Verheffing en vertier

Kinderen worden al sinds de Eerste Wereldoorlog op zomerkamp gestuurd. Ter bevordering van de wereldvrede en omdat hun ouders werken. „Het golfsurfen in Frankrijk zit barstensvol.”

Illustraties Wendy Panders Panders, Wendy

‘Gaan we vandaag nog iets leuks doen?” Deze gekmakende vraag kunnen kinderen weer met gemak vier weken lang stellen aan hun ouders. Het is zomervakantie, het basisschoolkind heeft zes weken, de middelbare scholier zeven; tel daarbij op dat het curriculum de laatste twee schoolweken bestaat uit eenmaal cijferlijst ophalen, eenmaal boeken inleveren en een feest, en je komt op negen. Maar de gezinsvakantie bestaat uit twee of drie weken.

Gelukkig zijn er zomerkampen. In overvloed. Van wakeboarden aan de Atlantische kust tot musical show in Bennekom, van kamperen aan de Vecht en zeilen in Friesland en op de Kaag tot drie weken lang elke dag met de bus van Licht en Lucht naar de Kennemerduinen.

Vinea is met meer dan negenduizend kindklanten in de zomervakantie verreweg de grootste aanbieder van vakanties voor kinderen van 7 tot en met 19 jaar. Meer dan duizend vrijwilligers, voornamelijk studenten, begeleiden hen naar uiteenlopende kampen in Nederland en Europa. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is er. Harry’s Magical England maakt in Zuid-Engeland excursies naar locaties uit de Harry Potter-films, er zijn survivaltochten in de Ardennen, er is karten en klimmen in Zoetermeer, er is alles waar een zeil aan te pas komt, golven, koken, streetdance, paardrijden, een taalcursus in Toscane en Safaricamping in de Beekse Bergen.

Volgens Vinea-directeur Piet-Hein Herfkens, die zelf als kind heeft leren zeilen bij Vinea, moet je inventief blijven om aan de stijgende vraag en belangstelling te kunnen voldoen. „Alleen zeilen is niet meer voldoende, het golfsurfen in Frankrijk zit barstensvol. Per week gaan daar zeventig kinderen naar toe.” Nieuw in het pakket zijn de dierentuinvakanties. Vooral Dolphins is een succesnummer. „We kijken naar kindertelevisie en jeugdjournaal om erachter te komen wat kinderen leuk en interessant vinden. Na de eerste Idols ging het Dolfinarium op zoek naar de beste dolfijnverzorger. Daar kwamen 20.000 kinderen op af. Dat bracht ons weer op het idee om iets met dolfijnen te gaan doen. Wij hebben het Dolfinarium benaderd om met hen een kamp te creëren waarbij kinderen drie dagen op het Dolfinarium logeren, de dieren voederen en wakker worden met dolfijnen. Het is een doorslaand succes.”

De populariteit van Vinea onder jongeren schrijft Herfkens toe aan het Vineavirus: „Veel oud-kampers gaan later in de leiding en zijn een hele zomer in touw om de kinderen een onvergetelijke tijd te bezorgen. Kinderen ervaren bijzondere dingen met leeftijdgenoten, maken mooie en spannende tochten of voorstellingen. De groepsdynamiek die dan ontstaat is intens. Iedereen herinnert zich later nog de pogingen ’s nachts over te lopen naar de andere sekse. Pesten is niet aan de orde, daar wordt goed op gelet. We horen van ouders dat hun kind zo’n week voor het eerst zichzelf heeft kunnen zijn.”

Voor wie wereldburgers wil grootbrengen, is CISV ideaal. De Children’s International Summer Villages zijn er gekomen op initiatief van de Amerikaanse kinderpsycholoog Doris Allen. Ideeën na de Tweede Wereldoorlog om herhaling van oorlogshandelingen te voorkomen, resulteerden in een eerste CISV met kinderen uit acht landen in 1951. Allen was ervan overtuigd dat de bron van langdurige vrede lag bij het kweken van begrip en respect voor andere culturen. Te beginnen bij zich ontwikkelende kinderen, in wie de vooroordelen nog niet ingebakken zijn en die nog kunnen leren van elkaar.

