Andere clafoutis

Voor een ronde ovenschaal van 25 cm doorsnede:500 gram kersen, gewassen 30 gram geblancheerde amandelen 10 gram bittere abrikooskernen3 dl volle melk2 zakjes vanillesuiker 20 gram roomboter en iets extra3 eieren80 gram suiker70 gram patentbloemsnufje zout1 biologische citroen1 eetlepel Kirsch (facultatief)20 gram amandelschaafsel

Deze clafoutis is anders omdat een deel van de bloem vervangen is door geraspte amandelen en de kernen van abrikoospitten die resteerden na het maken van abrikozenjam (zie gisteren). Vervang de abrikooskernen desnoods door geblancheerde bittere amandelen. Maar het aardige van de abrikooskernen is nu juist dat ze vallen onder het hoofdstuk ‘restverwerking’; hun geprononceerde smaak heeft zeer veel inbreng in de smaak van deze clafoutis.

Vet de schaal in met boter. Verwijder de steeltjes van de kersen en doe de kersen in de schaal. Rasp amandelen en geblancheerde abrikooskernen fijn in een amandelraspje of maal ze anderszins zo fijn mogelijk. Breng de melk aan de kook, draai het vuur uit en laat vanillesuiker en 20 gram boter in de hete melk smelten.

Klop eieren en suiker tot de suiker is opgelost. Klop bloem, zout, gemalen amandelen en abrikooskernen erdoor en tot slot de melk en de Kirsch. Rasp de schil van een halve citroen erbij en giet het beslag over de kersen. Bestrooi het oppervlak met amandelschaafsel en zet de clafoutis in het midden van een op 220 graden voorverwarmde oven. Verlaag de temperatuur na 2 minuten tot 200 graden en bak de clafoutis 30 minuten. Draai de oven uit en laat hem nog 15 minuten doorgaren in de gesloten oven. Serveer de clafoutis lauwwarm of op kamertemperatuur. Drink er zoete muskaatwijn bij.

Florine Boucher

Morgen: filetto di tachino