Spanje is de sportgrootmacht van Europa

Spanjaarden heersen de laatste jaren in toenemende mate op sportgebied in Europa. Een Europese voetbaltitel zou voor het land de mooiste bekroning zijn van de trend.

Spanje was voor het EK voetbal al dé sportmacht van Europa. Ga maar na. Alberto Contador pakte de eindzege in de Tour de France, Rafael Nadal is al jaren koning van Roland Garros, Pau Gasol leidde zijn land naar de wereldtitel basketbal, tweevoudig wereldkampioen Fernando Alonso maakte zijn land gek van Formule I, motorcoureur Jorge Lorenzo is met twee wereldtitels in de 250 cc een ware volksheld en de volleyballers zijn regerend Europees kampioen. Als de voetballers morgen in Wenen ten koste van Duitsland het EK winnen, is de hegemonie compleet.

Het nationale voetbalelftal van Spanje werd de voorbije decennia vaak afgeschilderd als een formatie zonder hart. De ploeg zou het product zijn van een land dat door verschillende bevolkingsgroepen verdeeld raakte. Catalaanse en Baskische voetballers zouden zoveel afkeer hebben tegen het uit Madrid geleide Spanje, dat ze zich niet voor honderd procent zouden willen geven in het nationale tricot. De zoveelste vroegtijdige uitschakeling van Spanje tijdens het WK van 2006 leidde in steden als Barcelona en Bilbao tot leedvermaak. Met een verliezend elftal wil nu eenmaal niemand zich identificeren.

Cynici vermoedden dat Spanje in het landenvoetbal altijd in de schaduw zou blijven staan van wereldkampioenen als Engeland, Duitsland, Frankrijk en Italië. In de voorbereiding van het EK liepen de Spanjaarden nauwelijks warm voor het eindtoernooi in Zwitserland en Oostenrijk. Eerst zien, dan geloven. De Spaanse profvoetballers wisten als geen ander dat saamhorigheid dé sleutel naar succes zou zijn. Het moest voorbij zijn met het tellen van het aantal Catalanen, Basken en ‘echte’ Spanjaarden in de selectie van bondscoach Luis Aragones. De Europese titel is alleen te behalen in het shirt van Spanje. De ‘nationale’ elftallen van Catalonië en Baskenland mogen slechts officieuze interlands afwerken.

Gabriel Garcia de la Torre – beter bekend onder zijn voetbalnaam Gabri – had in de aanloop naar het EK al het gevoel dat Spanje „wel eens iets moois” zou kunnen neerzetten. De voetballer van Ajax, die zowel voor Spanje als voor Catalonië uitkwam, maakt deel uit van een generatie profs die sport en politiek op het veld van elkaar gescheiden houden. „Spanje beschikt over een zeer talentvolle selectie. Spelers die allemaal Europees kampioen willen worden. Een sporter die iets wil winnen zal daarvoor alles opzij zetten. En dan maakt het niets uit in welk shirt je dat doet”, sprak Gabri voor het Europees kampioenschap.

In navolging van de wielrenners, de tennissers, de basketballers, de coureurs en de volleyballers maakten de voetballers van Spanje tijdens het EK in het hele land nationalistische gevoelens los. De euforie ontstond pas echt toen de ploeg donderdag in de halve eindstrijd afrekende met het Rusland van Guus Hiddink. Voor het eerst sinds 1984 bereikte la seleccion nacional de España de halve finale van het EK. Het cynisme maakte plaats voor een hosannastemming. Het succes van de nationale ploeg heeft opeens vele vaders. ‘Con tres del Barça’, schreef de Catalaanse sportkrant El Mundo Deportivo, verwijzend naar de drie Barcelona-spelers Carles Puyol, Andres Iniesta en Xavi Hernandez. Een recordaantal televisiekijkers van zeventien miljoen Spanjaarden zagen hoe David Silva de 3-0 maakte tegen Rusland.

Spanje maakt zich sindsdien op voor een voetbalfeest waarbij de huldigingen van andere nationale sporters in het niet moeten vallen. Het succes van de voetbalploeg staat zeker niet op zichzelf. Volgens een woordvoerder van het Spaanse ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Sport hebben de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona als een soort katalysator gewerkt. De 489 deelnemende sporters uit Spanje veroverden dertien gouden, zeven zilveren en twee bronzen medailles. „Daarna hebben we alles in het werk gesteld om sport nog meer onderdeel uit te laten maken van onze cultuur”, stelde de zegsman van het ministerie. „Bonden en federaties hebben de handen ineengeslagen. Op verschillende plekken in het land zijn opleidingscentra neergezet. Verder ondersteunt de staat tal van initiatieven op het gebied van de ontwikkeling van de sport. Zo kunnen de topzwemmers bijvoorbeeld beschikken over de modernste technologie. De factor ‘geluk’ is ook belangrijk, maar als je daarvan afhankelijk bent kom je niet ver.”

Het Spaanse Koninklijk Huis en de sport worden na de dood van voormalig dictator Francisco Franco in 1975 gezien als de bindmiddelen van de verdeeld geraakte samenleving. Bij de Spelen van Barcelona droeg kroonprins Felipe tijdens de openingsceremonie onder luid gejuich de vlag het stadion binnen. Hij deed mee als lid van het Spaanse zeilteam en eindigde met zijn ploeg als zesde.

Felipe zal morgen net als afgelopen donderdag samen met zijn vrouw Letizia de verrichtingen van de nationale voetbalploeg vanaf de tribune in Wenen volgen. De laatste keer dat Spanje zich Europees kampioen voetbal mocht noemen was in 1964, twee jaar voor de geboorte van Felipe. Die titel ging echter vooral de geschiedenis in als een zege van Franco op de communistische Sovjet-Unie. Als Spanje morgen van Duitsland wint, is het in alle steden van de grootste sportnatie in Europa feest.