CISV is inmiddels actief in zestig landen. Zo komt het dat ieder jaar twaalf ‘delegations’ van vier elfjarige Nederlanders vier weken doorbrengen met delegaties uit elf andere landen. In Japan, Engeland, Portugal, Australië, noem maar op. Eén Hollandse delegatie heeft pech, die blijft in Nederland. Maar dat zien de ouders niet als pech, althans niet publiekelijk. Nicolette Brink uit Nieuwerbrug aan de Rijn: „Het gaat erom dat de kinderen op een ontspannen manier bevriend raken met buitenlandse kinderen. Mijn oudste heeft een Portugese vriendin gemaakt, deze zomer gaat ze naar Portugal. Prachtig toch?”

De kinderen worden na de reis, begeleid door een student, twee aan twee opgevangen in een gastgezin. Zo heeft de begeleiding een paar dagen de tijd het kamp in gereedheid te brengen. Brink, moeder van Jozefien (12), Rosemarijn (11), Madeleine (10) en Julienne (8), had vorig jaar twee Japannertjes te gast. „Toevallig heb ik Japans gestudeerd, dus dat kwam mooi uit. Maar het bleek behoorlijk weggezakt. Ze hadden veel last van jetlag, dat was jammer. Dit jaar heb ik om die reden gevraagd om gasten die van minder ver komen, ik krijg nu Engelsen.”

Brink was zelf ietsje ouder toen ze met CISV in aanraking kwam en is als middelbare scholier naar Zweden en Florence geweest, later werd ze begeleider. Haar broertjes gingen wel al op hun elfde. Op de voorbereidende weekendjes kwam ze diverse ouders tegen die zelf ook mee zijn geweest. Is het elitair? „Ach, je treft natuurlijk wel het soort mensen dat de toegevoegde waarde ervan ziet. En die hun kinderen durven te sturen. Soms staat iemand die hoort dat ik mijn elfjarige vier weken laat vertrekken, mij raar aan te kijken. Je ziet ze denken: wat ben jij voor slechte moeder! Dat doet mij niets. Ik geef ze hierdoor juist heel veel mee waar ze hun hele leven plezier van hebben. Vorig jaar bij het ophalen zaten de kinderen Engels te babbelen in de auto. Overigens is het wel zo dat meer meisjes dan jongens worden aangemeld. Misschien zijn die er eerder aan toe, ik weet het niet. Het vervelende is dat er per delegatie twee meisjes en twee jongens meegaan. Als er te veel meisjes zijn, moet er dus worden geloot. Mijn oudste moest loten, mijn tweede dit jaar gelukkig niet.”

Wil er nooit een kind naar huis? „Het wordt goed voorbereid. Er zijn oefenweekenden in Nederland, waarop ze hun delegatiegenootjes leren kennen. Tijdens het kamp is er geen contact, niet per telefoon en niet per mail. Dat geeft alleen maar onrust. Alle ouders geven hun kind een brief mee voor als de nood aan de man komt. Daarin staat niet ‘we missen je heel erg’, maar ‘we zijn heel trots dat je dit doet’. Maar vorig jaar zijn alle enveloppen ongeopend retour gekomen.”

CISV-penningmeester Pieter Gevers Deynoot: „Ouders hebben meer last van heimwee dan de kinderen. Echt bij heel hoge uitzondering wil een kind naar huis. Een kamp van vier weken kost 880 euro, plus de reis en wat zakgeld. De begeleiders krijgen alleen hun ticket betaald. Het gaat om grensoverschrijdende communicatie en is geheel non-profit. Het mooiste vind ik dat het een organisatie is die vrijwel geheel door jongeren wordt gerund.”

