zijn gegaan om een strand met lege rieten badstoelen te fotografen, liever dan tot ’s middags te wachten om het er te zien krioelen van badgasten. Alsof hij vooral stillevens wilde fotograferen. In Rotterdam legde hij kades, kranen en kokmeeuwen vast als delen van een industrielandschap. Maar amper een Rotterdammer.

De wind moet bij Oorthuys altijd uit het noordwesten zijn gekomen – niet uit het zuiden, vanwaar meestal impressionistische half-scherpte binnenwoei. Al zijn horizonnen waren scherpgerand, aan vaagheid had hij een broertje dood. In het album Steden kon hij de bewoners moeilijk helemaal wegretoucheren, maar hij heeft z’n best gedaan. Kijk naar z’n gevelrij aan de Amsterdamse Herengracht, of naar de brug op de hoek van de Leidsegracht: alle huizen – als in de beroemde film van Bert Haanstra – haarscherp gespiegeld in het water, maar nergens een auto, nergens een mens. Die plekken in de stad zijn er misschien nog steeds, maar zelfs op een onchristelijk vroege zondagochtend wordt het bevrijdende zicht er op belemmerd door geparkeerde auto’s, reclameborden en woonboten – dus ze zijn er niet meer.

Zie ook: www.nederlandsfotomuseum.nl (zoekterm Oorthuys)

Maartje van den Heuvel en Tracy Metz (red.): Nature as Artifice. New Dutch Landscape in Photography and Video Art. Nai Publishers. 288 blz. € 52,–

Cas Oorthuys: De schoonheid van ons land. Deel I De Steden; Deel II Het Water. Contact, 156 en 158 blz. elk deel € 24,95