Cijfers en grafieken redden het klimaat niet

In de strijd om aandacht legt het klimaat het af tegen voedselcrisis en olieschaarste.

Het WNF leidt daarom ambassadeurs op. En nrc.next mocht mee op hun poolreis.

De ijsbeer heeft klimaatverandering een gezicht gegeven. En wie vanaf de Aleksej Marisjev, een schip voor expedities in het Noordpoolgebied, in de verte een ijsbeer ziet lopen, weet meteen waarom. Eén ijsbeer met zijn tragische oogopslag doet meer dan eindeloze feiten over het broeikaseffect en handel in emissierechten. Grafieken en procenten kunnen niet op tegen zo’n eenzaam gevaarte in een onafzienbaar blauw-wit ijslandschap, dat regeert in zijn snel slinkende koninkrijk.

Maar klimaatverandering mag dan een gezicht hebben, echt zichtbaar is diezelfde klimaatverandering nog niet. Daarom is de ‘Voyage for the Future’ van het Wereldnatuurfonds begonnen met een expeditie langs de gletsjers van Spitsbergen. Het gaat om een experiment: achttien jongeren van rond de twintig jaar uit negen landen worden ‘opgeleid’ tot ambassadors of change.

Zij zullen straks op hun eigen manier aandacht vragen voor de gevolgen van de opwarming van de aarde, in gesprek gaan met politici, met leeftijdgenoten, in bedrijven en op scholen. Een boottocht langs de besneeuwde heuvels, wandelingen over gletsjers, bezoeken aan poolstations en debatten met wetenschappers en poolreizigers moeten hen voorbereiden op hun lobbywerk.

Maar ook in de fjorden van Spitsbergen is klimaatverandering niet zómaar zichtbaar. Het onderwerp zit verstopt in de verhalen die de klimaatambassadeurs te horen krijgen. Zoals dat van Kris Migala, een geofysicus in Hornsund, een Pools onderzoeksstation in de zuidwestpunt van Spitsbergen.

Vier jaar geleden, vertelt Migala tijdens een lezing in het poolstation, telden ze in één jaar nog driehonderd ijsberen. Vorig jaar bleef de teller steken op tachtig. Of neem het verhaal van de rendierherder op Spitsbergen die het weer niet langer durft te voorspellen. Of dat van een jagende Inuit op Groenland, die de nilas niet langer vertrouwt, de jonge ijsaanwas die nauwelijks stabiel genoeg is om op te lopen.

Op zichzelf bewijzen die verhalen niks. Zoals ook het betoog van Jack Kohler niks bewijst. Deze glacioloog aan het Noorse Pool Instituut in Tromsø houdt al jaren de omvang van de gletsjers van Spitsbergen in de gaten. Glacioloog Kohler heeft uitgerekend dat die ieder jaar 23 kubieke kilometer ijs kwijtraken.

Als je wetenschappers vervolgens vraagt naar de invloed van de mens op het broeikaseffect, begint hun aarzeling. „Er komen hier weleens journalisten die klimaatverandering willen zien”, zegt Jack Kohler in het gebouw van UNIS in Longyearbyen, de noordelijkste universiteit ter wereld. „Die moet ik teleurstellen. Veranderingen in het klimaat zijn alleen zichtbaar in de optelsom van wetenschappelijke onderzoeken.”

Kohler durft niet te zeggen „welke centimeter smeltend ijs door de mens komt en welke het resultaat is van een natuurlijk proces”. Ook Kris Migala is sceptisch over de menselijke invloed op klimaatverandering. Met een ongemakkelijke glimlach vertelt hij dat hij er „geen religie” van wil maken. Zijn Poolse collega in Hornsund zegt het onomwonden: „De uitkomst van te veel grafieken is afhankelijk van de politiek.”

Maar niet alleen daardoor is klimaatverandering lastig te verkopen. In de strijd om aandacht moet klimaatverandering tegenwoordig concurreren met verwante onderwerpen als de voedselcrisis en de vraag naar olie. Die spreken snel tot de verbeelding, omdat de gevolgen daarvan direct zichtbaar zijn in voedselrellen, demonstrerende vrachtwagenchauffeurs en stijgende prijzen in de supermarkt.

Toch zal de wereld het eind 2009 in Kopenhagen eens moeten worden over een nieuwe strategie, om verdere opwarming van de aarde te voorkomen. De betrokken partijen hebben dat vorig jaar op Bali afgesproken, maar zijn sindsdien verstrikt geraakt in verwijten en geruzie over procedures en percentages. Hoe zorg je dat alle landen in de komende achttien maanden hun verantwoordelijkheid nemen?