Voor Amsterdamse ouders van basisschoolkinderen die het dichter bij huis zoeken, is er onder andere Licht en Lucht, destijds opgericht om de stadse bleekneusjes een kans te geven om in de Kennemerduinen te genieten van frisse, gezonde lucht, terwijl hun armlastige ouders gewoon door konden werken in de zomer. Van huis uit een katholieke organisatie, is het tegenwoordig voor alle gezindten, hoewel het lastig is om Turkse en Marokkaanse kinderen te bereiken. Kees Tuinder, bestuurslid van Licht en Lucht, verzucht dat hij „ze graag zou willen hebben, want ze horen er gewoon bij. Kijk naar de bevolkingsopbouw van Amsterdam, reuze jammer”. Hij vermoedt dat hun afwezigheid deels verklaard wordt door de onbekendheid met het fenomeen zomerkamp en door een vakantie van zes weken in het land van herkomst. „Als ik kijk naar de lijst kinderen uit de Chassébuurt, waar toch veel allochtonen wonen, zie ik hier en daar wat exotische achternamen, maar dat zijn dan doorgaans weer kinderen met een Nederlandse moeder.” Uit onderzoek van het Utrechtse communicatiebureau MCA blijkt inderdaad dat een meerderheid van de Turken en Marokkanen bijna de hele zomervakantie weg is.

Begin april krijgen alle Amsterdamse basisscholen de inschrijfformulieren voor Licht en Lucht, 68.000 stuks in totaal. Maar volgens Tuinder liggen die vaak tot vlak voor de zomervakantie onuitgedeeld op de scholen. „Ook dat schiet niet op.”

Patrick Snoek, beleidsadviseur bij de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, tevens subsidiant van de Amsterdamse zomerkampen, verklaart het geringe percentage kinderen met een ‘niet-westerse achtergrond’ bij Licht en Lucht door het wervingsgebied binnen de Ring. „Bij de andere dagkampen Agnes en de Duinrakkers die met name in West, Oost, Noord en Zuidoost opstapplaatsen hebben, heeft ruim de helft van de kinderen een niet-westerse achtergrond. Alle dagkampen worden door de gemeente Amsterdam zwaar gesubsidieerd, ook al is een deel van de kinderen bepaald niet armlastig. Het kost per week 35 euro voor één kind, met stadspas 80 procent korting. Misschien is het volgend jaar voor stadspashouders zelfs gratis, omdat we het heel belangrijk vinden dat kinderen uit die doelgroep lekker de stad uitkunnen om vakantie te vieren.”

Kees Tuinders band met Licht en Lucht stamt uit zijn eigen jeugd, hij ging als kind al mee. Nu vormt hij al jaren samen met zijn neef het bestuur van de afdeling Thomas-Vredes-Buitenveldert. Tussen 1 april en 30 september is hij na het werk én in de weekends vrijwillig in touw om de hele organisatie rond te krijgen, inclusief de leiding. Hoe worden zij gescreend, en glipt er bijvoorbeeld geen pedofiel doorheen? Tuinder: „Bij het eerste introductiegesprek stellen we allerlei vragen. Afhankelijk van iemands reactie, gaat diegene door naar de tweede ronde. Merken we dat iemand tijdens het kamp vaak weggaat met een groepje kinderen, dan grijpen we in. Er komt direct een extra leider bij dat groepje, en dan zeggen we dat dit de laatste dag is geweest. Het is een bescherming voor de kinderen, én bescherming tegen zichzelf. We leggen uit dat je een dergelijke aantekening op je CV nooit meer kwijtraakt. De Bond van Amsterdamse Vakantiekampen houdt een lijst bij van (vermeende) pedofielen. Gelukkig is het al in geen jaren voorgekomen.”

