Arsenicum in het water en meer complotten

De Turkse kranten staan vol met onthullingen over politieke complotten. Ze geven aan hoezeer de sfeer in de Turkse politiek is verziekt.

Elke ochtend onderga ik hetzelfde ritueel. Ik sta op, drink een kopje koffie, bel met de krant en ga ontbijten in een café. Daar lees ik Turkse kranten en dan raakt mijn stemming in mineur. Waarom? Het antwoord is simpel. Elke dag lees ik over nieuwe complotten, geheimen, onthullingen, rottigheid. Ik word er nerveus van, bloednerveus.

Een paar voorbeelden. De krant Cumhuriyet is een streng-seculiere krant die er, dat is duidelijk, zeer op gespitst is om de regering van premier Erdogan onderuit te halen. Een van de kopstukken van diens AK-partij is Melih Gökcek, de burgemeester van Istanbul. Vorig jaar kwam Ankara in het nieuws toen de stad langere tijd zonder drinkwater zat. Gökcek zelf werd de risee van Turkije door te verklaren dat het allemaal in de handen van God lag: als die regen stuurde, was de zaak zo opgelost. Nu heeft Ankara water maar volgens Cumhuriyet zit er een addertje onder het gras: de niveaus van onder andere arsenicum zouden te hoog zijn. De toon van Cumhuriyet tegen de AK-partij is zo hard dat je geen Freudiaan hoeft te zijn om de diepere boodschap in het artikel te ontdekken: de AK-partij zelf is het arsenicum dat Turkije langzaam maar zeker vergiftigt.

Nog een greep uit de lange serie ‘onthullingen’ van de afgelopen weken (en de meer gelovige pers doet qua virulentie niet onder voor Cumhriyet). In Turkije is bekering van islam tot de christendom een groot taboe. Ilker Cinar werkte jaren als christelijk voorganger maar verliet de kerk en kwam direct met een lange lijst aanklachten tegen christelijke missionarissen. Hij stelde dat dezen meer dan 15 miljoen bijbels hebben uitgedeeld in Turkije en dat er zo’n 40.000 kerken zijn in Turkije (in privé-huizen). De jongen die in een Italiaanse priester in Trabzon vermoordde, verklaarde mede door dit soort uitspraken tot zijn daad gekomen te zijn. Wat blijkt nu? Deze Cinar heeft op de loonlijst van het leger gestaan. De krant Zaman, die in de meer gelovige hoek opereert, trok de onvermijdelijke conclusie. De vraag moet gesteld worden, aldus de krant, of het leger een „spion” betaalde om agressie aan te wakkeren tegen christenen in Turkije. Waarom zou het leger zoiets doen? Het antwoord is voor Turken zo duidelijk dat Zaman het niet eens schrijft. Het leger haat de islam en is daarom bereid ver te gaan om gelovige moslims in een kwaad daglicht te stellen en moorden op priesters vallen bij de overgrote meerderheid van de Turken niet goed.

Zulke ‘onthullingen’ – of ze waar zijn of niet – tonen mede aan hoezeer de sfeer in de Turkse politiek is verziekt. De vice-voorzitter van het Constitutionele Hof (dat gaat bepalen of de AK-partij wordt gesloten of niet) , Osman Paksüt, liet enige tijd weten dat hij wordt ‘gevolgd’ – door wie of wat is onduidelijk maar het was een claim die veel Turken onrustig maakte. En dan was er nog het afluisterschandaal rond de secretaris-generaal van de streng-seculiere CHP-partij, Sav. Deze was gebeld op zijn mobiele telefoon door een journalist van de religieuze krant Vakit. Toen het gesprek was afgelopen, had Sav een bijeenkomst in zijn kantoor waarvan een deel daarna woordelijk in Vakit kwam te staan. Heel seculier Turkije was in rep en roer. De AK-partij, zo werd gesuggereerd, had speciale afluisterbrigades in het leven geroepen. Je kunt tegenwoordig afluisteren via mobiele telefoons, lieten kopstukken van de CHP weten, zonder dat je dat apparaat aan hoefde te zetten. Maar wat was er nu echt gebeurd? Secretaris-generaal Sav is kennelijk nog niet geheel het digitale tijdperk binnengetreden en was vergeten zijn telefoon na het gesprek met de journalist uit te zetten. Die hoorde dus alles wat er in het kantoor werd besproken. Uiteindelijk haalde de krant er de gespreksgegevens van de telefoon bij om te laten zien wat er was gebeurd.

Hoe zou u reageren als u dag in dag uit met zulke ‘schandalen’ en ‘onthullingen’ wordt gebombardeerd? Precies, u zou nukkig en onrustig worden en dat worden Turken ook. Steeds meer jonge Turken vragen hulp om weg te komen. Enige dagen geleden liep ik terug uit mijn ontbijtcafé naar mijn huis, nog gestresst na een krantenlading nieuwe onthullingen. Een oudere vrouw liep door een rood stoplicht en dat kwam haar te staan op geschreeuw van een taxichauffeur die schielijk moest remmen. Beide partijen gebruikten het incident om al hun frustratie er uit te gooien. Ik had graag meegeschreeuwd.