Nederland houdt nog altijd niet van zijn militairen

Veel mensen voelen zich plichtmatig trots op de krijgsmacht. „Nederland is geen land van medailles, parades en dat soort uiterlijk vertoon.”

In Den Haag zijn gisteren voorbereidingen getroffen voor de Veteranendag, onder meer met een amfibisch voertuig dat in de jaren 90 bij een VN-missie op Hawai is ingezet. Foto WFA WFA19:VOORBEREIDINGEN NATIONALE VETERANENDAG 2008:DEN HAAG:27JUN2008- Op het Haagse Malieveld zijn de laatste voorbereidingen in de gang voor de Nationale Veteranendag 2008, die morgen in Den Haag wordt gehouden. Zowel "oude veteranen" (Tweede Wereldoorlog) worden morgen verwacht als "jonge" (recente vredesmissies zoals in Libanon, Cambodja en voormalig Joegoslavie. Foto: een amfibisch voertuig is te zien in Hawaiaanse sferen dat voor het eerst in de jaren 90 werd ingezet in een missie van de VN (Hawai). WFA/fvr/str. Frank van Rossum WFA WFA

Het gebaar is klein, maar zo veelzeggend. Vandaag hangt de vlag ter gelegenheid van Veteranendag voor het eerst niet alleen bij de overheidsgebouwen in Den Haag uit, maar ook bij de kantoren van het Rijk, provincies en gemeenten in het hele land. Een nieuwe poging om van deze dag, die voor de vierde keer in Den Haag wordt gehouden, een nationale gebeurtenis te maken.

Nederland eert tegenwoordig zijn veteranen. Het is nog altijd niets vergeleken met de jaarlijkse Veteranendag in de Verenigde Staten, maar in ieder geval meer dan vroeger – toen veteranen uit de Tweede Wereldoorlog elkaar jaarlijks in Wageningen troffen op Bevrijdingsdag tijdens het traditionele defilé voor prins Bernhard.

Oude mannen in blauwe blazers met veel medailles; dat is het stereotiepe beeld van de veteraan. Maar iedere afgezwaaide militair die heeft deelgenomen aan een missie is veteraan. Naarmate het leger meer buiten de landsgrenzen opereert groeit het aantal veteranen. Dus paraderen er vandaag niet alleen oud-Indiëgangers door het centrum van Den Haag, maar ook militairen die recent in Afghanistan hebben gediend.

Maar voor wie? De twee jaar geleden begonnen missie van de Nederlandse krijgsmacht in het zuiden van Afghanistan heeft de aandacht voor het leger vergroot. En daarmee ook de waardering. Maar die toename moet, zegt voormalig generaal-majoor Frank van Kappen, „niet overdreven” worden. „De tijd dat je werd uitgescholden als je in je uniform in de tram zat is inderdaad voorbij. Nu kun je een licht positieve houding ontwaren, maar daaronder zit een behoorlijke dosis onverschilligheid. Het gaat op zijn Nederlands, dus nuchter en terughoudend.”

Tot een soortgelijke conclusie komt Jan Schoeman, verbonden aan Stichting het Veteraneninstituut in Doorn. In een uitvoerig artikel in het blad Militaire Spectator van deze maand trekt hij de conclusie dat Nederland tegenwoordig „zeker niet onwelwillend, maar tegelijkertijd toch tamelijk onverschillig kijkt naar zijn krijgsmacht, militairen en veteranen.” Oftewel: „Eerder een gevoel van plichtmatigheid dan diepgewortelde passie.”

Ondanks de duizenden militairen en oud-militairen die vandaag in Den Haag aanwezig zijn en ondanks de actieve betrokkenheid bij diverse vredesoperaties, blijft Nederland een verre van militaire natie. Omdat, aldus Van Kappen, dat niet bij „onze volksaard” past. Of, zoals Schoeman het zegt: „We zijn geen land van medailles, parades en al dat soort uiterlijk vertoon.”

