Eindsprint naar barbecue

Nog één week, en dan begint de Tweede Kamer aan acht weken zomerreces. Dus moet er nog snel heel veel worden vergaderd.

Boeven zijn het, maar ijverige boeven. Kamerlid Hero Brinkman (PVV) stelde vorige week zijn collega’s verrassend genoeg de „grotendeels corrupte politici” van de Antillen ten voorbeeld. Die vergaderen vijf dagen per week om hun corrupte zaakjes te regelen en gaan slechts vijf weken op zomerreces. De vergaderweek van hun Nederlandse collega’s bedraagt slechts drie dagen, terwijl het reces acht weken duurt. Moet de Kamer, betoogde Brinkman, niet liever eens een dagje of zelfs weekje extra doorwerken? Zeker gelet op de vergaderingen tot diep in de nacht in de laatste week voor het reces.

De Tweede Kamer sluit deze week het parlementaire jaar af met de traditionele barbecue en de al even traditionele bomvolle agenda. Dat de griffie de behandeling van het rapport van de commissie-Bakker aanvankelijk om half twee ’s nachts had gepland, bleek een indianenverhaal. Wel was het weer persen, zegt de woordvoerder van de griffie. Naast heel veel klein bier zijn er vier grote debatten: embryoselectie, AWBZ, Voorjaarsnota en commissie-Bakker.

Tijd is een steeds schaarser artikel, constateerde de Tweede Kamer toen ze zich vorige week in het zogeheten Ramingsdebat over zichzelf boog. Het draait daarbij vooral om het tijdrovende spoeddebat, in 2004 ingevoerd om meer leven in de brouwerij te brengen. Dit jaar lijkt men de honderd met gemak te halen, na 43 vorig jaar. Jan Schinkelshoek (CDA) stelt voor om het spoeddebat maar weer af te schaffen. „De tijd glipt ons door de vingers”, verzuchtte deze nestor vorige week, met bijval van PvdA-collega Paul Kalma, die een diep gevoelde behoefte naar slow politics, naar bezinning en bespiegeling signaleerde.

De Kamer had wel meer ideeën: elke week enkele uren actualiteit in plaats van het spoeddebat, spoeddebatten verbannen naar commissiekamertjes, of gewoon meer dagen vergaderen dus. Het zijn slagen in de lucht, want de Kamer heeft ook afgesproken pas iets aan de werkwijze te doen na een langdurig proces van ‘parlementaire zelfreflectie’. Kennelijk is dat het enige terrein waar slow politics in praktijk wordt gebracht. Dus rest er voorlopig niets anders dan het hoofd te schudden over de eigen kortademigheid.