Oppositieleider Maleisië vlucht naar ambassade

De Maleisische oppositieleider Anwar Ibrahim is gevlucht naar de Turkse ambassade in Kuala Lumpur nadat de politie een onderzoek is begonnen naar beschuldigingen dat hij sodomie heeft gepleegd met een mannelijke assistent. Functionarissen van zijn partij zeiden dat Anwar anonieme doodsbedreigingen heeft ontvangen.

Anwar ontkent de beschuldiging en zegt dat ze verzinsels zijn om hem in diskrediet te brengen. Hij zegt dat de beschuldiging van een 23-jarige assistent zijn verzonnen om zijn politieke wederopstanding te blokkeren, nadat de oppositie een grote overwinning boekte bij de parlementsverkiezingen in maart. Een alliantie van oppositiepartijen won toen 82 van de 222 zetels in het huis van afgevaardigden.

De regeringspartij UNMO, die sinds 1957 aan de macht is, leed toen een grote nederlaag. Niet alleen grote delen van de Chinese en Indiase minderheden stemden toen op de oppositie, ook veel Maleise aanhangers van de regeringspartij deden dat. Sindsdien is er grote onrust in de Maleisische regering. Anwar zegt dat hij genoeg steun in het parlement heeft om de regering naar huis te sturen, maar dat hij op het juiste moment wacht.

Anwar werd in 1998 op beschuldiging van corruptie en sodomie gevangengenomen. Anwar heeft altijd volgehouden dat de beschuldigingen politiek gemotiveerd waren. De veroordeling voor sodomie is later vernietigd. Hoewel Anwar in 2004 werd vrijgelaten, zorgde zijn veroordeling voor corruptie ervoor dat hij geen politieke functie mocht bekleden tot 15 april 2008.

Volgens Anwar verzint de regering nu dezelfde beschuldigingen als in 1998. Premier Abdullah Badawi ontkent dat de regering de beschuldigingen heeft verzonnen.

Anwar zei afgelopen weekeinde tegen het BBC-programma Newshour: „Ik zoek persoonlijke bescherming omdat ik vrees voor mijn veiligheid als ze me arresteren. Ik wil niet weer mishandeld en bijna vermoord worden als ik in hechtenis zit.” (BBC, AP)