De een werd tekenaar en de ander werd spion

Paul Arnoldussen en Hans Olink: Twee broers, drie levens. Henri en Anton Pieck. Bas Lubberhuizen, 264 blz. € 29,50 ****

Altijd beschouwd worden als leuke tweeling, dat kan weleens drukkend zijn. Dan voelt de scheiding als een bevrijding. De tweelingbroers Henri en Anton Pieck geven het toe, in 1970, tijdens een gearrangeerde ontmoeting ter gelegenheid van hun 75ste verjaardag.

Dat verlangen naar een eigen identiteit zal de voornaamste oorzaak zijn van de zo verschillend verlopen levens van de twee Piecks. Beiden begiftigd met veel teken- en schildertalent, kozen ze voor verschillende wegen. Tijdens hun enige gezamenlijke reis, naar Duitsland en Oostenrijk, in 1919, traden de verschillen al aan het licht. Waar Anton gruwde van de armoede, de vunzigheid en de liederlijkheid van Berlijn, en naar huis wilde, werd Henri juist sterk door die zelfkant aangetrokken. Hun wegen scheidden. Anton werd tekenleraar, Henri spion. De beschrijving van hun parallelle levens levert een verrassend – en fraai uitgegeven – dubbelportret op, waarvoor journalist Paul Arnoldussen en publicist Hans Olink onder meer hebben geput uit het dikke ‘dossier Pieck’ dat berust bij de MI5, de Britse contraspionagedienst.

Anton koos voor zekerheid en was veertig jaar lang (1920-1960) tekenleraar op het Kennemer Lyceum in Overveen. Hij woonde op een steenworp afstand van school, zodat hij zich zelfs tijdens de schoolpauzes aan zijn kunst kon wijden. Rapportvergaderingen meed hij. Rector De Vletter (de auteurs noemen hem consequent De Vetter) vond het goed. Zijn tekenleraar zou met zijn nostalgische tekeningen internationaal furore maken.

Begin jaren dertig werd de avontuurlijke Henri als spion aangeworven door de Russen. Zijn communistische sympathieën had hij al eerder opgedaan, tijdens een bezoek aan Boedapest. Henri was vlot in de omgang en werd een van de belangrijkste informanten van de Russen. En hij leefde er ruim van. Artistiek legde hij zich toe op de toegepaste kunst: illustraties voor boeken (Pietje Bell), affiches, of werk voor internationale jaarbeurzen en tentoonstellingen.

In 1941 wordt hij door de Duitsers gearresteerd wegens het verspreiden van het illegale communistische blad De Vonk. Lange jaren breken aan. De briefwisseling met zijn optimistische vrouw Berny helpt hem. Pas na de oorlog volgt de hereniging, nadat Henri vlak voor de bevrijding van kamp Buchenwald nog aan de voltrekking van zijn doodvonnis ontkomen is door zich – met dank aan de partijgenoten – te verstoppen. Zijn motto in het kamp: ‘Ik geloof dat overzicht, vast vertrouwen, het zoeken naar schoonheid en goedheid de enige mogelijkheid is om te overleven.’

In de oorlog kruisten de levens van de broers elkaar dus weer even. Anton deed verzetswerk en Henri’s twee dochters verbleven bij ‘oom Anton’ in het rustige Overveen.

Tim Duyff