‘Fantasie over sexy bibliothecaresse leidde tot een nummer’

Rockgroep My Morning Jacket liet zich op het nieuwe album ‘Evil Urges’ verlokken door de gitaarsolo én het stijve bibliotheekmeisje.

Zanger Jim James (l.) en gitarist Carl Broemel Foto Isabel Nabuurs 17-05-08, AMSTERDAM MY MORNING JACKET Foto: Isabel Nabuurs Nabuurs, Isabel

Als een donderslag bij heldere hemel verscheen in 1999 The Tennessee Fire, het indrukwekkende debuutalbum van rockgroep My Morning Jacket uit Louisville, Kentucky. Emotioneler had popmuziek zelden geklonken. Zanger/gitarist Jim James zong met een snerpende falset tegen de klippen op, alsof hij werd gedreven door bovennatuurlijke krachten. My Morning Jacket ontwikkelde zich tot een livegroep bij uitstek die afwisselend werd gerekend tot de Southern rock, psychedelische rock en de improviserende “jam bands” in de traditie van The Grateful Dead, Allman Brothers en Phish.

„Een misvatting”, stelt Jim James vast in Amsterdam. „We zijn helemaal niet zo’n jamband, want onze nummers zijn behoorlijk strak gearrangeerd. Soms vallen er gaten waarin we er met het akkoordenschema vandoor gaan, maar jams van twintig minuten zoals bij The Grateful Dead zul je bij ons niet snel aantreffen.”

Het vijfde MMJ-album Evil Urges klinkt verrassend toegankelijk, met strak gesneden popsongs en hier en daar zelfs funkinvloeden. Psychedelisch en dromerig zijn ze nog steeds, al ligt het er niet meer zo dik bovenop. En de klank is honderd procent mooier geworden, na de krakkemikkige lo-fi producties uit de begindagen.

Is dit een tijd voor ‘evil urges’, boosaardige verlokkingen? „Ach”, zegt James, „Ik vond de twee woorden mooi bij elkaar pasten. De verlokking waar we nu in grote mate voor gevallen zijn is de gitaarsolo. We staan onszelf toe er in elk nummer flink op los te soleren. Het boosaardige schuilt in het smerige geluid dat uit onze gitaarversterkers komt.”

De beste popmuziek ontstaat zonder dat je er al te lang over na hoeft te denken, vindt James. „Het werk van de duivel, noem ik het voor het gemak. Onze sterkste songs ontstonden spontaan, in de oefenruimte of tijdens een soundcheck.”

Het mp3-tijdperk stelt andere eisen aan een album dan vroeger, constateert James. „We houden er rekening mee dat lang niet iedereen meer naar een heel album luistert. Elk nummer op zichzelf moet daarom sterk zijn met een goede spanningsboog; je kunt het je minder goed veroorloven een plaat zomaar op te vullen. Zelf heb ik romantische gevoelens bij een mooi album met een fraaie hoes, zoals gemaakt in de jaren zeventig. Dat is ook de reden dat we al onze platen ook op vinyl uitbrengen. Maar als iemand slechts drie songs wil downloaden: mijn zegen hebben ze.”

Over nostalgische gevoelens gesproken: het nummer Librarian gaat over het klassieke cliché van de sexy bibliothecaresse. James: „Zo’n stijf meisje in een mantelpakje, in wie een temperamentvolle vrouw blijkt te schuilen. Net als veel mannen heb ik daar fantasieën over. Op papier is dat misschien geen geweldig uitgangspunt voor een intelligente rocksong, maar ons bibliotheekmeisje is gebleven. Ik zing graag over haar. Noem dát maar een verboden verlokking.”

My Morning Jacket, Evil Urges (Rough Trade). 8/7 De Melkweg, Amsterdam.