Rabo barst van het jonge talent

Lars Boom deed voor het eerst mee aan het NK wielrennen bij de profs.

Het verbaasde bijna niemand dat het multitalent ook gewoon won.

Amateurs kijken naar het peloton bij het NK met een grote Rabo-vertegenwoordiging. Foto Eric Brinkhorst NK Wielrennen. Amateurs kijken naar profs.. foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Juichend vielen Rabodirecteur Harold Knebel en ploegleider Erik Dekker elkaar in de armen op de Kuiperberg, vlak nadat Lars Boom op schitterende wijze Nederlands kampioen wielrennen op de weg was geworden. Niets stalorders, gewoon de beste renner die in de finale concurrent Niki Terpstra afschudt, ploeggenoot Koos Moerenhout achterhaalt en in de laatste kilometer de wedstrijd in zijn voordeel beslist. Een Brabants multitalent van 22 jaar, lid van de opleidingsploeg, wereldkampioen tijdrijden bij de beloften en wereldkampioen veldrijden bij de profs. „Goede kampioen”, glunderde Knebel. „Hij zal overstappen naar de profploeg, misschien komen we al op korte termijn met nieuws.”

De titel van Boom, in zijn eerste nationale wegkampioenschap bij de profs, was naast zijn eigen verdienste ook het zoveelste bewijs dat de jeugdopleiding van de Raboploeg volop rendeert. Eerder braken de toptalenten Thomas Dekker (23) en Robert Gesink (22) stormachtig door uit de opleidingsploeg van Nico Verhoeven. Na het stoppen van toprenners als Michael Boogerd en Erik Dekker lijkt het Nederlandse wielrennen een gouden toekomst te wachten.

Maar nog niet in de komende Ronde van Frankrijk. Geen van de drie jonge Raborenners staat aanstaande zaterdag aan de start in Brest. Terwijl het Nederlandse wielrennen snakt naar Toursucces. „Dat komt wel”, verzekerde Knebel. „Wij bouwen een team op voor de toekomst.”

De avond voor het NK roemde de ex-bankier, die dit jaar Theo de Rooij opvolgde als directeur van de wielerploeg, de jeugd ook al bij de voorstelling van de Tourploeg. „Ik vind het zeer inspirerend om met jonge renners te werken. Ik voel me als een vis in het water.” Maar vervolgens was zijn vooruitblik een opsomming van problemen. Wat betreft de oorlog tussen Tourorganisatie ASO en internationale wielerunie UCI en de dopingproblematiek zag Knebel enig licht in de tunnel. Maar dan nog wacht deze week de uitspraak van de rechter in de zaak-Rasmussen. Als blijkt dat de ploegleiding wist dat de Deen loog over zijn verblijfplaats voor de Tour van 2007, trekt Rabobank zich terug als sponsor. En er blijft commotie rond de samenstelling van de Tourploeg.

Dat Boom en Gesink niet naar Frankrijk zouden gaan, was lang van tevoren zo gepland. Boom richt zich na een trainingsstage op het NK tijdrijden eind augustus. Gesink zal in de Vuelta zijn debuut maken in een grote ronde. Minder logisch lijkt het dat Thomas Dekker, gisteren in het land van schilder Ton Schulten keurig 26ste in het voorste deel van het peloton, niet is geselecteerd voor de Tour. „Zijn conditie is onvoldoende”, herhaalde Knebel voor het NK zijn eerdere verklaring. „We begrijpen dat onze beslissing hard is aangekomen en we vinden het jammer voor heel wielerminnend Nederland.”

Vorig jaar was de jonge Noord-Hollander, die al Tirreno-Adriatico (2006) en de Ronde van Romandië (2007) won, als debutant direct uitblinker in de Tourcols. Na een sterk voorjaar leek hij dit jaar als Nederlands boegbeeld de opvolger te kunnen worden van zijn vriend Boogerd. Maar vanaf eind april ontstonden irritaties tussen kopman en ploegleiding. Ondanks het nieuwe beleid, met een sterk geïntensiveerde begeleiding, ging het mis in de communicatie. ‘Rennerregisseur’ Erik Dekker slaagde er blijkbaar niet in de regie te houden over zijn jonge naamgenoot. Ook na diens afstappen twee dagen voor het einde in de Ronde van Zwitserland was er helemaal geen contact meer. Afgelopen dinsdag hoorde Dekker dat hij niet mee mocht naar de Tour. In het NK-weekeinde kreeg hij van de ploegleiding ook nog een hotelkamer apart van de rest van de ploeg.

Vanaf 1996 heeft de enige Nederlandse ProTour-ploeg als doelstelling om met Nederlandse renners op te vallen in de Tour. De ritwinst van Boogerd was het eerste hoogtepunt. Twee jaar later deed de Hagenaar mee met de echte toppers: vijfde in het eindklassement. Dagsuccessen van Leon van Bon, Erik Dekker (in 2000 liefst drie keer), Karsten Kroon en Pieter Weening volgden. Met de zege van Boogerd op La Plagne (2002) als onbetwistbaar hoogtepunt. Vanaf dat jaar stelde de hoofdsponsor zich openlijk een hoog doel: geel in Parijs. Dure buitenlandse kopmannen als Levi Leipheimer en Denis Mentsjov haalden de top-10. In 2007 leek het doel eindelijk te realiseren toen Michael Rasmussen de laatste bergrit won en riant aan de leiding stond. Uitmuntend gesteund door Mentsjov, en vooral door Boogerd en Thomas Dekker. Tot het moment dat de Deen door zijn eigen werkgever uit de wedstrijd werd gehaald omdat hij had gelogen over zijn verblijfplaats in juni.

„Of er sinds vorig jaar veel veranderd is”, herhaalt ploegleider Erik Breukink in het sjieke hotel in Lattrop de vraag. „Dat is een open deur.” Of dat komt door directeur Knebel, die als buitenstaander in het profwielrennen met zijn nieuwe aanpak bij sommigen in de ploeg weerstanden oproept? De oud-renner zwijgt diplomatiek. Liever praat hij over het sportieve aspect van de Tour. „Mentsjov is de leider, Freire gaat voor een etappe.” Maar of het contract met beide buitenlandse toppers wordt verlengd, kan hij niet vertellen. Voor de Nederlandse renners rest waarschijnlijk een rol in de schaduw. „Als Mentsjov het goed doet, zullen zij weinig ruimte krijgen.”

En Thomas Dekker? Hij mag naar de Ronde van Spanje. „Dat is een logische gedachte voor een renner die dit jaar nog geen grote ronde heeft gereden.” Dus wellicht schitteren de drie toptalenten in laatste weekeinde van augustus: Dekker en Gesink in de Vuelta, Boom op het NK tijdrijden. Maar niet in de Tour.