Tot in de puntjes verzorgd

Bijna negentig, maar pianist Hank Jones speelt nog op North Sea Jazz, met een speciaal verjaardagsconcert. Jones is een veelgevraagd collega: zwierig en puntig spel, geen man die zich op de voorgrond dringt en altijd op tijd.

Hank Jones Foto AFP LOS ANGELES - FEBRUARY 3: Jazz musician Hank Jones performs at the Recording Academy Grammy Tribute to Jazz at the Music Box at Henry Fonda Theatre on February 3, 2006 in Los Angeles, California. (Photo by Michael Buckner/Getty Images) *** Local Caption *** Hank Jones Getty Images/AFP

Voor Bix Beiderbecke werd een altaar opgericht, speelde Art Tatum ergens, dan was ‘God in huis’. Charlie Parker werd heilig verklaard, Thelonious Monk was de ‘hogepriester van de bebop’ maar aan pianist Hank Jones kleefde nooit iets heiligs. Voor eeuwige roem had hij het te druk; hij speelde, speelde, speelde en speelde en doet dat vlak voor zijn negentigste verjaardag nog.

Hij staat dan ook op honderden platen, waarvan ten minste zestig op zijn eigen naam, maar er is geen mens ter wereld die ze allemaal verzamelt. Voor de platenbusiness geldt hetzelfde; veel jazzpianisten hebben ze inmiddels compleet in boxen gevangen, van Fats Waller tot Bill Evans, maar aan Hank Jones valt niet te beginnen als hij zou overlijden, wat gelukkig nooit zal gebeuren.

Hank Jones, dat wist je, zou er altijd zijn, dus hoefde je je nooit voor hem te haasten. Voor hem spaarde je niet je zakgeld op en rende je niet naar de platenwinkel. Hank Jones kreeg je vanzelf in huis, door platen van anderen te kopen, Now’s the Time van Charlie Parker bijvoorbeeld of Somethin’ Else van Cannonball Adderley met daarop ook trompettist Miles Davis en drummer Art Blakey. Of als toegift bij Ella Fitzgerald met wie hij voor de firma Decca begin jaren vijftig mooie songs opnam maar ook populaire dingen als The Hot Canary en flauwiteiten als Santa Claus Got Stuck In My Chimney. Want kieskeurig was Hank Jones niet.

Hij groeide op in Pontiac, Michigan waar zijn vader diaken was in de Baptistenkerk en zijn brood verdiende als bosopzichter. Zijn moeder zong en twee van zijn oudere zusters kregen al pianoles voordat Hank er heel jong aan mocht beginnen. Na hem volgden zijn broer Thad die het als trompettist ver schopte in de jazz en benjamin Elvin. De laatste bereikte wereldroem met zijn grensverleggende drumwerk, met name in het kwartet van saxofonist John Coltrane.

Vanaf zijn dertiende trad Hank op in het openbaar. Hij speelde in lokale en regionale bands tot hij in 1944 werd ontdekt door saxofonist Lucky Thompson die een baantje voor hem wist in de Onyx Club, gevestigd aan Fifty Second Street, het hart van de moderne jazz in New York. Hij speelde met mensen van naam en faam onder wie John Kirby en Coleman Hawkins, verdiepte zich in de nieuwe bebop-stijl maar werd nooit een echter bopper als bijvoorbeeld Bud Powell. Dat is trouwens kenmerkend voor Jones: hij werd nooit lid van enige club, engageerde zich nooit helemaal. Niet toen hij toerde met Jazz at the Philharmonic, niet toen hij de vaste begeleider was van Ella Fitzgerald, niet als huispianist van het label Savoy en niet toen hij vanaf 1959 zestien jaar lang behoorde tot het huisraad van de studio’s van CBS. Daar deed hij werkelijk van alles – van het spelen in de Ed Sullivan Show als begeleider van Frank Sinatra tot het vervaardigen van achtergrondmuziek bij films en documentaires. Volgens sommigen werd Jones in die jaren ‘stinkend rijk’.

Zo’n vaste broodheer was in elk geval niet gek: hij mocht met anderen spelen, live of op de plaat. En dat gebeurde ontzettend vaak omdat Hank goed muziek kon lezen en men wist dat hij altijd kwam; op tijd, goed in het pak, geschoren en de schoenen gepoetst. Een gesoigneerdheid die paste bij zijn spel dat steevast als onberispelijk, elegant, smaakvol en zwierig werd omschreven, zo niet als als to the point of zeer flexibel.

Er waren critici die noteerden dat zijn spel zó herkenbaar was, dat je hem er midden van handenvol andere pianisten, zo tussenuit kon pikken. Mijn eigen ervaring is dat niet. Toen ik vorig jaar tijdens een jazzquiz een stuk van hem draaide, was de herkenningsscore dramatisch laag. Onder de acht gelouterde jazzkenners met een luisterervaring van gemiddeld veertig jaar was er één die de pianist eruit haalde als Hank Jones.

Eigenlijk is dat ook niet verbazingwekkend. Dat Hank Jones zoveel werd gevraagd was te danken aan het feit dat hij, anders dan Art Tatum, Erroll Garner of Thelonious Monk, juist geen specifieke pianostijl had. Wie als solist een begeleider zoekt, vraagt natuurlijk geen hemelbestormer die alle aandacht naar zich toe trekt. Jones wist zich altijd te onderschikken, zich aan te passen aan degene die hem had gevraagd, of dat nu een groot talent was of een matige would be -artiest. Stijlloosheid als deugd, zou je kunnen zeggen.

Dat de pianist op oudere leeftijd steeds meer ging optreden als leider en solist, veranderde weinig aan zijn stijl. Kwamen andere oude muzikanten na jaren in studio’s te hebben gesleten terug op het podium met uitbundig bravoure, zoals saxofonist Bud Shank, bij Hank Jones bleef alles bij het oude. Hij speelde nog altijd bijna alles mezzo forte en toonde een voorkeur voor beproefde standards omdat hij door zijn 24-uurs economie nooit tijd had gehad of genomen om pakkende eigen stukken te schrijven.

Aangezien in de VS altijd werk voor hem was, kwam hij zelden in Nederland. In 1952 maakte hij hier zijn debuut als begeleider van Ella Fitzgerald, in 1979 figureerde hij bij de Tenor Battle op North Sea Jazz als wijze heer achter vijf machosaxofonisten en in 1982 speelde hij drie dagen de rol van huispianist op het Internationaal Jazz Festival in de Amsterdamse Meervaart.

Tot een klein optreden kwam het pas januari 2006 in het BIMhuis in Amsterdam waar hij twee avonden een duet speelde met saxofonist Joe Lovano en na de pauze solo ging. Hij opereerde heel zwierig en zo zag hij er ook uit, zijn lakschoenen kon je van een afstand zien glimmen.

Bij zijn ‘90th Birthday Concert’ op het komende North Sea staan in het programmablad ook trompettist Roy Hargrove en de Italiaanse zangeres Roberta Gambarini. Met de laatste maakte Jones vorig jaar de duo cd You are There van Universal. Niet goed verklaarbaar is de aanwezigheid van een tweede pianist, Tamir Hendelmen. Gaat Jones zich wagen aan quatre-mains of houdt de organisatie er rekening mee dat hij het wellicht niet haalt? Laten we het er maar op houden dat Hendelmen alleen is ingehuurd om op het juiste moment ‘Happy Birthday’ in te zetten.

Hank Jones speelt vrijdag 11 juli om 21.00 uur in de Hudson-zaal