Toch een alternatief voor de JSF?

In 2002 koos de luchtmacht de JSF als het Nederlandse gevechtsvliegtuig voor de toekomst. Nu worden er opnieuw kandidaten geëvalueerd maar de vraag is: kijkt men ook serieus?

Grote verbazing bij vliegtuigbouwer Gripen International in Linköping. Op 29 mei kreeg het Zweedse bedrijf (onderdeel van het Saab-concern) plotseling een e-mail van de Nederlandse kolonel Robert Jan Geerdes. Het ministerie van Defensie wilde graag komen praten over de Gripen Next Generation, de nieuwste versie van het Zweedse gevechtsvliegtuig waarvan een eerdere variant door Nederland was afgekeurd. Of vrijdag 6 juni misschien schikte?

De Zweden krabden zich eens achter de oren. Was dit serieus?

In 2002 had de Nederlandse luchtmacht zes mogelijke opvolgers van de F-16 geëvalueerd. De Gripen was daarbij als een van de eersten afgevallen. Het Zweedse toestel kon niet ver genoeg vliegen en niet genoeg bommen meenemen. De Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) had het hoogst gescoord in de analyse van de luchtmacht. Het kabinet had daarop besloten 800 miljoen dollar te investeren in de ontwikkeling ervan.

Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer had de Europese concurrentie zich luidkeels beklaagd over het selectieproces. De luchtmacht was alleen geïnteresseerd in de JSF, zeiden vertegenwoordigers van het Eurofighter-concern en de Franse vliegtuigbouwer Dassault.

Waarom zou de Gripen nu ineens wel serieus worden genomen, vroeg men zich in Linköping af. In de vragenlijst die men kreeg, werd het Zweedse gevechtsvliegtuig niet eens als kandidaat genóémd. „De Nederlandse regering heeft het ministerie van Defensie opgedragen een vergelijkende analyse te maken van de Rafale, de Eurofighter, en de advanced F-16”, schreef Defensie op 27 mei.

Op die dag debatteerde ook de Kamercommissie voor Defensie over de JSF. Zoals verwacht kreeg het ministerie toestemming toe te treden tot de testfase (IOT&E) van het JSF-programma. Maar gemakkelijk ging dat niet. PvdA-woordvoerder Angelien Eijsink trok fel van leer tegen de „onbetrouwbare” informatievoorziening. De PvdA was de verkiezingen ingegaan met de belofte dat Nederland uit het JSF-project zou stappen. Tijdens de coalitieonderhandelingen was er met het CDA een compromis gesloten: voordat de eerste toestellen zouden worden aangeschaft – ook testtoestellen – zou er een tweede evaluatie komen.

In het debat eiste Eijsink dat de onafhankelijkheid van dit onderzoek zou worden gewaarborgd. Ze eiste ook dat bij de evaluatie zou worden gekeken naar álle vliegtuigen die kandidaat waren bij landen uit het JSF-project. In Noorwegen en Denemarken is de Gripen Next Generation – die verder kan vliegen en meer wapens kan meenemen dan zijn eerder afgekeurde voorganger – nog steeds een serieuze optie. Die moest dus terug op de shortlist. Idem voor een andere Deense kandidaat: de F-18 van Boeing.

Gisteren stuurde staatssecretaris van Defensie De Vries (CDA) eindelijk een brief over de kandidatenevaluatie naar de Tweede Kamer. De Vries bevestigt hierin dat Defensie de Gripen opnieuw zal bekijken. De staatsecretaris meldt bovendien dat het adviesbureau Rand-Europe de kandidatenevaluatie zal controleren. „In het licht van de motie Eijsink”, schrijft De Vries, „wil ik de onafhankelijkheid ook graag tijdens het evaluatieproces vormgeven.”

Maar de luchtmacht heeft niet gewacht op de brief van de staatssecretaris. In februari wil Defensie het eerste testtoestel aanschaffen. Voor die tijd moet de kandidatenevaluatie zijn afgerond. Op 20 juni ontvingen Gripen en alle andere relevante luchtvaartbedrijven dus al een nieuwe vragenlijst. Daarin stelde Defensie een keiharde deadline: de honderden technische en zeer gedetailleerde vragen moesten vóór 31 juli zijn beantwoord.

Volgens de luchtvaartindustrie is dat een onmogelijke opgave. Het leveren van de gevraagde informatie kost veel meer tijd. Veel gegevens zijn bovendien militair geheim, en moeten door nationale overheden worden vrijgegeven. „Bedrijven kunnen normaal gesproken rekenen op een termijn van 90 dagen om te antwoorden”, schreef Gripen International op 25 juni aan Defensie. In de brief vraagt het concern om uitstel tot 30 september.

Dassault en Eurofighter hebben inmiddels al laten weten helemaal geen informatie in te zullen sturen. „Volgens ons draait dit om een bevestiging van een beslissing die allang is genomen”, aldus Eurofighter.

Bij de luchtmacht haalt men de schouders op. Als bedrijven geen informatie leveren, doen ze niet mee. Het is de vraag of de PvdA daarmee genoegen neemt.

Meer over de mogelijke aanschaf van de JSF: nrc.nl/jsf