U bent moslima? Dan kunt u beter uit beeld

Twee moslima’s mochten niet samen met Barack Obama in beeld verschijnen.

Het incident illustreert het diepe onbegrip tussen Arabieren en Amerikanen.

U bent moslima? Dan kunt u beter uit beeld. Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Barack Obama heeft er goed aan gedaan zich te verontschuldigen tegenover de twee jonge vrouwen met een hoofddoek die onlangs tijdens zijn bijeenkomst in Detroit niet achter het podium mochten zitten. In geen enkele presidentscampagne behoort een dergelijke onbeschaamde onverdraagzaamheid te worden geduld.

Ook politiek heeft hij verstandig gehandeld, omdat hij zowel de Arabische als de moslimgemeenschap in Amerika van zich dreigde te vervreemden. Deze hebben een aanzienlijke omvang in de ‘sleutelstaten’.

Ondanks Obama’s persoonlijke excuses blijven de kwesties die dit incident belicht echter onopgelost: hoe verschillend kun je eruitzien om toch nog als Amerikaans te worden beschouwd? En welke invloed heeft de rol van de VS in het buitenland op de verschillende gemeenschappen in eigen land?

In zijn toespraak over het rassenthema heeft Obama aangetoond dat hij lastige problemen aankan. Kan hij dit ook aan? Dat zal niet eenvoudig zijn. De aanpak van de discriminatie tegen Arabische en Amerikaanse moslims, die sinds 11 september 2001 sterk is toegenomen, vergt meer dan alleen een verhaal over de hoop en de dromen van burgers met een verschillende etnische en godsdienstige achtergrond. Dit vergt ook inzicht in de vraag waarom de Amerikaanse rol in het Midden-Oosten zo anders wordt gezien door de mensen die daar wonen dan door de meeste Amerikanen.

De hoofddoek raakt de kern van dit vraagstuk. De redenen dat vrouwen er een dragen kunnen godsdienstig, sociaal en/of politiek zijn. De godsdienstige redenen behelzen onder meer een openbare verklaring van vroomheid. Sociaal dragen veel vrouwen hem als uiting van zedig gedrag. Ook kunnen vrouwen zich vaak dankzij de hoofddoek gemakkelijker van het traditionele platteland naar de stedelijke markteconomie en het publieke domein bewegen.

De politieke nadruk op de islamitische identiteit sinds de jaren zeventig is ontstaan in de moslimlanden zelf, maar is ook duidelijk gevoed door Amerika, bepaalde Arabische regeringen en Israël. Zo bevorderden deze landen islamitische bewegingen in bijvoorbeeld Afghanistan, Jordanië, Egypte en Palestina, als tegenwicht tegen communisten of nationalisten.

Tot hun verdriet zijn de islamitische bewegingen veel betere organisatoren gebleken dan de seculiere groepen van links tot rechts. Jonge mensen die hartstochtelijk de wereld wilden veranderen en popelden om hun maatschappij te hervormen, zagen de moskee als de enige arena waar hun stem werd gehoord.

Toch bedekken veel moslima’s hun hoofd niet. Mijn achternaam betekent sluier, maar ik heb nooit reden gezien er een te dragen. Bijna niemand in mijn familie deed dat. Mijn reactie op andere vrouwen die er een droegen liep uiteen van onrust over hun behoefte om zich anders te voelen, tot verdraagzaamheid en eerbied mits het gebruik niet werd opgelegd.

Niet iedereen is even verdraagzaam. De hoofddoek roept een wirwar van emoties op, niet alleen in Amerika maar ook in Europa, vooral in Frankrijk en Turkije.

Het is een beangstigend idee dat de vrijwilligers in de campagne van Obama van de leiding te horen zouden hebben gekregen dat er niemand met een hoofddoek zichtbaar diende te zijn. Nog veel verontrustender zou het zijn geweest als hun dit niet verteld had hoeven worden.

Het wordt tijd om in te gaan tegen de discriminatie van Arabieren en moslims in Amerika, zodat miljoenen zich thuis kunnen voelen in wat voor velen inmiddels hun land van herkomst is. En het is van wezenlijk belang meer inzicht te krijgen in de rol van Amerika in het Midden-Oosten zoals die wordt ervaren door de mensen die daar wonen. Politiek is dit op het ogenblik misschien niet het verstandigste. Maar het zou wel juist zijn.

Nadia Hijab is verbonden aan het Institute for Palestine Studies en auteur van het boek ‘Womanpower: the Arab Debate on Women at Work’.

Lees alles over het incident op het politieke blog van de New York Times via nrcnext.nl/links