Het ene talent is het andere niet

Toptalent Lars Boom, die gisteren het NK won bij de profwielrenners, wordt door zijn ploeg gekoesterd. Voor de iets oudere Thomas Dekker geldt het tegendeel.

Lars Boom, wereldkampioen veldrijden en Nederlands kampioen op de weg, richt zich nu op het NK tijdrijden in augustus. Foto Cor Vos Ootmarsum - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - NK Wielrennen Elite - Lars Boom (Rabobank) - foto Wessel van Keuk - Carla Vos - Cor Vos ©2008 Vos, Cor

Juichend vielen Rabodirecteur Harold Knebel en ploegleider Erik Dekker elkaar in de armen op de Kuiperberg, vlak nadat Lars Boom op schitterende wijze Nederlands kampioen wielrennen op de weg was geworden. Niets stalorders, gewoon de beste renner die in de finale concurrent Niki Terpstra afschudt, ploeggenoot Koos Moerenhout achterhaalt en in de laatste kilometer de wedstrijd in zijn voordeel beslist. Een Brabants multitalent van 22 jaar, lid van de opleidingsploeg, wereldkampioen tijdrijden bij de beloften en wereldkampioen veldrijden bij de profs. „Goede kampioen”, glunderde Knebel. „Hij zal overstappen naar de profploeg, misschien komen we al op korte termijn met nieuws.”

De titel van Boom, in zijn eerste nationale wegkampioenschap bij de profs, was naast zijn eigen verdienste ook het zoveelste bewijs dat de jeugdopleiding van de Raboploeg volop rendeert. Eerder braken de toptalenten Thomas Dekker (23) en Robert Gesink (22) stormachtig door uit de opleidingsploeg van Nico Verhoeven. Na het stoppen van toprenners als Michael Boogerd en Erik Dekker lijkt het Nederlandse wielrennen een gouden toekomst te wachten.

Maar nog niet in de komende Ronde van Frankrijk. Geen van de drie jonge Raborenners staat aanstaande zaterdag aan de start in Brest. Terwijl het Nederlandse wielrennen snakt naar Toursucces. „Dat komt wel”, verzekerde Knebel. „Wij bouwen een team op voor de toekomst.”

Dat Boom en Gesink niet naar Frankrijk zouden gaan, was lang van tevoren zo gepland. Boom, na zijn wereldtitel veldrijden ook sterk in Olympia’s Tour, richt zich na een trainingsstage op het NK tijdrijden eind augustus. Gesink, dit seizoen al uitblinker in Parijs-Nice en de Dauphiné, zal in de Vuelta zijn debuut maken in een grote ronde. De ploegleiding heeft voldoende aanleiding om optimistisch te zijn over de toekomst van de jonge toppers.

Maar het ene talent is bij Rabo het andere niet. Waar Boom en Gesink zich in alle rust verder mogen ontwikkelen, krijgt Thomas Dekker niet de kans om in de Tour een volgende stap naar de top te maken. „Zijn conditie is onvoldoende”, herhaalde Knebel bij de presentatie van de Tourploeg aan de vooravond van het NK. „We begrijpen dat onze beslissing hard is aangekomen en we vinden het jammer voor heel wielerminnend Nederland.” Gisteren eindigde Dekker in het land van schilder Ton Schulten gewoon als 26ste in het voorste deel van het peloton. „Het ging wel goed”, was alles wat hij kwijt wilde.

Vorig jaar was de jonge Noord-Hollander, die al Tirreno-Adriatico (2006) en de Ronde van Romandië (2007) won, als debutant direct uitblinker in de Tourcols. Na een sterk voorjaar leek hij dit jaar als Nederlands boegbeeld in de Tour de opvolger te kunnen worden van zijn vriend Boogerd. Maar vanaf eind april ontstonden irritaties tussen kopman en ploegleiding. Ondanks het nieuwe beleid, met een sterk geïntensiveerde begeleiding, ging het mis in de communicatie. ‘Rennerregisseur’ Erik Dekker slaagde er niet in de regie te houden over zijn jonge naamgenoot. Na diens afstappen twee dagen voor het einde in de Ronde van Zwitserland was er helemaal geen contact meer. Vorige week dinsdag hoorde Dekker dat hij niet mee mocht naar de Tour. In het NK-weekeinde kreeg hij van de ploegleiding een hotelkamer apart van de rest van de ploeg. Een breuk tussen Rabo en Dekker lijkt onvermijdelijk.

Vanaf 1996, met de ritzege van Michael Boogerd, scoort de Raboploeg met Nederlands succes in de Tour. Vorig jaar schitterden Boogerd en Thomas Dekker als helpers van Michael Rasmussen, voordat de Deen door zijn eigen werkgever uit de wedstrijd werd gehaald omdat hij had gelogen over zijn verblijfplaats in juni. Sindsdien is alles anders bij Rabo, waar bankier Knebel de opvolger werd van de opgestapte directeur Theo de Rooij. Zonder Dekker vertrekt de ploeg naar de Tour met buitenlandse kopmannen. „Mentsjov is de leider, Freire gaat voor een etappe”, zei ploegleider Erik Breukink, die overigens nog niet kon vertellen of het contract met beide buitenlandse toppers wordt verlengd. Voor de Nederlandse renners rest waarschijnlijk een rol in de schaduw.

Het Nederlandse wielerpubliek moet wachten op de toptalenten uit eigen land. Hoewel een kenner als Boogerd graag had gezien dat Gesink nu al zou starten, kiest de jonge klimmer met trainer Louis Delahaye voor een planning zonder Tour om over vier jaar aan de top te staan. Boom, die zich als weinig anderen kan richten op een eendagswedstrijd, zal zich verder moeten ontwikkelen als klimmer. En Dekker? Hij mag van ploegleider Breukink straks naar de Vuelta. „Dat is een logische gedachte voor een renner die dit jaar nog geen grote ronde heeft gereden.”