Boslaan omgetoverd tot rijk van uitgestorven dieren

Tentoonstelling Lustwarande 8: Wanderland. T/m 28 sept. Park de Oude Warande, Tilburg. Inl. www.fundamentfoundation.nl

De organisatie is vele malen kleiner en bescheidener dan Sonsbeek. Directeur Chris Driessen, van stichting Fundament, organiseert al zo’n vijftien jaar lang, met een mager budget en een piepkleine staf, kwalitatief hoogwaardige tentoonstellingen in de Brabantse openlucht. Eerst in het Bredase domein Wolfslaar, maar sinds acht jaar in het barokke lustpark De Oude Warande, aan de rijke noordrand van Tilburg. Dankzij een uitstekend internationaal netwerk, grote bevlogenheid en het geloof in de kunstenaars, slaagt het kleine Fundament er keer op keer in om belangwekkende namen te trekken voor een openluchttentoonstelling die tot de beste van Nederland hoort. Het labyrintische park De Warande – met zijn schitterende beukenbossen, spiegelvijvers en bemoste wallen – speelt uiteraard voor een deel een rol in dit succes.

Vijfentwintig kunstenaars doen mee aan Lustwarande 8: Wanderland, en net als bij de vorige edities in 2004 en 2000, toen internationale coryfeeën als Louise Bourgeois, Michelangelo Pistoletti en Anish Kapoor een dialoog aangingen met werk van veel onbekendere collega’s, verrast ook deze keer de mengeling van bekend en onbekend. Zo zijn er gearriveerde, al oudere kunstenaars als Paul McCarthy, Suboth Gupta en Miroslaw Balka, jonge rising stars als Jonathan Meese, Brian Griffiths en Vincent Olinet, maar ook vrijwel onbekend aanstormend talent, zoals de Zeeuwse Maartje Korstanje, die vorig jaar net naast de Prix de Rome greep, de Duitse Gereon Krebber en de Vlaamse Bart van Dijck.

In het geval van Korstanje is dat verschil in ervaring niet merkbaar. Zij tovert met één grandioos gebaar een van de centrale lanen van de Oude Waranje om tot een rijk voor uitgestorven dieren.

Ook Gereon Krebber slaagt erin iets toverachtigs uit een vijver omhoog te laten komen. Hij blies ballonnen op, omwikkelde ze met tape en ‘beeldhouwde’ zo een rudimentair aanhangsel dat buigt en knikt, maar dat nu nog – zolang de lucht in de ballonnen vers is – fier overeind staat.

Het thema van deze editie van Lustwarande is ruim en tóch toegespitst. Driessen signaleerde – terecht – dat veel jonge beeldhouwers tegenwoordig gebruik maken van vergankelijke materialen. Papier, karton, lucht, afval gevonden tussen de vuilnisbakken – alles kan gebruikt worden. Beeldhouwers van nu hanteren net zo lief de lijmkwast als hun collega’s vroeger de beitel – en dat doen ze met soms furieuze drift, zoals David Bade, die een geschift huishouden tussen de bomen opstelde en ophing. De Indiase Suboth Gupta zocht het juist in goedkope potten en pannen, bestek en servies, dat aan elkaar werd gelast en ‘gekneed’ als klei. Zo ontstond een soort spaceshuttle op het centrale grasveld van de Warande.

Behalve op materiaal selecteerde Driessen ook op thema. De beeldhouwkunst – maar ook de schilder- en videokunst – is doordrongen van een hang naar het groteske, het abjecte, het onderbewuste. Strips, reclame, sprookjes, gothic, neopunk – het heeft allemaal de weg naar de kunst gevonden. Ook in Tilburg duiken daarom strijders uit het buitenaardse tussen de bomen op (Jonathan Meese), heeft Laura Ford wasberen in daklozen veranderd, en laat de Koreaanse Ham Jin een piepklein bosvolk tussen de takken leven.

Het goede van Lustwarande 8 is echter dat de thematische invalshoek van Driessen niet per se leidt tot expressionistische figuratie.

Ook minimalistische beeldhouwers als Miroslaw Balka, Renato Nicolodi en Jeppe Hein komen aan bod met monumentaal minimalistisch werk. Balka plaatste het indrukwekkendste en tegelijkertijd eenvoudigste beeld: twee van binnen zwart geschilderde containers die in een hoek van 90 graden met elkaar zijn verbonden. Ga naar binnen en sla de hoek om, als je durft.