Doorgaan met vogels tellen is zinloos

De natuurbeschermingswet moet gewijzigd worden, stelt Wouter van Dieren. En wel voordat het hele gebied van Afsluitdijk tot Amsterdam op de schop gaat.

Doorgaan met vogels tellen is zinloos Illustratie Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Amsterdam heeft vanwege vermeende verplichtingen jegens de Wet Natuurbescherming 25 miljoen euro uitgegeven om de populatie van drie eendensoorten in het Marker-IJmeer in stand te houden. Dit zegt wethouder Maarten van Poelgeest in een gesprek (NRC Handelsblad, 24 juni). Van dat geld werd een onderwatersubstraat van steengruis gestort, waar de driehoeksmossel, het voedsel voor twee van de drie soorten, zich weer kan vestigen, na verlies van 200 hectare onderwaterbodem door de aanleg van IJburg 2.

Uit het artikel blijkt niet alleen hoezeer de natuurbeschermingswet bestuurders in verwarring brengt, maar ook dat de gevolgde procedure en redenering grote onzekerheden kennen. Zelfs binnen de regels van de natuurbeschermingswet is er een gerede kans dat deze 25 miljoen euro weggegooid geld is, omdat de mosselpopulatie sowieso achteruitgaat. Het nonnetje (een van de drie eendensoorten) leeft niet van mosselen, maar van spiering, en die verdwijnt uit het Marker- en IJmeer, aangezien dit visje koud zuurstofrijk water nodig heeft. En dat water wordt juist alleen maar warmer. De hele voedselketen in het gebied wordt bedreigd door opwerveling van fijn slib en klimaatverandering. Grote kans dus dat het gestorte steengruis niet zorgt voor meer schelpdieren.

Een woordvoerder van LNV beweert dat er geen mogelijkheid bestaat om de lijst van beschermde vogels te wijzigen. De natuurbeschermingswet wordt dan zo geïnterpreteerd dat de overheid zich garant stelt voor aantallen eenden. Dit is onzin. Wat als die eenden zich daar zelf niet aan houden? Bijvoorbeeld door klimaatverandering? Overal in het land worden momenteel vogels geteld vanwege de natuurbeschermingswet, hun aantallen worden kabinetsbeleid. Er moeten bijvoorbeeld 17 paren kiekendieven broeden in het Lauwersmeer. Het zijn er maar 5. Zowel de autoriteiten als de kiekendieven zijn in overtreding.

Dat Amsterdam deze investering mogelijk voor niets heeft gedaan, komt doordat een nieuwe visie op de natuurbeschermingswet, hoewel evident, nog niet algemeen is geaccepteerd.

Dit moet snel gebeuren, want er speelt nog veel meer. Het hele gebied, van Afsluitdijk tot Amsterdam, staat onder druk vanwege klimaatverandering, benodigde peilaanpassingen, plannen voor buitendijks bouwen en natuurbouw. Bovendien is er het urgentieprogramma Randstad, dat het Marker-IJmeer ziet als de ultieme plek om een grote kwaliteitsimpuls te geven aan de noordkant.

De vraag is hoe realistisch deze plannen zijn. De beleidsdrukte rond het gebied is inmiddels enorm. Er wordt gekeken naar oplossingen voor de verwachte capaciteitsproblemen rondom het openbaar vervoertraject Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad. Er is de Toekomstagenda Marker-IJmeer (TMIJ), dat wordt getrokken door de provincies Noord-Holland en Flevoland, met als doel het ontwikkelen van buitendijkse natuur en bouwplannen. Ook is er het project Schaalsprong Almere voor de doorgroei van Almere naar 350.000 inwoners in 2030. Er moeten 60.000 woningen bij komen, waarvan een deel in het water. De Afsluitdijk moet worden aangepast aan het veranderende klimaat.

Daarnaast zijn er ideeën voor een IJmeerverbinding, voor Lelystad Buiten, voor Volendam in Zee (in combinatie met het openhouden van Waterland), voor een olympisch dorp in Marker-IJmeer voor de toekomstige Olympische Spelen, enz. En dat alles moet worden gevangen binnen de regels van de natuurbeschermingswet.

Een aantal zaken staat vast. De waterkwaliteit en de vis- en vogelstand in het Marker-IJmeer zijn drastisch achteruitgegaan, waardoor het meer zijn waarde als natuurgebied grotendeels verloren heeft. Die kwaliteit bestaat uit open horizon, leegte, duisternis, vrij vaarwater en de zoetwatervoorraad.

De opmaat tot natuurverbetering is het baggeren van diepe geulen waarin het slib kan bezinken. De vrijkomende (enorme) zand- en veenvolumes moeten ter plaatse worden verwerkt, bijvoorbeeld tot vooroevers en eilanden, die kunnen uitgroeien tot natuurgebieden zonder weerga.

Het Rijk wil echter eerst experimenteren met een zogenaamde natuurfabriek, om dan pas over 10 tot 15 jaar te besluiten over die nieuwe natuur. Dat is onzin – wat er kan en zal komen is bekend. De Oostvaardersplassen en vergelijkbare moerasgebieden staan stevig in de databanken. En het is geen ingewikkelde natuur.

