Vredelievend voetbal

De wedstrijden van het Nederlands elftal tijdens het gisteren afgesloten Europees kampioenschap voetbal werden door gemiddeld 7,4 miljoen tv-kijkers bekeken. Het Europees kampioenschap van Spanje werd ook gevierd door Catalanen en Basken, die in het verleden meestal hoopten op succes voor de tegenpartij. Zwitsers hielden opeens van het Nederlands elftal nadat supporters de straten en pleinen in Bern oranje hadden gekleurd en hadden veranderd in „Amsterdam aan de Alpen”, zoals het persbureau Reuters memoreerde. Voetbal, gewoonlijk gesublimeerde polarisatie op een groen veld tussen witte krijtlijnen, kan dus massa’s op de been brengen en tegelijkertijd tegenstellingen overbruggen.

Als het EK 2008 ergens succesvol in was, dan was het in het tot stand brengen van vreedzame coëxistentie, ook al wilden de Oostenrijkers niets liever dan winnen van Duitsland en hadden de Polen met dit buurland ook nog een rekening te vereffenen. Buiten de stadions bleken supporters in hun nationale uitdossing verdraagzaam voor anders gekleurden en erbinnen zaten supporters van diverse nationaliteiten naast elkaar zonder op de vuist te gaan. De respectievelijk 550 en 560 arrestaties die de Zwitserse en Oostenrijkse politie in drie weken verrichtten, zijn goed beschouwd geringe aantallen in verhouding tot de honderdduizenden die in de organiserende steden de omzet van de lokale horeca een aanzienlijke impuls gaven. Het heeft wellicht gescheeld dat Engeland er niet in was geslaagd zich voor het toernooi te plaatsen.

Mede dankzij de arbitrale leiding, die in het algemeen van hoog niveau was, waren er ook op de velden zelf betrekkelijk weinig uitwassen te bespeuren. Het geringe aantal rode kaarten, drie (tegen vijf in 2004, tien in 2000 en zeven in 1996), duidt daar ook op. Terwijl de tv-camera’s in hun registratie genadelozer waren dan ooit. Zij het niet onbeperkt. De enkele supporter die het veld wist te betreden met verkeerde bedoelingen, werd op last van de Europese voetbalorganisatie UEFA buiten beeld gehouden.

Dit tekent de te grote macht die dergelijke private instituten hebben gekregen. Een bewijs daarvan is ook het verbod voor lokale ondernemers om binnen een bepaalde straal rond een stadion reclame te maken voor merken die door de UEFA als concurrerend werden beschouwd voor de sponsors van het toernooi. Minder concessies van gemeentebesturen bij hun drang om een dergelijk evenement naar hun stad te halen, zijn dan ook gewenst.

Intussen beraadt de UEFA zich op de mogelijkheid om het EK vanaf 2016 nog groter te maken door het aantal deelnemende landen van 16 naar 24 uit te breiden. Te hopen valt dat voorzitter Platini en zijn medebestuurders, die hierover in september een besluit nemen, dat voornemen niet uitvoeren. Het toernooi is al groot genoeg. Meer deelnemers betekent dat het gemiddelde niveau alleen maar omlaag zal gaan en dat het aantal oninteressante wedstrijden, waarvan de uitslag er niet toedoet, zal toenemen. Daar zit de voetballiefhebber niet op te wachten.