Klein café zoekt uitweg via terras of bararium

Kleine kroegbazen staan morgen voor de rechter. Op dag één van het rookverbod eisen zij ontheffing. Maar het staat nog niet vast dat ze omzet zullen derven.

„Was ich noch zu sagen hätte, dauert eine Zigarette”, klinkt het even voor middernacht in cafés en clubs overal in het land. De klassieker Gute Nacht, Freunde is vaste prik op de ‘afscheidsfeestjes’ die aan de vooravond van het rookverbod in de horeca worden georganiseerd.

Als het aan de kleine horecaondernemer ligt, is het laatste woord over het rookverbod nog niet gezegd. Ruim vierhonderd kroegbazen eisen morgen in kort geding een uitzondering voor kleine horecazaken. Zij vrezen oneerlijke concurrentie en omzetdaling, omdat zij geen plaats hebben voor een aparte rookruimte. Bijna 30 procent van de Nederlanders rookt – en in de horeca ligt dat percentage beduidend hoger.

Dat de omzet daalt, is niet zeker. De uitkomsten van onderzoeken lopen sterk uiteen.

De kroegbazen beroepen zich op onderzoeken van horecabrancheorganisaties uit Europese landen waar het rookverbod al van kracht is. Zo zouden in Engeland 14.000 pubs de deuren hebben moeten sluiten. In Ierland zou de omzet gemiddeld met 15 procent zijn gedaald.

Minister Klink van Volksgezondheid (CDA) schermt met onderzoeken die de negatieve gevolgen weerspreken. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie worden zelfs positieve resultaten gemeten. Zo zou het horecabezoek in Italië en Noorwegen zijn toegenomen sinds het rookverbod.

Geen reden tot zorg, concludeert Klink. Eerder zei hij geen uitzonderingen te willen maken, om ‘ongewenste tweedeling’ in de horeca te voorkomen. Het rookverbod, dat personeel een rookvrije werkplek moet garanderen, geldt daarom ook voor eenmanszaken en besloten clubs zonder personeel, zoals studentenverenigingen. Daar wordt immers ook tegen betaling drank verstrekt.

Klinks voorganger Hoogervorst (VVD) toonde zich wel gevoelig voor de zorgen van de uitbaters. Op advies van Koninklijk Horeca Nederland (KHN) maakte hij een uitzondering voor alle horeca, toen hij in 2004 de rookvrije werkplek gelastte. KHN noemde een rookvrij café kleiner dan 100 vierkante meter „niet levensvatbaar”.

Inmiddels steunt KHN het rookverbod, ook in kleine cafés. Net als Klink hanteert de brancheorganisatie het motto ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Ze bepleitte vorige week met succes om roken in feesttenten te verbieden. Juist om oneerlijke concurrentie tegen te gaan.

KHN heeft wel begrip voor de kleine horecaondernemers, zegt de woordvoerder. „Het wordt voor die groep heel moeilijk.” Hij schat dat kleine horecazaken het komende half jaar 5 tot 10 procent omzet derven. Maar, zegt hij, dat zal wel bijtrekken.

Hoe het uitpakt, blijft ongewis zolang niemand weet hoe de consument op het rookverbod reageert. Blijven rokers thuis? Hoewel cafés vermoedelijk niet beter gaan ruiken – in het buitenland klagen horecabezoekers over de geur van zweet en verschaald bier – is het aannemelijk dat niet-rokers weer opgelucht ademhalend naar het café tijgen.

Kleine horecaondernemers kunnen ook nog winst boeken op het terras. Daar mag worden gerookt, mits de bovenkant of ten minste één zijde open is. Dankzij terrasverwarmers is er buiten nog een wereld te winnen, verontruste geluiden over hoge CO2-uitstoot en geluidoverlast ten spijt.

Er zijn meer oplossingen. Zo gelast café Pacific Park in Amsterdam elk uur een rookpauze in. Het personeel verlaat de zaal, zodat rokers een sigaret kunnen opsteken.

Het is de vraag of Klink deze uitleg van het rookverbod toestaat. Eerder keurde hij een ‘bararium’ in Deurningen af. Een afgesloten rookruimte mag van de wet wel, een afgesloten barruimte niet.

Commentaar: pagina 7