Blauwe plekken alleen in de repetitieperiode

Het Tilburgse gezelschap T.R.A.S.H. maakt ‘blauwe-plekkendanstheater’.

Op Julidans gaat de nieuwe voorstelling íSA in première.

„Doe maar vanaf de solo knuffelbeertje”, zegt Kristel van Issum in de danstudio in Tilburg. Knuffelbeertje? De kleine donkere danseres Tegest Pecht Guido stoot dierlijke oerklanken uit het diepst van haar keel uit. Ze krijgt tussen de stuiptrekkingen door nauwelijks de teksten uitgesproken. Over hoe eenzaam ze is. De liefde die maar niet wil lukken. En dat bloed, haar Afrikaans bloed, goed is.

Dit is het universum van het gezelschap T.R.A.S.H. Rauwe, dynamische punkdans, ook wel te omschrijven als ‘blauweplekkendanstheater’. De zeven dansers vallen in de nieuwe voorstelling íSA snoeihard op de vloer, ze gooien en smijten met elkaars lichamen. „De blauwe plekken zijn er alleen mondjesmaat in de repetitieperiode”, zegt Van Issum, „het lijkt een heftige chaos op toneel, maar iedere gevaarlijk ogende beweging is tot in detail geregisseerd. We gaan er juist altijd prat op geen blessures te hebben.”

Het contrast tussen de voorzichtig naar woorden zoekende theatermaakster en haar gewelddadige universum kan niet groter. Van Issums voorstellingen gaan over lastig te verwoorden onderwerpen als het morele vacuüm waarin de samenleving zich volgens haar bevindt. „Ik zoek steeds de fysieke risico’s op. Dat heeft te maken met de leegte die zich aan de mens opdringt, ik vind die gewelddadig. Er heerst een morele bewusteloosheid, een morele stilte. Eén druk op de knop en de wereld blaast zichzelf op. In ons werk dringt zich telkens opnieuw die leegte en angst op. íSA gaat over het zinloze en het onproductieve, maar ook over de roes en de extase.”

De naam T.R.A.S.H. is een verwijzing naar die zinloosheid en de wegwerpcultuur waarin we volgens het gezelschap leven. Afkomstig uit de ondergrondse rockscene van Tilburg, begon theaterwetenschapper Kristel van Issum in 2001 samen met componist Arthur van der Kuip en decorontwerper Paul van Weert performances te maken. Ze experimenteerden in een fabriek, aanvankelijk zonder publiek, maar in 2005 werd hun voorstelling een hit. Net als File for Chapter 11, een jaar later. De voorstellingen sloegen zo goed aan dat T.R.A.S.H. nu internationaal gecoproduceerd wordt door het Festival de Marseille en het nieuwe Festival Antartica van Productiehuis Brabant.

Tijdens de repetitie in het witte decor van hun studio wisselen de dansers vaak van identiteit en rol met behulp van pruiken. Teksten (‘why am I not special for you?’) gulpen als kreten omhoog uit lichamen. In elke hoek kronkelt een danser, kleedt zich om, of gaat een duet aan.

Aan de zijkant van de dansvloer zitten een violiste, een cellist en een countertenor. Ze zingen en spelen live hedendaagse klassieke muziek van componisten Arthur van der Kuip en Jeroen Strijbos. Van der Kuip zegt over de weldadige muziek: „Ik breng de middeleeuwse muziek uit de lage landen in verband met compositietechnieken uit de twintigste eeuw. De muziek biedt, omdat het zo’n contrast is met wat er op de vloer gebeurt, de nodige troost.”

Omdat ze weleens te horen kregen dat hun theatervorm wel erg extreem en overdonderend was, is er in íSA nu ook ruimte voor verstilling. Kristel van Issum: „De voorstelling gaat uiteindelijk over identiteit, de essentie van het mens-zijn. En over datgene waarop we in ons leven geen grip krijgen. Er is een link met het rijk der doden, de onderwereld of een soort vergetelheid. Ik put uit de levens en achtergronden van de dansers. Al die beelden en teksten geef ik vorm in een voorstelling. Eigenlijk ben ik geen choreograaf of regisseur. Ik ben eerder een beeldenmaker.”

Julidans,1 t/m 12 juli. Info: julidans.nl. T.R.A.S.H. is te zien op 8 en 9 juli in theater Bellevue.