Onbegrip in zorg over tegenhouden van fusie

Het kabinet verhinderde op aandringen van de Kamer een fusie van twee zorginstellingen en een woningcorporatie. „Hoe kun je zo marktwerking stimuleren?”

Een „regelrechte verarming” voor cliënten, noemt zorgbestuurder Marleen Barth de geblokkeerde megafusie in de zorg. Vrijdag maakte het kabinet bekend dat woningcorporatie Woonzorg Nederland niet mag samengaan met de zorginstellingen Evean (gehandicapten) en Philadelphia (ouderen).

Juist de unieke samenwerking tussen een woningbouwcorporatie en twee zorginstellingen had volgens Barth hele interessante kleinschalige voorzieningen voor ouderen en zieken kunnen opleveren. Neem dementerende ouderen. Hun toestand verslechtert snel als zij hun vertrouwde woning moeten inruilen voor een verpleeghuis. „De fusiepartners hadden er nu juist voor willen zorgen dat deze mensen langer thuis kunnen blijven wonen met goede ondersteuning”, zegt Barth.

Het is een onverwachte reactie van de voormalige vakbondsvrouw van PvdA-huize die nu voorzitter is van GGZ-Nederland, de brancheorganisatie voor de geestelijke gezondheidszorg. Barth noemt het kabinet en de Kamer „onterecht wantrouwig” en „inconsequent”. „Hoe kun je nu marktwerking stimuleren in deze sectoren en tegelijkertijd fusies tegengaan?”

Het was de Tweede Kamer die in mei van dit jaar het kabinet in een motie vroeg de fusie te blokkeren van de nieuwe combinatie Espria. Het initiatief kwam van CDA-Kamerlid Jan de Vries en werd gesteund door PvdA, SP en GroenLinks. Zij vrezen dat de schaalvergroting de keuzevrijheid van cliënten verkleint, dat er een te grote afstand komt tussen bestuur en werkvloer en dat de zorg alleen maar verslechtert.

CDA’er De Vries reageerde vrijdag opgelucht op het nieuws dat minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) haar bevoegdheid gebruikt om de megafusie te blokkeren. Hij is blij dat het kabinet van plan is bij fusies in de zorg strengere criteria op te stellen voor bereikbaarheid, zeker als het gaat om spoedeisende hulp. Hij vindt het ook positief dat het kabinet de stem van cliëntenraden bij voorgenomen fusies zwaarder wil laten wegen. Maar nog altijd hoopt hij op een fusietoets speciaal voor de zorg. Het kabinet laat die optie nog door de Raad van State onderzoeken.

Ook de PvdA is verheugd. „De samenklontering van zorginstellingen kost veel tijd en energie. Onderzoek heeft nog niet aangetoond dat cliënten erop vooruitgaan”, zegt een PvdA-woordvoerder.

GroenLinks noemt het kabinetsbesluit verstandig. Volgens Kamerlid Kees Vendrik (GroenLinks) zijn zorginstellingen benauwd voor de toekomst waarin ze meer risico moeten dragen. „Daarom gaan ze fuseren, maar dat levert alleen maar meer bureaucratie op.”

Vendrik verbaast zich over de rol die het CDA speelt als het gaat om marktwerking in de zorg. In het verkiezingsprogramma van de partij wilde het CDA de zorg nog radicaler liberaliseren dan de VVD. Nu neemt een Kamerlid van het CDA het voortouw om een fusie te stoppen die volgens Vendrik voortvloeit uit de ingezette marktwerking. „Niemand bij het CDA wil nog herinnerd worden aan dat extreme verkiezingsprogramma. Ook premier Balkenende doet alsof zijn neus bloedt en laat het maar lopen. Voor hem en Klink telt alleen nog maar het gematigder regeerakkoord.”

Bijna alle politici zijn het er inmiddels over eens dat kleinschalige voorzieningen in de wijk de voorkeur hebben boven logge verpleeg- en verzorgingshuizen. De kernvraag is dus of een organisatie met een omzet van 1,4 miljard euro en 38.000 werknemers deze kleinschalige zorg kan bieden.

In antwoord op Kamervragen over de fusieplannen liet staatssecretaris Bussemaker (Volkgezondheid, PvdA) eerder weten dat een „geleidelijke en voorzichtige aanpak mogelijk is”, die recht doet aan de belangen van de zorg en de volkshuisvesting. Maar later zei ook zij niet op voorhand gecharmeerd te zijn van grote organisaties.

Fusiespecialist Hans Schenk van de Universiteit van Utrecht denkt dat klein- en grootschaligheid niet kúnnen samengaan. „Het is een illusie dat dit soort conglomeraten kleinschalige zorg kunnen bieden. Doorgaans zijn er geen synergievoordelen voor ondernemingen die niet op elkaars markten actief zijn”, aldus de hoogleraar economie.