Robeco-reeks opent met dans

Dans Music Meets Dance, door Nationale Ballet, Nanine Linning, Amsterdam Sinfonietta. Gezien: 28 juni, Concertgebouw Amsterdam. www.robecozomerconcerten.nl.

Met een dansprogramma, Music Meets Dance, gedanst door het Nationale Ballet en dansers van Nanine Linning, opende zaterdag de reeks Robeco Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw. Bij zo’n titel mag Tsjaikovski niet ontbreken, dé balletcomponist van de negentiende eeuw, en ‘themacomponist’ van de honderd zomerconcerten die in het Concertgebouw worden gegeven.

Amsterdam Sinfonietta liet onder leiding van Candida Thompson de Elegie uit Serenade voor strijkers in C opus 48 warm en vol klinken, en met Pieter Wispelwey op cello kreeg ook de Nocturne in d een gloedvolle uitvoering. Daarnaast klonken een lichtvoetige Haydn, Celloconcert in C: Finale, en een bewogen Sjostakovitsj, Tweede Strijkkwartet: Ouverture, als toepasselijke omlijsting van drie choreografieën, waaronder het vermaarde videoballet Live (1979) van Hans van Manen.

Opnieuw bleek hoe levend Live is. Hoewel het in deze zaal niet in optima forma te bewonderen was: veel toeschouwers moesten als bij een tenniswedstrijd heen en weer schakelen tussen de live videoprojectie en de danseres, viel er nog genoeg te genieten. Het optreden van Igone de Jongh bijvoorbeeld, die zich dit ballet heeft eigen gemaakt en er opnieuw in schitterde. Of de nieuwe lading die de verhouding tussen de jonge vrouw en cameraman Henk van Dijk heeft gekregen: anders dan in 1979 is er een duidelijk generatieverschil. Doordat de grote, karakteristieke danser Nicolas Rapaic met dit optreden een punt zette achter zijn podiumcarrière, kreeg het conflict tussen De Jongh en hem iets extra definitiefs – een mooi afscheid.

In haar titelloze gelegenheidswerk deed choreografe Nanine Linning alles precies andersom. Verplaatst de dans zich in Live van binnen naar buiten, bij Linning waren de dansers eerst buiten te zien, op een vooraf opgenomen film. In een vijver op het Museumplein rolden ze langzaam om hun as, begeleid door de rusteloze strijkersklanken van Fratres van Arvo Pärt.

Daarna betraden de zes in het wit geklede dansers de zaal via het middenpad, zich met woeste duiken een weg naar het voor de gelegenheid gebouwde toneel banend. Ook daar was Linnings werk het tegenovergestelde van Van Manens gecontroleerde, precieze bewegingstaal. De jonge choreografe liet haar dansers schijnbaar ongeremd rennen, vallen, rollen en zwenken. Het moet een enorm gebonk zijn geweest voor de musici in de orkestbak.

Dan was het duet uit Van Manens Variations on a theme of Frank Bridge (Britten), gedanst door De Jongh en Alexander Zhembrovskyy, geschikter voor deze presentatie: helder en exact, expressief zonder loze gebaren. Dat oogt beter, dat klinkt beter.