Overblijfparadox

Als meer ouders werken, zijn er meer overblijfouders nodig en minder beschikbaar. Frederiek Weeda

illustratie jurgen wiersma Wiersman, Jurgen

Andrea Klekamp is twee per week ‘overblijfkracht’ op de basisschool van haar zoon in Amsterdam-Zuid. Ze heeft dan een uur lang 33 kinderen van tien jaar onder haar hoede die eerst moeten eten en vervolgens spelen. “Als ik er alleen sta, is het soms wel moeilijk om orde te houden. Met zijn tweeën gaat het beter. Maar het is voor de school lastig om overblijfkrachten te vinden.” De meeste vaders en moeders van leerlingen van deze school werken, vertelt ze. “Hoewel. Sommige moeders werken niet echt. Ze tennissen de hele dag of laten de hond uit en noemen zich ‘interior designer’.”

Overblijfkrachten zijn anno 2008 een schaars goed. Daar zit een paradox in: ouders die werken zijn afhankelijk van de overblijf. Maar doordat in steeds meer gezinnen beide ouders werken, zijn er te weinig overblijfkrachten. Want de overblijf op Nederlandse basisscholen is geheel afhankelijk van ouders die zich vrijwillig inzetten.

De formele norm is één overblijfkracht per 15 kinderen – dat eist de verzekering ook – maar de meeste scholen beschikken in het beste geval over één per klas. Voor gemiddeld tien euro per overblijf schenkt zij of hij melk, houdt toezicht en zorgt dat iedereen zijn boterhammen niet achter de verwarming propt maar werkelijk opeet.

Veel basisscholen roepen ouders maand in maand uit op om ‘overblijfkracht’ te worden. In brieven, brandbrieven zelfs, op hun website en in de schoolkrant. Op basisschool Parijsch in Culemborg gaan ze verder dan smeken. “Als we onvoldoende vrijwilligers hebben, roosteren we werkende ouders gewoon in. Die moeten dan iemand anders regelen of vrij nemen”, zegt directrice Nellie Heyboer. “Het staat al sinds onze oprichting duidelijk in ons schoolreglement. Wie zijn kind hier inschrijft weet dat dat verlangd wordt.”

vakantie

Blij zijn de ouders er niet altijd mee. Die moeten al twaalf weken schoolvakantie per jaar opvangen terwijl ze zelf gezamenlijk meestal maar tien weken vakantie hebben – dan hebben ze nog niet één week samen met de kinderen op vakantie doorgebracht. En dan moeten ze ook nog vrij nemen voor dat uurtje overblijven! „Maar alle kinderen maken er bij ons gebruik van”, zegt Heyboer. “En alle ouders vinden het heerlijk dat het zo goed is geregeld. Je kind eet zijn boterhammetje in een veilige omgeving tussen zijn klasgenoten. Wij vinden daarom dat álle ouders een steentje moeten bijdragen.”

Maar verplicht meedoen aan de overblijf is ondenkbaar voor Trix de Jong, moeder van een vijfjarig meisje en lerares Nederlands op een middelbare school in Amsterdam. “Ik werk vier dagen in de week. Ik kan er niet even tussenuit om te helpen met de overblijf van mijn dochter want dan is er een klas zonder lerares op mijn school.” Ze wijst erop dat in veel beroepen men niet zomaar vrij kan nemen buiten de ver van te voren geplande vakanties. En ook ouders met kleinere kinderen thuis kunnen moeilijk overblijfkracht zijn met een of twee peuters op schoot.

Vroeger was er geen overblijf. Toen haalde moeder om twaalf uur de kinderen uit school, aten ze thuis een boterham en gingen ze van een tot drie uur ’s middags weer naar school. Die tijden zijn voorbij nu steeds meer moeders werken.

Ook, bijvoorbeeld, reformatorische moeders. “Ruim de helft van mijn moeders werkt”, vertelt directeur B. van der Wulp van basisschool dominee J. Poliander in Dordrecht, “en al onze leerlingen blijven over.” Ook als hun moeders níet buitenshuis werken dus. Reformatorische scholen trekken vaak leerlingen uit de hele streek. Even naar huis gaan lukt dan niet.

uitbesteden

Sinds 1983 z ij n scholen verplicht een ruimte beschikbaar te stellen voor de overblijf en sinds drie jaar zijn schoolbesturen zelfs verplicht om de overblijf te organiseren of uit te besteden aan een professionele organisatie. Dat laatste doen niet alle scholen. “Wij organiseren de overblijf zelf”, zegt Marijke Paap van de Waterwilg in Nootdorp, een welvarende gemeente tussen Delft en Den Haag. “En wij doen dat heel goed. Maar het zijn ouders die er tijdens het middageten vrijwillig staan. Ook als een professionele organisatie de overblijf organiseert, zet die ouders in, geen professionals. Die zijn niet te vinden voor één uur per dag. Voor ons reden om het zelf te organiseren. Dan is het veel goedkoper.”

Zelfs als dat lukt, is nog niet iedereen tevreden. Overblijfkracht Klekamp hoort bijvoorbeeld weleens ouders klagen dat de overblijf ‘te onrustig is’ voor hun kinderen. “Ik denk dan: dan moet je zelf maar eens meedraaien, dan zie je ook hoe jouw kind zich gedraagt in de groep. In plaats van elke dag buiten de deur te lunchen.”