Dat het waterpeil zou kunnen meestijgen met de zeespiegel, zoals vastgelegd in het vigerende beleid, is uitgesloten. Dit impliceert immers een permanente aanpassing van alle dijken, kaden, sluizen, inclusief de nieuwe waterverdedigingswerken voor Kampen, Medemblik en Enkhuizen, die nu nog als het ware buitendijks liggen. Dit kost miljarden.

De zeespiegel blijft stijgen, vrij verval van het IJsselmeerwater naar de Waddenzee via de sluizen bij Kornwerderzand en Den Oever houdt dus op een dag op. En als de Deltacommissie straks adviseert om meer water te gaan afvoeren via de IJssel, stopt dat vrije verval eerder vroeger dan later. Er zal dan gepompt moeten gaan worden om het water kwijt te raken. Als het Rijk, zoals tot nog toe het geval is, blijft dralen met de beslissing over het waterpeil, worden we opgezadeld met een onbruikbare oplossing, die bovendien alle besluitvorming over het IJsselmeergebied voor jaren blokkeert.

Alle direct betrokkenen hebben inmiddels aanvaard dat de volgorde van het plan moet bestaan uit groen (natuur) en blauw (waterpeil, veiligheid, retentie, voorraad) en pas dan rood (bouwen, recreatie) en grijs (vervoer). Aan deze regel moet iedereen zich houden.

De andere blokkade tegen ontwikkelingsplannen ligt bij de natuurbeschermers. De rechtlijnigen onder hen stellen dat investeren in de natuur overheidsplicht is en dat de benodigde honderden miljoenen om de achteruitgang van het natte hart te stoppen er dus gewoon moeten komen.

Dat zal echter niet gebeuren. Een kosten-batenanalyse laat zien dat de kosten voor het aanleggen van alleen natuur door middel van vooroevers etc. per saldo neerkomen op ruim 1 miljard euro. Een combinatie van natuur met recreatie en wonen op vooroevers leidt tot een positief saldo van circa 500 miljoen euro.

Private sector en overheidspartijen realiseren zich dat zich grote mogelijkheden aandienen, mits men het groene deel verplicht koppelt aan het rood. Zij zijn het er over eens dat het gebied, inclusief de noordelijke Randstad, hiermee een enorme stimulans kan krijgen: meer helder water, hoge kwaliteit woningbouw, vele nieuwe recreatiemogelijkheden, grote natuurgebieden.

Bovendien wordt de hele regio meer bestendig tegen de klimaatverandering. Dat al deze mogelijkheden door de rechtlijnige stroming zullen worden betwist met behulp van de natuurbeschermingswet is waarschijnlijk.

Op het CDA-partijcongres van 31 mei jongstleden heeft fractieleider Pieter van Geel gepleit voor een Deltaplan tegen de klimaatdreiging. De zeespiegel zal wellicht sneller en hoger stijgen dan wij dachten, en we mogen niet te laat zijn. Daarnaast brak hij een lans voor een grootse herinrichting van het IJsselmeer, en dan vooral van het Marker-IJmeer. Daarmee sluit Van Geel aan bij de vele plannen die nu in de maak zijn van provincies, rijk, gemeenten, natuurbescherming en de private sector.

Sleutel bij dit alles is een andere invulling van de natuurbeschermingswet, die ook door de commissie Elverding in diens rapport over de stroperigheid van de openbare besluitvorming niet wordt begrepen.

Doorgaan met vogels en mosselen tellen is zinloos, slecht voor de natuur en zet het land op slot. Bij de vergunningverlening voor de gaswinning is het juiste principe toegepast: niet de miljoenen vogels tellen en bijhouden of ze er ieder jaar nog zijn, maar monitoren of hun leefcondities in stand blijven, en die bestaan uit X hectare droogvallende platen. Voor het Marker-IJmeer zou dit betekenen dat het slib moet bezinken en dat habitats moeten worden gecreëerd voor de vogelsoorten van het open water en laaglandse moerassen, zoals de Oostvaardersplassen.

Daar zullen alle relevante vogelsoorten zich (beter) thuis voelen dan in de modderpoel met afstervende mosselen die er nu ligt. Hun aantallen zullen schommelen, er komen nieuwe soorten bij, andere verdwijnen. Dat is normaal.

Doen alsof de natuurbeschermingswet ons verplicht om met een telraam in de hand eenden te tellen is weliswaar de dagelijkse praktijk van overheden die de weg kwijt zijn, maar geeft er blijk van dat zij de natuur niet begrijpen. Het zou Van Geel sieren als hij in de Kamer stappen neemt om de natuurbeschermingswet in deze stijl grondig aan te passen.

Wouter van Dieren was medeoprichter van de IJsselmeervereniging en initiatiefnemer van stichting Markerwaard van de kaart.

Het bewuste artikel is na te lezen via nrc.nl/opinie