Het raadsel van Toengoeska

Was de ontploffing in Toengoeska (Siberië) in 1908 de inslag van een meteoriet, de test van een klimaatwapen of een manifestatie van de futurist Chlebnikov?

Herdenking van de ontploffing, honderd jaar geleden, in Krasnojarsk. Foto Tijs van den Boomen Boomen, Tijs van den

Vannacht om 14 minuten over één was het precies honderd jaar geleden dat de aarde werd geraakt door de grootste meteoriet uit de moderne geschiedenis. Of was het toch een aardbeving, een komeet, een ufo of misschien wel de ontploffing van een muggenzwerm met een omvang van vijf kubieke kilometer? Er zijn inmiddels meer dan honderd theorieën over wat er op 30 juni 1908 gebeurde in de Siberische streek Toengoeska. Feit is dat de ontploffing tot in Nederland te zien was. Drie nachten lang was de hemel zo zilverlicht dat je buiten een boek kon lezen.

Heden ten dage zou er onmiddellijk een mediacircus op gang komen, maar in 1908 – in kosmische termen slechts een split second geleden – had de wereld wel wat anders aan haar hoofd dan een explosie in een gebied dat vier tijdzones achter Moskou ligt. Pas na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie werden plannen gesmeed voor een expeditie en in 1927 bereikte Leonid Koelin het epicentrum. Dat hij op ground zero was, leidde hij af uit het patroon waarin de omgevallen bomen lagen – naar schatting tachtig miljoen exemplaren gingen tegen de vlakte. Maar de verwachte krater ontbrak. Tot de Tweede Wereldoorlog zocht hij naar resten van de meteoriet. Zonder resultaat.

Sovjetgeleerden experimenteerden in de jaren zestig met modellen van lucifers en berekenden dat er op vijf tot zeven kilometer hoogte een meteoriet moet zijn ontploft. Maar het gebrek aan bewijs blijft ruim baan geven aan nieuwe speculaties en theorieën. Een van de recentste is dat het ‘Toengoeska-fenomeen’ een experiment was van de Servisch-Amerikaanse uitvinder Tesla die een klimaatwapen testte. Het fenomeen vond ook zijn weg naar boeken, games en films, het speelt onder andere een rol in de nieuwe Indiana Jones-film.

Afgelopen weekeinde herdacht Krasnojarsk, de hoofdstad van de regio waarvan Toengoeska onderdeel is, het honderdjarig jubileum. Behalve twintig Russische kunstenaars nodigde Sergej Kovalevski, de conservator van het plaatselijk museum, het Rotterdamse kunstenaarscollectief Observatorium uit om voor deze gelegenheid een werk te maken.

Op weg naar het museum zie ik het knaloranje platform van het Observatorium al van verre staan: een gekanteld huis zonder wanden dat bestaat uit boekenkasten, een bed en een schrijftafel. Met een losse ladder kun je er bovenop klimmen om alleen te zijn met de Siberische hemel en je eigen gedachten en theorieën over Toengoeska vast te leggen. De resultaten worden verzameld op drie lessenaars in de Leninzalen: voor het eerst bieden deze zalen ruimte aan de eigen inbreng van Russische burgers.

Ondertussen wordt de theorie van de ontplofte meteoriet steeds sterker. Deze maand claimde een Italiaans onderzoeksteam in Scientific American dat het een krater heeft gevonden op tien kilometer van ground zero. De Amerikaanse geoloog John Hagstrum ondersteunde de meteorietthese zonder voorbehoud op het congres dat dit weekeinde tegelijk met de tentoonstelling plaatsvond. Maar er was daar niet alleen plaats voor harde wetenschappers, ook sociologen, filosofen en kunstenaars voerden het woord.

Curator Sergej Kovalevski wees erop dat uitgerekend in 1908 het futurisme zijn intrede deed in de Russische poëzie. Filoloog Vadim Rabinovitsj liet met behulp van gedichten van Chlebnikov zien dat alleen vanuit het niets iets kan worden geschapen en dat je daarvoor je eigen woorden moet verzinnen. Zou het niet zo kunnen zijn dat de futurist Chlebnikov destijds met zijn ‘tijd-, taal- en ruimtewetten’ de wereld opnieuw vorm wilde geven? In Zangezi schrijft hij: ‘En als ze zeggen: jij bent een god, / Zeg dan woedend: liegebek! / God komt amper tot m’n voeten! / Heb ik soms hielen aan m’n nek? / Ta-ta! / Vluchtende luchten / Mensen, gesmolten als ijs. / En verder en voort gaat de reis. / In woeste galop / Jakkert, jaagt – hoor: / Klopperdeklop – / De wereldknikker door.’