Grijze leugens

In een scène van de komische serie ‘The Office US’ kijkt een vrouw in de camera en zegt: „Hij zegt altijd precies wat hij denkt. Wat is dat voor abnormale man?”

Het is waar, als er een kort en rechtstreeks lijntje bestond tussen onze gedachten en onze uitspraken, zou de wereld tamelijk ondraaglijk zijn. Nooit meer zouden we iemand durven vragen hoe het met hem gaat – alles goed is een standaard leugen.

Het spreken van onwaarheden is essentieel voor de beschaving en bedenk: het is een kunst. Opzettelijk liegen is een vaardigheid die langdurige training vereist, je moet zoveel tegelijk beheersen: de taal, de toon, oogopslag, alle gezichtsspieren, de mate van transpiratie en nog veel meer.

Sommigen kunnen het beter dan anderen, in sommige culturen wordt het zelfs bewust gecultiveerd. In India heb ik de indruk dat de mensen zelden liegen uit boosaardigheid. Ze liegen uit vriendelijkheid. Ze zeggen bijvoorbeeld nooit gewoon ‘nee’. Vraag de taxichauffeur of je in twintig minuten op de luchthaven kunt zijn, en hij zegt: dat moet mogelijk zijn. En dan duurt het de gebruikelijke negentig minuten. Vraag de kleermaker of hij de jas smaller kan maken: ja. Vraag hem dan of hij hem wijder kan maken, en hij zegt ja. Kwestie van beleefdheid, het is de vragensteller die beter moet weten.

Leugens zijn er in kleuren: je hebt zwarte leugens, die worden geuit omdat het persoonlijk gewin oplevert. Handelaren en reclamemakers, fraudeurs en misdadigers, politici en diplomaten, ik bedoel: zodra je weet wat ze zijn, kun je de zwarte leugen zien aankomen. De parlementaire journalistiek leeft ervan.

Dan heb je witte leugens, die bedoeld zijn om iemand niet te kwetsen: hoe staat die jurk me? Prachtig.

Grijze leugens zijn het interessantst, leugens die niet direct uit zijn op materieel gewin. Een smoes is een grijze leugen; waar zouden we zijn als treinen altijd op tijd zouden rijden, files niet zouden bestaan, e-mails altijd aan zouden komen, mensen onze agenda’s zouden kunnen inkijken om te zien of die werkelijk zo overvol is? Overdag, als de telefoon gaat en iemand mij een uitvaartverzekering wil aansmeren, zeg ik altijd dat meneer en mevrouw niet thuis zijn en dat ik maar een logé ben. Werkt prima.

Opschepperij hoort ook bij de categorie grijze leugens: ja zeggen als iemand vraagt of je een bepaald boek hebt gelezen, waarom doen we dat? We zijn toch niet allemaal Indiërs?

Grijze leugens zijn voor onderzoekers en journalisten een gigantisch probleem. Sociaal aanvaardbare antwoorden maken veel studies en reportages waardeloos. Stephen J. Dubner, mede-auteur van het beroemde boek Freakonomics, schreef er in The New York Times van afgelopen donderdag een aardig stuk over. Hij verwijst naar een groot onderzoek in Mexico van twee wetenschappers die duizenden zelf ingevulde formulieren onderzochten van mensen die een uitkering aanvroegen. Er waren veel aanvragers die zeiden dat ze geen auto hadden, terwijl ze die wel bleken te hebben. Televisie hadden ze ook niet, of telefoon, of een wasmachine: heel vaak gelogen.

Dat zijn zwarte leugens, want als je die spullen wel had, dachten de aanvragers, liepen ze de uitkering mis. Maar wat ontdekten de onderzoekers van Mexico? Dat verrassend veel mensen van bepaalde dingen zeiden dat zij die wél hadden, terwijl ze die niet bleken te hebben: een wc, een kraan, een gasfornuis, een stenen vloer, een ijskast. Waarom zeiden ze dat, terwijl ze wisten dat het tegen hun eigen belang in ging? Uit verlegenheid.

Van alle leugens is deze categorie de meest ingewikkelde: de verlegenheidsleugen. En ook hier zijn er weer culturele verschillen: een huisarts die in Amsterdam-West veel te maken had met migranten vertelde dat het hem jaren heeft gekost om te weten te komen waar ze zich allemaal voor schaamden. Het maakte zijn werk in het begin bijna onmogelijk. En dan ging het niet alleen om kwaaltjes beneden de navel, maar simpele dingen als handen wassen na het plassen. Overigens blijkt uit een Australische studie dat artsen ook flink liegen over het wassen van hun handen na een behandeling: volgens de artsen zelf wasten zij in 73 procent van de gevallen hun handen, bij observatie was dat maar negen procent.

Hoe moeten onderzoekers en journalisten leren grijze leugens te ontdekken? Is het te leren tijdens de opleiding, of is het een kwestie van levenservaring? Het hoofdstuk over sociaal aanvaardbare antwoorden is in de meeste leerboeken niet zo diepgaand, en eigenlijk denk ik dat het niet te leren valt. Het is een kwestie van ervaring. Toen ik pas met onderzoek en journalistiek begon, schreef ik alles wat de respondent zei op. Pas bij het uitwerken zag ik de onwaarschijnlijkheden, maar daar was meestal niets meer aan te doen. Later liet ik mijn pen rusten bij het vermoeden dat ik met grijze leugens te maken had. Maar nu denk ik er weer anders over, onderzoekservaring fase drie zou je kunnen zeggen: nu schrijf ik weer alles op, precies zoals de persoon het mij vertelt, als het maar mooi klinkt. ‘If the story ain’t true, it should’ve been’, zeggen Amerikanen. Zoals ik laatst hoorde over een islamitische jongen die beweerde na school meteen naar de moskee te gaan. Maar hij moest toch eerst rein zijn, zich goed gewassen hebben, vooral ‘daar’? Nee hoor, hij had een truc: veel toiletpapier in zijn onderbroek, als hij gelekt had, verwijderde hij het papier voor hij naar de moskee ging. Helemaal rein. En een kletsverhaal van hier tot ginder natuurlijk, maar zo goed gevonden!

Reageren kan op nrc.nl/ramdas