Israël wil ruilen met Hezbollah

Het Israëlische kabinet heeft ingestemd met een gevangenenruil met de Libanese fundamentalistische beweging Hezbollah. Israël zal onder anderen een van zijn meest beruchte gevangenen (een Libanese moordenaar die tot levenslang was veroordeeld) vrijlaten in ruil voor de lichamen van twee soldaten. De ontvoering van dat Israëlische tweetal in juli 2006 werd de aanleiding voor een maand durende, felle oorlog van Israël tegen Hezbollah.

Volgens de Israëlische premier Ehud Olmert hebben de twee soldaten, Ehud Goldwasser en Eldad Regev, hun gevangenneming niet overleefd. Maar Olmert vindt dat zijn land morele verplichtingen heeft. „Al sinds onze jeugd leren we dat we geen gewonden achterlaten op het slagveld en dat we geen soldaten in gevangenschap laten zonder het uiterste te doen om ze te bevrijden.”

Israëlische critici van de gevangenenruil zeggen dat het een aansporing zou kunnen zijn voor fundamentalistische bewegingen om Israëlische soldaten gevangen te nemen. Ook wekt de ruil de indruk dat het niet meer nodig is om die soldaten vervolgens in leven te houden.

De ruil, waarvan nog onduidelijk is wanneer die plaats zal vinden, werd bereikt door een Duitse bemiddelaar onder de vlag van de Verenigde Naties. Israël zal verder de lichaamsdelen terugkrijgen van omgekomen soldaten uit de oorlog van 2006. Ook zal Hezbollah informatie geven over wat er is gebeurd met de verdwenen Israëlische piloot Ron Arad, die in 1986 neerstortte in Libanon. Israël zal in totaal vijf Libanese en een onbekend aantal Palestijnse gevangenen vrijlaten en enige tientallen lijken van omgekomen Hezbollahstrijders overdragen.

De ophef in Israël draait vooral om de vrijlating van de Libanese moordenaar Samir Kantar die tot levenslang is veroordeeld. In 1979 heeft hij in het noorden van Israël drie Israëli’s vermoord: een politieman, een 28 jaar oude man en zijn vier jaar oude dochter. De moeder, die zich verborgen hield en toekeek, verstikte per ongeluk haar tweejarige dochter toen ze probeerde te voorkomen dat die het uitschreeuwde. (Reuters, AP)