De Voyage for the Future moet daaraan een bijdrage leveren. De vraag is, waarom ze daarvoor uitgerekend naar het Noordpoolgebied zijn afgereisd. Zittend in een snelle rubberboot die zich een weg baant door het drijfijs, terwijl de wind door vele lagen kleding snijdt, is opwarming van de aarde niet het eerste waaraan je denkt.

Toch is dit een gebied waar klimaatverandering harder aankomt dan elders. „De temperatuur stijgt hier twee keer zo snel als op andere plekken in de wereld”, zegt Neil Hamilton, directeur van het Arctische Programma van het Wereldnatuurfonds. Het poolgebied kun je volgens hem beschouwen als een kanarie in een kolenmijn, die de mijnwerkers waarschuwt tegen gevaarlijke gassen. Maar, voegt Hamilton eraan toe, „er zijn wetenschappers die zeggen dat deze klimaatkanarie dreigt te overlijden”.

Martin Sommerkorn is één van hen. Hij heeft onlangs zijn beroepstwijfel overboord gezet. Voor het Britse Macaulay Instituut deed Sommerkorn onderzoek naar de werking van ecosystemen in het Noordpoolgebied, maar sinds kort is hij fulltime in dienst van het Wereldnatuurfonds.

Op een zompig stukje land aan de zuidkant van Bellsund, één van de diepe fjorden van westelijk Spitsbergen, legt hij uit wat hij bedoelt. „Voor veldonderzoek gebruiken wetenschappers vaak niet meer dan een paar vierkante meter van de bodem”, zegt Sommerkorn.

„Ze durven geen uitspraken te doen die verder reiken dan dat lapje grond. Een paar stappen buiten de gebaande paden komt de wetenschap in een onbekende wereld, waar geen enkele zekerheid bestaat.”

Sommerkorn wandelt tussen de restanten van de vroegere walvisjacht, die hier door de kou goed geconserveerd worden. Een vervallen hut, een houten sloep en stapels botten van walvissen uit een tijd dat hun aantal nog niet zo was uitgedund dat de jacht niet meer rendabel was.

„In een precair gebied als de Noordpool stapelen de gevolgen van klimaatverandering zich op”, zegt Sommerkorn. Later in zijn hut op de Aleksej Marisjev maakt Sommerkorn de optelsom: het jonge zee-ijs dat veel sneller smelt dan het oude, het verminderde reflectievermogen van de sneeuw, de kortere sneeuwseizoenen, de naaldbossen die noordwaarts oprukken in de toendra en lijden aan klimaatstress. Verder: de permafrost die ontdooit, waardoor grote hoeveelheden methaan kunnen vrijkomen. En de golfstroom, die straks niet meer genoeg kan afkoelen.

Wat er precies gaat gebeuren kan niemand voorspellen, maar één ding weet Sommerkorn zeker: „Het poolgebied werkt als een koelkast. En juist nu de aarde opwarmt, hebben we die koelkast hard nodig.”

Waarom, vraagt één van de jonge ‘klimaatambassadeurs’ een dag eerder tijdens Sommerkorns lezing in de eetzaal van de Aleksej Marisjev, spreken we nog steeds van klimaatverandering en niet van klimaatverstoring? Goede vraag.

We zitten opgescheept met het idioom van wetenschappelijke verhandelingen, zegt Solitaire Townsend. Ze is directeur van Futerra, een Brits bedrijf dat anderen leert hoe je milieubeleid en duurzaamheid ‘verkoopt’. Haar klanten variëren van Microsoft en Shell tot de Britse regering en Greenpeace. „Als Coca-Cola een nieuw woord introduceert in een reclamecampagne wordt het eerst maanden beoordeeld en getest in de doelgroep”, zegt Townsend. „En wij moeten het doen met termen als uitstoot van CO2 en reductie van broeikasgassen.”

Kennis is belangrijk, houdt Townsend de jongeren voor, maar niet per se nodig als je dingen wilt veranderen. Wat volgens haar echt helpt, is om in een soap de acteurs te laten rijden in een kleine auto en te laten zien dat ze het licht uitdoen als ze een kamer verlaten. Daarom, zegt ze, zijn ijsberen belangrijker dan cijfers. Stiekem hoopt ze dat het Wereldnatuurfonds aan de vooravond van de klimaattop in Kopenhagen in zijn logo de bekende panda tijdelijk verruilt voor een ijsbeer.

„Nobody empathizes with an ice sheet”, denkt Townsend – niemand krijgt een warm gevoel bij een ijskap. Het is rond middernacht, maar bij Spitsbergen gaat de zon in de zomer niet onder. De Aleksej Marisjev vaart noordwaarts naar Longyearbyen. De lage zon zet een gletsjer in een fonkelend licht. Wat die ijskap betreft heeft Townsend toch ongelijk.