Vanaf 30 juni rijden er dagelijks vijf bussen naar een mooie vallei nabij duinmeer het Wed met in totaal 225 kinderen. Wie na kwart over acht ’s ochtends met de kinderen bij de opstapplaats aankomt, kijkt tegen de achterlichten van de bus aan. „Je móet streng zijn.” Volgens Tuinder, die pedicure is en een winkel in comfortschoenen heeft, zijn er „natuurlijk kinderen die het niks vinden, maar die vinden het nergens iets”. Ook neemt hij het op de koop toe als tweeverdieners het kamp beschouwen als goedkope oppas. „We doen het in de eerste plaats voor het kind. Alleen thuis rondhangen zonder beweging wens ik een opgroeiend kind niet toe.” Over beweging niet te klagen, want vanaf de bushalte tot het tentenkamp is het ruim een kilometer lopen. Daar is van alles te doen, en bij mooi weer wordt er gezwommen in het Wed en Levend Stratego gespeeld in de duinen.

Het is een openbaar gebied, hebben ze nooit last van ongewenste vreemdelingen? Tuinder: „We zien wel eens een naaktloper, maar ja, bij de slager zie je meer. In zo’n geval wordt de boswachterij gebeld, en die lost het op.”

Kamp Vierhouten, in september een eeuw oud, staat bekend als het kamp waar kinderen zich kunnen voorbereiden op het studentenleven oude stijl. De leiding, die volledig bestaat uit studenten, mijdt de pers, „vanwege de vooroordelen over corporaal gedoe”. Maar over gebrek aan belangstelling hebben ze niet te klagen. Vanaf januari ontstaan er al wachtlijsten.

Taco Sillem (48) is hard core VJK-er. De Vrije Jeugdkerkkampen zijn in de jaren twintig opgericht door een dominee, op verzoek van een aantal ouders die herhaling van de Eerste Wereldoorlog wilden voorkomen door de kinderen geestelijke bagage mee te geven. Sillem heeft jarenlang in de leiding gezeten, te beginnen als adjudant, zoals een leidinghulp wordt genoemd, waarna hij uiteindelijk opklom tot hoofdleider, degene die de helikopterview houdt en waakt over het welzijn van alle aanwezige kinderen. „In ’89 ben ik ermee opgehouden, want ik zou dertig worden en dat is de leeftijdsgrens voor de leiding.” Inmiddels gaan zijn twee kinderen naar het kamp.

Sillem bezocht het vijfjaarlijkse reünistenkamp. „Dat was ook ontzettend leuk. Sommige reünisten zijn zo oud dat ze niet meer in de heksenkring kunnen zitten, op de balken. Die moeten stoeltjes mee. Geweldig.”

Op de deelnemerslijst staan soms kinderen naast kinderen van wie de ouders dertig jaar eerder ook samen op de lijst stonden. „Het komt regelmatig voor dat je iets leest en denkt: hé, typisch een VJK-naam.” Veel families uit de betere kringen uit Rotterdam, Den Haag en Oegstgeest sturen hun kinderen immers naar het kamp in Overijssel waar ze iets extra’s meekrijgen in de ochtendbijeenkomst, de dagafsluiting en de zondagdienst. Er wordt niet gebeden of gepreekt, maar er wordt wel ritueel aandacht besteed aan niet-aardse zaken. Sillem: „Het is moeilijk uit te leggen aan een buitenstaander.” Toch worden de aardse zaken niet vergeten: de Stichting, die het terrein en de boerderij in bezit heeft en onderhoudt, staat nogal eens vermeld in legaten en testamenten.

Maar daar houden de deelnemers zich nog niet mee bezig. Sillem sluit zich aan bij Herfkens van Vinea: „Het contact met de andere sekse is natuurlijk een belangrijk onderdeel van ieder zomerkamp. De jongens slapen in VJK helemaal apart van de meisjes. Daar zit tweehonderd meter tussen. Ik kan mij de enorme opwinding die dat destijds teweegbracht nog goed voor de geest halen.

„Het mooie van VJK is dat er vrijwel niets gebeurt. Geen strak georganiseerd, opgelegd avontuur. Het is rond het kampvuur zitten, fietstochtjes maken en zwemmen in de Vecht, slapen in een tent. En zingen. Maar dan niet zo hard mogelijk.”