Nota tegen rommelig bouwen

Het kabinet vindt dat Nederland te veel verrommelt. Het wil daarom meer aandacht voor het ontwerp in Nederland.

Dit blijkt uit de architectuurnota ‘Een cultuur van ontwerpen’ die minister Plasterk (OCW) en minister Cramer (VROM) vandaag aan de Tweede Kamer hebben aangeboden. De bewindslieden signaleren een merkwaardige paradox. „Aan de ene kant”, zo schrijven ze, „staan Nederlandse architecten, stedebouwkundigen en landschapsarchitecten internationaal hoog aangeschreven. Tegenlijk leeft er een breed gevoel dat Nederland verrommelt, zowel onder het publiek als onder vakmatig of politiek betrokkenen.”

De ministers willen de ruimte in de steden intensiever gebruiken, onder meer door hoogbouw en door met name ‘karakteristieke’ gebouwen een andere bestemming te geven, om het landelijk gebied open te houden.

Ze stellen ook geld beschikbaar voor een zogenoemd laboratorium waar architecten, stedebouwers, bestuurders en burgers samen gaan werken. Steeds meer burgers ontwerpen en bouwen hun eigen huis, maar „er is te weinig notitie dat zij de stad zo vorm geven”, aldus Plasterk en Cramer. Het laboratorium krijgt in 2009 300.000 euro en in 2010 750.000 euro.

Het kabinet stelt verder dat als het rijk zelf opdrachtgever is, er in een vroeg stadium aandacht aan het ontwerp moet worden besteed – vooraf dus en niet achteraf. De ministers noemen in dat kader specifiek de uitbreiding van Almere.

Tevreden zijn de bewindslieden op dit moment allerminst. Ze menen dat de positie van de discipline stedenbouw, „waar Nederland een groot deel van de twintigste eeuw vermaard om was, is verslechterd en misschien wel gemarginaliseerd”.