Weer andere abrikozenjam

Voor 4 ½ jampot:1 kg ontpitte abrikozen500 gram fijne tafelsuiker4 limoenen

Ieder jaar probeer ik bij de jams voor mijn wintervoorraad een andere ondertoon aan te brengen zonder de smaak van de vruchten onrecht aan te doen. Limoen doet wonderen voor de tere abrikoos. Wat het bepalen van de dikte van de jam betreft tijdens het inkoken, dat is een zeer persoonlijke zaak. Zelf vind ik jam die zich na afkoeling soepel laat smeren het prettigst.

Mijn jamkokende buurvrouw, gewaardeerd lid van mijn marmeladeclubje, zegt altijd dat jam voldoende dikte moet hebben om er de krant bij te kunnen lezen.

Bereiding: Halveer de abrikozen, wip de pitten eruit en snijd de abrikozen in smalle wigjes. (Kraak de pitten, haal de kernen eruit, blancheer ze enkele minuten, verwijder de bruine vliesjes en bewaar de lichtbittere kernen voor een nagerecht waarvan het recept binnenkort volgt.)

Schil 4 flinterdunne repen van de schil van een limoen af; pers de limoenen vervolgens uit. Laat de suiker in een ruime, lage pan, samen met een halve dl water en het limoensap smelten op half hoog vuur en laat de siroop vervolgens inkoken tot zich grote luchtbellen vormen. Roer de abrikozen en de limoenschilletjes erdoor en breng alles al roerend weer aan de kook.

Laat de massa circa 15 minuten onder nu en dan roeren doorkoken; temper desnoods het vuur tegen het spetteren zodra de jam op dikte komt. De kooktijd is afhankelijk van de hoeveelheid vrijgekomen vocht van de abrikozen en die wisselt nogal. Druk grote stukjes abrikoos fijn met een vork. Er moet een vrij gladde jam met samenhang worden verkregen.

Giet de jam over in met kokend water uitgekookte jampotten (deksels meekoken) en sluit ze af. Zet ze 10 minuten op hun kop zodat verdwaalde bacteriën op het deksel worden gedood door de hete jam. Zet de potten weer rechtop en laat ze afkoelen. Plak een etiket op de pot voorzien van datum en vruchtensoort.

FLORINE BOUCHER

Morgen: Andere clafoutis