‘Das experiment’ van Glen Mills-school duurt maar voort

In Wezep worden criminele jongeren onderworpen aan een omstreden heropvoeding.

Van de minister mag het, want hij wil ferm overkomen.

Stoere taal staat tegenwoordig garant voor politiek succes. Met ferme kreten als ‘handhaven in plaats van gedogen’ kapen politici als Rita Verdonk en Geert Wilders kiezers weg bij andere politieke partijen. Wellicht is het uit angst voor electorale leegloop dat minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) anderhalve week geleden brede steun van de Tweede Kamer kreeg om nog een jaar met de Glen Mills school door te mogen gaan.

Nu hoeft stoere taal niet altijd domme taal te zijn, maar de steun voor Glen Mills tart iedere vorm van redelijkheid. Het begon al met de introductie van het programma. Zonder dat er enige wetenschappelijke publicaties over het effect van de methode bestonden, werd het idee toch door de politiek omarmd, en kon Erika Terpstra in 1999 de eerste Glen Mills school in Wezep openen. Er bestonden weliswaar publicaties over het effect van verwante methoden, de zogenaamde ‘correctional boot camps’, maar daarvan waren de resultaten negatief. Toch werd in het regeerakkoord van Balkenende II Glen Mills genoemd als voorbeeld waar het met de jeugdzorg naartoe moet.

Een merkwaardige voorbeeldfunctie van een instituut dat sinds de opening geregeld het nieuws haalde vanwege spanningen onder het personeel en klachten over ‘te losse handjes’. In 2003 noemde de Apeldoornse Courant deze spanningen symptomatisch voor wat zich daar in ‘de Hel van de Veluwe’ afspeelde.

Wellicht was dit nog te billijken geweest als het programma bijdraagt aan een effectieve bestrijding van criminaliteit. Maar dat doet het niet. De onthullende slotconclusie van het evaluatierapport (2004) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) luidde namelijk dat „het programma slechts in beperkte mate zal leiden tot vermindering van crimineel gedrag.”

Eind 2007 kwam het WODC met recidivecijfers van ex-Glen Mills pupillen. Het bleek dat er onder hen een recidive percentage van 78 bestond. Beduidend hoger dan de 58,3 procent onder degenen die van andere justitiële jeugdinrichtingen afkwamen. De onderzoekers stelden wel dat, gegeven het profiel van de Glen Mills leerling, dit percentage niet veel hoger lag dan ze op basis van hun voorspellingmodel verwachtten. Niettemin toont het aan dat de meerwaarde van Glen Mills ten opzichte van de reguliere jeugddetentie nihil is. Bovendien staat het in schril contrast met de 25 procent recidive die Glen Mills zelf altijd opvoert.

Dan was er ook nog het onderzoek (2007) van de inspecties van Jeugdzorg en Onderwijs waarin werd geconstateerd dat de Glen Mills school „een matig risico heeft op een onveilig leef-, behandel- en werkklimaat voor de jongeren en voor het personeel van de inrichting en de daaraan verbonden school.” Toch een hoge prijs voor een programma dat niet effectiever is dan andere programma’s.

Deze formeel geformuleerde conclusie van het rapport krijgt meer inkleuring als je het zwartboek leest dat SP-Kamerlid Krista van Velzen samenstelde aan de hand van gesprekken met (oud-)studenten, (oud-)medewerkers en ouders van studenten. De pupillen van de Glen Mills kregen een structureel slaaptekort opgelegd – nachten van 3 tot 5 uur kwamen vaak voor. Ze moesten soms zelfs dagen lang met gestrekte benen zittend de vloeren van het waslokaal schrobben, of voor straf dagenlang in een douche zitten.

Deze misstanden worden verklaard door de groepsstructuur op Glen Mills. Die is gebaseerd op een hiërarchisch systeem dat zeer machtsgevoelig is en doet denken aan het Stanford Prison Experiment (1971) van de psycholoog Philip Zimbardo. Daarin werd een groep van 24 studenten willekeurig opgesplitst in een gevangenen- en een bewakersgroep. De laatste groep werd verantwoordelijk gesteld voor het runnen van de ‘gevangenis’. Het liep al snel uit de hand. De ‘bewakers’ schrokken er niet voor terug om de ‘gevangenen’ te folteren.

Gelukkig besloot Zimbardo het experiment na zes dagen stop te zetten. Het Glen Mills experiment gaat helaas nu zijn tiende jaar in.

Marcel Zuijderland heeft filosofie en culturele antropologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.

Hoe werkt een Glen Mills school precies? Meer info is te vinden via nrcnext.nl/links