We be hype

Er klinkt muziek om stapelgelukkig van te worden en niemand komt luisteren.

Er komt een wolkbreuk aan, de moerbeibomen lijken al groener. Het koperwerk van de fanfare schittert en alles wordt mooier dan het was in Oxon Run. De wiebelende barbecue met het bordje ‘Beste karbonades van de stad’. De oude mannen in gebloemde hemden, die verderop een onvast spel in het zand spelen. Ze gooien wat in het rond met houten ringen en wiegen op vlagen soulmuziek, die onweerstaanbaar uit een auto waait.

Als de eerste druppels vallen, klim ik aan de rand van het park een heuvel op. Beneden speelt de Ballou Senior High School Marching Band een laatste nummer, terwijl ze in een lange sliert naar de nu helgele schoolbussen dansen. Zelfs de jongens met de zware sousafoons gaan diep en ritmisch door de knieën – alles synchroon, een halve draai naar rechts, dan naar links, voorwaarts weer.

Vanaf nu kunnen ze overal naartoe. Veertien leden van de fanfare deden dit jaar eindexamen. Alle veertien zijn geslaagd. Dat is een ongelooflijk aantal op Ballou Senior High, hier bekend als de slechtste en gevaarlijkste school van zuidoost, wat wil zeggen zwart Washington. Ballou is de school die door ongeveer de helft van de leerlingen voortijdig wordt verlaten, de school waar een leerling een paar jaar geleden ijskoud, in de aula en tussen honderden kinderen, een andere scholier liquideerde.

Ballou heeft ook één van de beste schoolfanfares van Amerika. Al doet het woord fanfare haar eigenlijk geen recht. „We be hype”, zeggen de bandleden zelf. Dat is slang voor zoiets als ‘wij produceren opwinding’. Er zit een vreugde en leven in hun optredens die je keel dichtknijpt.

Vandaag zijn ze officieel uitgenodigd voor de belangrijkste parade van het land: die van het Tournament of Roses, in Pasadena. De directeur, een grijs mannetje in een helrood jasje met medailles, is speciaal vanuit Californië naar Washington gevlogen. Zijn limousine staat naast de karbonades, met een kaarsrechte chauffeur voor het portier.

De Ballou-band neemt vandaag ook afscheid van de geslaagden. Na de zomervakantie zullen de ritmesectie en de blazers fors zijn uitgedund. Maar er komt nieuwe aanwas, die al een paar jaar aan het repeteren is: iedere middag van vier uur tot half acht ’s avonds en zaterdag de hele dag. De kinderen zo lang mogelijk van de straten van zuidoost houden, dat was het oorspronkelijke doel van ex-Ballou leerling Darell Watson, toen hij besloot naar de school terug te keren om de fanfare te leiden.

Een lokale filmmaker heeft een documentaire over hen gemaakt. Laura Bush en televisiepresentatrice Ellen de Generes hebben Darell Watson uitgenodigd en bewierookt. Nog even en Ballou is de nationale knuffelband, maar vandaag geven ze nog gewoon een zaterdagmiddag vol muziek weg. In het hart van hun eigen buurt, muziek om stapelgelukkig van te worden, gratis muziek, met lekker eten en limonade erbij en springkussens voor de kinderen.

Toch is er, behalve het enkele familielid, niemand gekomen. Helemaal niemand uit de omliggende straten nam de moeite te komen luisteren. Ballou speelt voor zichzelf – en voor zes agenten in kogelwerende vesten.

„Dat is de luiheid van het getto”, zegt Kenny Horne, de leider van de ritmesectie, niet eens teleurgesteld.

En ik wilde vandaag nou juist eens proberen te beschrijven hoe het optimisme in dit deel van Washington verlegen door de straten sluipt. Het Obama-gevoel.

„Nou, ik was een Hillaryfan”, grinnikt Kenny.

Hij is zeventien jaar oud en de geboren leider. Hij geeft zijn drummers het teken voor de ingewikkeldste ritmewisselingen door ze alleen maar even kalm en uiterst cool aan te kijken. „Ik ben totaal de weg kwijt door Obama’s succes. Ik dacht dat blanken je wel willen laten slagen, maar dat het niet de bedoeling is dat je ze voorbijstreeft.”

Zijn vader is er al jaren vandoor, zijn moeder werkt in de bakkerij van een supermarkt en hij, Kenny Horne, kreeg van de Bill & Melinda Gates Stichting een beurs van 50.000 dollar. Hij kon aan een wit of een zwart college gaan studeren. De witte was beter, hij koos de zwarte, want daar hebben ze een grotere fanfare. Filmproducer wil hij worden. En ook acteur. „Een soort Mel Gibson, maar dan zonder Mel”, lacht Kenny.

Dan betrekt het. Hij moet zijn drummers verzamelen en ik klim de heuvel op naar mijn auto.

Boven staat een grote man te wenken. In zijn hand bungelt een flesje rosé. Kom eens. Kom nou toch.

Hij pakt mijn elleboog en duwt me zachtjes vooruit. „Kijk daar!”

Op de grond zit een kleine bruine vogel met klapperende vleugels schreeuwende, afwerende geluidjes te maken.

„Ze heeft haar eieren op de stenen gelegd” , zegt hij. „Drie eieren. Op de stenen! Dat wordt nooit wat.”

Het koperwerk van de fanfare schittert. De eieren fluoresceren, de man heeft misschien gelijk. Maar in dit onwerkelijke licht lijkt alles mogelijk.