Geen paniek na vier hockeynederlagen

De Nederlandse hockeyers wonnen voor het eerst in elf jaar geen medaille bij de Champions Trophy. Maar de voorbereidingen voor ‘Peking’ beginnen nu pas.

Rob Schoof

Een nationale hockeyploeg die zes weken voor de Olympische Spelen vier wedstrijden op rij in eigen land verliest, mag zich niet tot de favorieten rekenen. Maar ondanks de slechte generale repetitie wilde bondscoach Roelant Oltmans gisteren niet veel conclusies trekken uit de prestaties van zijn selectie.

Morgen maakt hij bekend welke zestien spelers naar de Spelen mogen. „We waren niet zo scherp als we over zes weken in Peking moeten zijn”, zei hij. Wel zag Oltmans zijn ploeg bij vlagen zeer goed hockeyen, zoals zaterdagmiddag tegen Australië, de latere winnaar. Alleen duurden die fases te kort.

Nederland was de Champions Trophy in Rotterdam vorig weekeinde nog zo voortvarend begonnen, met zeges op Spanje en Duitsland. Maar na nederlagen tegen achtereenvolgens Argentinië (0-1), Zuid-Korea (3-4), Australië (2-3) en opnieuw Argentinië stond Nederland gistermiddag plotseling zonder medaille. Toegegeven, die laatste nederlaag, tegen Argentinië in de strijd om het brons, kwam pas tot stand na strafballen. Die waren nodig omdat de uitslag na de reguliere speeltijd en twee verlengingen gelijk was: 2-2.

Het was ook al 23 jaar niet meer voorgekomen dat Nederland tijdens de Champions Trophy drie duels op rij had verloren. En een Champions Trophy zonder Nederlandse medaille was al elf jaar niet voorgekomen.

Ondanks veel ontevreden gezichten lijkt van paniek in het Nederlandse kamp nog geen sprake. Oltmans: „Met de moraal zit het wel goed. We hebben een hecht team dat al eerder heeft bewezen dat het verlies kan omzetten in winst. Maar natuurlijk balen we wel.”

Ook volgens aanvaller Roderick Weusthof laat de negatieve serie het team niet onberoerd, zeker niet nadat Nederland zich al met een half been in de finale waande na de eerste twee duels. „Natuurlijk komt het aan als je een paar keer verliest. Ik heb nog nooit vier keer achter elkaar verloren. Maar we hebben twee jaar geleden een les geleerd. Toen waren we twintig wedstrijden op rij ongeslagen en werden we uiteindelijk zevende op het WK. Op een paar kleine dingen na klopt het wel. Ik denk dat er wat meer rust komt als de selectie bekend is.”

Als verklaring voor de tegenvallende resultaten wees Oltmans onder meer op het ontbreken van twee verdedigers: Sander van der Weide en Taeke Taekema, die nog van blessures herstellen. Beiden zullen op tijd zijn hersteld voor de Spelen. „Verdedigend hebben we een minder toernooi gehad”, vond Oltmans. Zijn team bleek vooral in de slotfase van de wedstrijden erg kwetsbaar. Zeven van de veertien tegentreffers vielen afgelopen week in de laatste tien minuten.

Door het ontbreken van Taekema miste Nederland bovendien een dodelijke strafcorner, al jaren het belangrijkste wapen. Taekema was vorig jaar tijdens het gewonnen EK in Manchester in zijn eentje al goed voor zestien van de 23 treffers. Daarmee kan de Amsterdamse schutter het verschil maken tussen een gouden medaille en een olympisch diploma. Maar met of zonder Taekema, Nederland ‘versierde’ afgelopen week te weinig corners. Gisteren kreeg Nederland er maar één. Een teken dat er voorin nog veel werk te doen is.

Oltmans erkende dat het aan scherpte ontbreekt. Maar hij wees er ook op dat de echte voorbereiding op ‘Peking’ pas nu begint. „We hebben na de competitie bewust twee weken niets gedaan. We hebben ervaring genoeg om te weten dat vijf weken voorbereiding, op de huidige basis, een uitstekende periode is. Onze inspanningsfysiologen zullen ervoor zorgen dat dat perfect in orde zal zijn.”

Duidelijk was afgelopen week dat Nederland fysiek niet op de toppen van zijn kunnen speelde, vond ook Oltmans. „Daar zullen we de komende weken nog een behoorlijke stap maken.” De achterstand uitte zich onder meer tegen de fysiek sterke Argentijnen, die de combinerende Nederlandse tegenstanders soms keihard aanpakten. Het is de Nederlandse hockeyers al langer een doorn in het oog dat in het internationale hockey steeds meer fysieke duels worden toegelaten. „Het hockey wordt steeds harder”, zei ook Weusthof. „Ik kan ervan balen, maar je weet gewoon dat het zo zal blijven. Wij zullen daar anders mee moeten omgaan, en zelf een eerste tikje moeten geven. Nu krijg je vaak net een tik op het moment dat je de bal wilt aannemen.”

Oltmans ergert zich aan die veranderingen van de spelopvattingen in het tophockey. „Waar het om draait is hoe die fysieke duels straks in Peking worden beoordeeld. Dat wachten we af. Functionarissen die straks tijdens de Spelen een belangrijke rol spelen, hebben laten weten dat het te ver gaat. Ik vind zeker dat er momenten zijn waarop scheidsrechters harder moeten optreden dan dat ze hier hebben gedaan. Wij kunnen best omschakelen naar meer fysiek hockey, maar dat heeft niet onze voorkeur.”