New Orleans gaat nooit ten onder

De ‘bakermat van de jazz’ heeft door orkaan Katrina veel verloren. Maar het JazzFest is overeind gebleven. „Er was geen twijfel over dat we doorgingen.”

Over jazz en muziek in de etalages van souvenir winkels in New Orleans. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

We’re jazzed you’re here, verwelkomen vlaggen bezoekers in ‘swampcity’ New Orleans. Met de shuttlebus rijden we naar de oude drafbaan in het noorden van de stad. De bestemming: het vermaarde New Orleans Jazz & Heritage Festival. Maar al nadat we Canalstreet, de grote centrumader hebben verlaten, komt een confrontatie met het grote leed van de stad: het tentenkamp onder de Interstate 10 bridge. New Orleans (‘N’arlings’) telt naar schatting nog zo’n 12.000 daklozen als gevolg van orkaan Katrina die augustus 2005 één van ’s werelds bruisendste jazzsteden stil maakte.

Hoewel New Orleans minder werd getroffen dan aanvankelijk gevreesd, stond bijna tachtig procent van de stad onder water door grote dijkdoorbraken. Veel prominente gebouwen werden verwoest. New Orleans gold als plek waar menig jazzartiest groot werd, waar tot diep in de nacht werd gejamd in de French Quarter. Rondom de Fair Grounds Race Course aan de noordkant van de stad stonden de huizen voor de helft onder water. De watergrens tekent op de muren. Het is een wijk met shotgunhouses, woningen als schoenendozen met voor en achtereen deur (waardoor een eventuele kogel zou kunnen wegkomen). De bewoners op hun verandaatjes proberen mee te profiteren van alle festival toestroom. In tuinen kan geparkeerd worden tegen betaling en kinderen verkopen flesjes water. Overal hangen fleurs-de-lis, het symbool/embleem van het nieuwe New Orleans: ‘recover, rebirth en rebuild’.

Terwijl New Orleans herstellende is, lijkt de muziek, meer dan ooit, te leven. Een half jaar na de verwoestingen van Katrina ging, in mei 2006, het New Orleans Jazz & Heritage Festival gewoon door. Met iets minder podia dan normaal en een festivaldag minder. „Er was geen twijfel over dat we doorgingen”, vertelt festivalproducer Louis Edwards, die al 23 festivals organiseerde. „Symbolisch gezien zou het een tweede verschrikking geweest zijn als de stad en de regio zijn grote cultuurfestival ook was verloren.” Veel artiesten wilden juist komen spelen, aldus Edwards. „Bruce Springsteen gaf hier op de editie meteen na de ramp een van de meest emotionele en krachtige concerten ooit. Zijn van gospel, blues en folk doordrenkte eerbetoon aan de Amerikaanse folklegende Pete Seeger was helemaal in de geest van het festival.”

Verschillende jazz- en popartiesten zoals Harry Connick Jr. en Wynton Marsalis en beroemdheden hielpen mee geld inzamelen. New Orleans has to come back, cause it’s the soul of America, klonk het. Inmiddels is de muziek weer ruimschoots te horen op de pleinen en in de clubs. In de bekendste jazzstraat van New Orleans, Bourbon Street, is de jazz spijtig genoeg ver te zoeken, een platte housebeat domineert in de café’s. Maar in andere straatjes met gietijzeren balkonnetjes zijn tal van bekende jazzclubs, zoals de Preservation Jazz Hall, weer helemaal in bedrijf.

New Orleans Jazz & Heritage Festival, beter gezegd: JazzFest, trekt een opvallend blank, welgesteld publiek uit heel Amerika. New Orleans is arm, een toegangskaartje is voor de overwegend zwarte bevolking te duur. Het is een schril contrast met de uitgelaten en feestelijke sfeer op het immense festivalterrein. Vanaf de tribunekant van de renbaan valt de gelijkenis met Lowlands pas echt goed op. Ook dit festival is grootschalig opgezet en vindt plaats in de buitenlucht. Alleen gaat het hier in Louisiana om jazz in vele varianten – blues, soul en rootsmuziek – en worden de grote openluchtpodia omgeven door eettentjes met gerechten als gumbosoep, jambalaya en de pasta ‘Monica’, een specialiteit met rivierkreeft. Duidelijk, geen swing zonder good food.

Op het Gentilly-podium staat de zingende trompettist Kermit Ruffins met zijn Barbeque swingers. Hij is een lokale grootheid, mij getipt als de enige opvolger van Louis Armstrong. Hij is begonnen als straatmuzikant, richtte later de Rebirth Brass Band mee op en brengt nu vrolijke op traditie gestoelde New Orleans jazz. Zijn stijl is nonchalant en laidback, hij grossiert in meezingers over zijn stad, terwijl een wasbord voor een karakteristiek schrapsound zorgt. Het kenmerk van de New Orleans Jazz, die bekend staat als één van de oudste jazzstijlen, is de after-beat, waarbij de nadruk ligt op de tweede en vierde tel van de maat. Er zijn invloeden uit de ragtime (strakke, door Europese marsmuziek beïnvloede pianomuziek) in te horen, evenals de in vele varianten gespeelde blues die als improvisatiebasis een vaste plek kreeg in de ontwikkeling van de jazz.

