Over lepelaars en weinig effectieve mosselbanken

De Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) pleit voor het scheppen van een steviger natuurgebied met moerasontwikkeling in het Markermeer IJmeergebied (NRC Handelsblad, 24 juni). Daarin heeft hij groot gelijk. Als er iets nodig is in dit gebied, is het wel een ecologische oppepper. Met zijn mager onderbouwde kritiek op de Europese natuurregels loopt Van Poelgeest echter het gevaar oude schoenen weg te gooien voor hij nieuwe heeft. Zonder Europese regels zou de achteruitgang van de biodiversiteit nog schrijnender zijn. Mede aan deze regels hebben we te danken dat de schadelijke kokkelvisserij is gestopt, dat de lepelaar en de purperreiger het weer goed doen en de kraanvogel weer broedt in Nederland. Tevens wordt de achteruitgang van de door Van Poelgeest vermaledijde kuifeend enigszins afgeremd. Ook andere dieren en planten profiteren van het Europese beleid, net als de mens die hierdoor kan blijven genieten van bijzondere natuur, en daar vaart de recreatiesector wel bij.

Het is duidelijk dat Amsterdam bij zijn buitendijkse dromen last heeft van deze regels. Als Van Poelgeest echter werkelijk wat wil doen voor de natuur, moet hij keihard investeren in ecologische verbeteringen die zoden aan de dijk zetten, zoals de voorgestelde moerasplannen. Daarmee wordt de natuur robuuster en komt er eerder ruimte voor andere plannen. Tot die tijd zouden de bouwdromen wat getemperd moeten worden. Instandhoudingregels voor kuifeenden, tafeleenden en nonnetjes in het IJmeer staan zo`n benadering niet in de weg. Sterker nog, deze vogels profiteren er waarschijnlijk van.

    • Kees de Pater