Lichtinstallaties met sfeer van verval

Projectie ‘Onschuld’ van Elise van der Linden op het plafond van een stijlkamer in kasteel Het Nijenhuis Foto Elise van der Linden Linden, Elise van der

Tentoonstelling Elise van der Linden, ‘Schijnsels van tijd’, t/m 24 augustus in Kasteel Het Nijenhuis, Heino / Wijhe. Inl.: 0572 – 388188 / www.museumdefundatie.nl. Di-zo 11-17u.

Musea waar niemand komt, zijn de mooiste musea, verzuchtte W.F. Hermans ooit en verbaasde zich er vervolgens over dat hij er zelf ook nooit kwam.

Misschien komt het doordat sommige musea zo afgelegen liggen. Wie vanaf Zwolle het boemeltje naar Heino neemt en dan de bossen in loopt, vindt daar Kasteel Het Nijenhuis. Op een gemiddelde vrijdagmiddag is het er doodstil, zowel binnen als buiten. De suppoost loopt om half vijf met me mee naar buiten om een sigaretje te roken en de boel dicht te doen. Er komt toch niemand meer. Het is vermoeiend om een hele dag binnen te zitten, biecht hij op. Dat is te begrijpen. Behalve eenzaam is het binnen ook een beetje donker. Maar in die donkere stilte komt wel de huidige tentoonstelling tot zijn recht.

Elise van der Linden (1983) is een jonge kunstenaar met een hang naar het verleden. In de collectie van Het Nijenhuis bracht ze zes lichtinstallaties onder die een sfeer van verval en nostalgie oproepen. Ze bedekte een reeks stoelen met een witte lap, als een stofhoes, waarop ze plantenornamenten projecteert die de meubels overwoekeren. In het donkere tussenkamertje ernaast staan lege hutkoffers. Door een schijnsel van golven lijken ze te dobberen in zee. Als je erin kijkt, tuur je in een eindeloze zwarte diepte.

Het Nijenhuis is een Middeleeuws kasteel dat eeuwen lang werd bewoond door adellijke geslachten. Gelegen in een prachtige tuin ademt het landgoed de rijkdom van weleer. Van der Linden houdt van die sporen van voorbije glorie, soms zwelgt ze er een beetje in. Op het beschilderde plafond van ‘de engelenkamer’ projecteert ze vlinders en groeiende barsten, verderop staat een kastje met een bruidssluier waar licht op dwarrelt. Een barstend plafond, een sluier zonder bruid – Van der Linden lijkt geen moeite te hebben met vette clichés.

Nostalgie en clichés in de kunst zijn een beetje listig – het is toch de bedoeling dat kunstenaars iets nieuws verzinnen. Of er op zijn minst een goede show van maken. Dat laatste doet Van der Linden met de computeranimatie Ozon. De film draait in de donkere, oude bibliotheek en toont een landschap bij ondergaande zon. De lucht is rood, de natuur dor en zanderig, de soundtrack bestaat uit pianogepingel dat eerder een film uitluidt dan aankondigt.

Ja inderdaad, denk je als kijker, de wereld is eindig, wij zijn slechts zeepbellen, en gaan allen roemloos ten onder. Wie met een bedrukt gemoed de bibliotheek verlaat, ziet om de hoek van de deur de al even donkere Zondvloed hangen, een prachtig klein doekje van Jozef Israels. Ooit vol passie geschilderd hangt het er nu stil te wachten of er nog wat nageslacht komt kijken.

Niet alle werken van Van der Linden zijn even geslaagd maar, ze functioneren wel. Dat wil zeggen: ze kleuren je kijk op de rest van het museum. Via haar blik wordt de ooit moderne zitkamer een plek voor verstomde gesprekken. Het imposante trappenhuis van nepmarmer is nu de hangplek van een suppoost. De portrettenzaal met geschilderde rijkelui in hun mooiste zeventiende-eeuwse kragen – nu allemaal dood en vergeten.

Via de buitententoonstelling van beeldhouwer Adri Verhoeven, wiens abstracte stenen in het uitgestrekte grasveld ook iets eenzaams krijgen, loopt de bezoeker terug richting het station van Heino. In de verste verte is er geen verkeer of levende ziel te bekennen.

Hermans had gelijk. Dit zijn de mooiste musea.