Die traditie krijgt op JazzFest de meeste ruimte in de Economy Hall, een lage witte tent met zitplaatsen. Trompettist Mark Braud brengt er vanmiddag onvervalste dixieland-sentimenten van onder andere Jelly Roll Morton. Als hij zijn speciale gast introduceert, ‘de man die Bush bij zijn bezoek aan het dansen maakte’, verschijnt een bejaarde gangmaker in pak met witte handschoentjes, een bolhoed en een versierde parasol. Nooit gedacht dat het belegen Oh When the Saints Go Marchin’ in zoveel los kan maken. Als door een bij gestoken springen mensen op, grijpen eveneens een bont gekleurde parasol, houden die boven het hoofd en marcheren in een stoet door de zaal in de gekste dansjes. Opa’s slaan ritmisch met twee lepels op de benen, oma’s draaien om hun as, terwijl de MardiGras-kralenkettingen rinkelen en hoedjes meedansen. Wat een vrolijkheid. Ook dit is typisch New Orleansjazz.

De eerste editie van JazzFest, in 1970, vond plaats met drie podia in het centrum op een plek die nu het Armstrong Park heet. Na twee jaar trok het evenement naar de Fair Grounds Race Course, waar het zich met de jaren uitbreidde met naast traditionele en hedendaagse jazz ook podia voor typische zuidelijke muziekstijlen als zydeco, gospel en de blues. Het is het enige muziekfestival in Amerika dat twee lange weekenden beslaat. Erg Amerikaans, omschrijven veel uitheemse bezoekers het. Maar het is vooral de zuidelijke Louisiana-cultuur die er vertegenwoordigd is.

De brassbands zijn in New Orleans een gekoesterd genre. Elke band mengt op zijn eigen manier traditionele ritmes en tonen met moderne invloeden. Ze spelen in clubs in de stad, marcheren in de Mardi Gras-parades en vullen de muziek bij de roemruchte ‘jazzfunerals’ op kleurrijke en onnavolgbare wijze in, met op weg naar de begraafplaats een plechtig A Closer Walk With Thee en op de terugweg een opgewekt Didn’t He Ramble. De Dirty Dozen Brass Band was een van de eersten die de muziek naar nu vertaalde. Maar ook de New Orleans Nightcrawlers Brass Band klinken fris en actueel met pittige hiphopaccenten. Maar de VIP Ladies Social Aid & Pleasure club, die in witte pakken dansen op de hippe sounds van de Small Souljas Brass Band, weten de ziel van deze muziek naar een absoluut hoogtepunt te stuwen en trekken dan ook een stoet enthousiastelingen die hen over het hele terrein volgen.

Veel lokale musici proberen een voet tussen de deur van Jazzfest te krijgen – de kans op een doorbraak is er groot mee. Wie de boot mist kan sinds drie jaar terecht op het alternatieve Chaz-fest. Een kleinschalig feestje voor de afvallers. JazzFest heeft een naam hoog te houden en werkt met scouts in de hele staat om ‘een vinger aan de pols te houden’ op wat er zich ontwikkelt op het gebied van cajun, de creoolse muziekstijl zydeco, country en blues. En daarnaast worden de muziekclubs in New Orleans goed bezocht. Elk jaar komen er nieuwe jonge artiesten bovendrijven die via de straatmuziek ineens een krachtige sound weten te ontwikkelen en zo een podiumplek verdienen.

Het vermaarde JazzFest kan tot 2010 blijven voortbestaan nu olieconcern Shell hoofdsponsor is. Het festival levert niet alleen een economische boost aan de stad met 375.000 bezoekers vorig jaar, ook de spirituele impact is niet te missen. De stad wordt weer in een positief daglicht gezet. Grote trekkers dit laatste festivalweekend zijn naast Stevie Wonder, Diana Krall, Bobby McFerrin, Chick Corea en Santana, de Neville Brothers, naar wie veel aandacht uitgaat omdat de broers voor het eerst, sinds het water hun huizen wegspoelde, terug zijn in hun geboortestad. Het is een optreden met tranen. In de Bluestent kruipt zangeres Bettye Lavette als een roofdier over het podium in het nummer Joy. Daarna zingt ze haar eerste hitje My Man uit ’63. „Het mag dan wel een flop geweest zijn maar ik vind ’m mooi”, lacht ze schalks.

Terwijl het hele weekend fantastisch weer is met hoge temperaturen trekken bij het langverwachte concert van Stevie Wonder de wolken samen voor een tropische stormbui. In een mum van tijd verandert de renbaan in een modderpoel waarin honderden mensen voor het grote podium van Wonder kronkelen als regenwormen. Makkelijk maakt de soulgigant het hen niet met monologen over global warming en zijn overleden moeder. Tot hij na twee trage ballades eindelijk begrijpt dat de energie opgevoerd moet en het groovende orgeltje van Higher Ground klinkt. Een veld van regenponcho’s danst uitzinnig in de blubber - het is weer zo’n exclusief moment op dit speciale festival.

    • Amanda Kuyper