De cijfers bevestigen het. De krijgsmacht „is nodig”, zei 48 procent van de ondervraagden in een onderzoek van september vorig jaar. „Is een noodzakelijk kwaad”, antwoordde 30 procent. Hiermee wijken de uitkomsten nauwelijks af van eenzelfde onderzoek uit 1966. De krijgsmacht was en is voor de meeste Nederlanders vooral een gegeven op afstand.

Dat is dan ook de klacht van Defensieminister Eimert van Middelkoop. Tijdens een bezoek aan Washington, vorig najaar, liet hij zich tegenover verslaggevers ontvallen „jaloers” te zijn op landen als Canada en Australië waar „rond militairen een schil van vaderlandsliefde bestaat”. In Nederland werd volgens hem te weinig gesproken over het goede werk dat militairen in Afghanistan verrichten, en ging het debat louter over de vraag of de missie al dan niet verlengd moest worden.

Schoeman noemt dit „niet zo’n handige opmerking” van minister Van Middelkoop. „Hij refereerde aan patriottisme, maar wat de Nederlanders in Afghanistan doen is in internationaal verband deelnemen aan een vredesoperatie. Dat heeft juist niets te maken met patriottisme.” Volgens hem is er ook verschil in waardering op macro- en microniveau. Er zijn altijd de nodige reserves over de NAVO en het nut van Defensie in het algemeen. Maar als het gaat om de inspanningen van individuele militairen, blijkt de waardering veel groter. Schoeman: „De publieke opinie is veel rationeler en consistenter dan men vaak denkt.”

De gepensioneerde Frank van Kappen, die sinds vorig jaar namens de VVD in de Eerste Kamer zit, heeft het over „een heel broze waardering” voor de militairen. Als hen wat overkomt in Afghanistan, merkt hij dat de stemming omslaat. „Maar het blijven toch vooral dagkoersen.”

Als het leger werkelijk gewaardeerd wordt, zou dat volgens hem moeten blijken uit de belangstelling voor een baan bij de krijgsmacht. Maar juist hier staat Defensie voor een immens probleem. Momenteel heeft de krijgsmacht 6.000 vacatures. Nog altijd verlaten meer mensen de dienst dan dat er bijkomen. Voor een belangrijk deel heeft dit te maken met de economie. Zodra er sprake is van hoogconjunctuur zuigt het bedrijfsleven mensen weg. Dat is niet de enige reden. „Er is sprake van een kloof tussen de krijgsmacht en de samenleving”, meent Schoeman. „De krijgsmacht is letterlijk minder zichtbaar. Vroeger hadden veel plaatsen kazernes en de dienstplicht zorgde ervoor dat iedereen wel familie had die in het leger zat of had gezeten. Nu komen grote delen van de bevolking niet meer in aanraking met de krijgsmacht. En het leger zelf opereert in het verre buitenland.”

Hoewel Veteranendag een eerbetoon is aan de oud-militairen hoopt Defensie dat met zo’n dag ook de belangstelling voor de krijgsmacht gewekt wordt. Valse hoop, waarschuwt Schuman. Volgens hem zijn degenen die op manifestaties zoals de Veteranendag of open dagen van de landmacht afkomen vaak „toch al bekeerd”.

En zo blijft het overgrote deel van Nederland op gepaste afstand van de eigen krijgsmacht. Mét een dag voor veteranen, maar ook met een verwaarloosbaar aantal achterruitstickers waar steun voor ‘onze jongens’ wordt uitgesproken. Van Kappen: „Dergelijke uitingen blijven gereserveerd voor het Nederlands elftal.”

Bekijk voor meer informatie www.veteranendag.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Veteranen

In het artikel Nederland houdt nog altijd niet van zijn militairen (28 juni, pagina 2) is in het fotobijschrift sprake van een missie op Hawaii. Bedoeld is de vredesmissie UNMIH, van 1993 tot 1996 op Haïti.