Mijn dochter mag van mij niet meer naar koranschool

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Ik denk dat Marcouch gelijk heeft als hij zegt dat er lijfstraffen worden uitgedeeld op de weekendkoran- en taalschooltjes (NRC Handelsblad, 20 juni).

Mijn dochter heeft zeven jaar geleden op zondag in een kleuterklasje gezeten. Na een aantal weken wilde ze alleen nog gaan als ik erbij bleef. Ik zag dat de juffen pedagogisch onbekwaam waren. Ze schreeuwden tegen stoute kleuters, grepen ze vast en knepen daarbij hard. De juffen spraken slecht Nederlands én slecht Arabisch. Een van hen ging er prat op dat zij ook op basisscholen taalles gaf. In de klasjes met oudere kinderen heerste een gespannen stilte, behalve als er klassikaal teksten opgezegd werden. Na de les op de gang hoorde ik kinderen onderling fluisteren over wie straf had gekregen. Na enige tijd drong het tot me door dat straf synoniem was aan slaag.

Ik ben ook eens naar een feestmiddag gegaan. Er werd iets over de Koran verteld en er was een schot in het lokaal neergezet: vrouwen moesten aan de ene kant zitten en mannen aan de andere kant. Mannen kregen tweederde ruimte. Het schot was slechts anderhalve meter hoog en de vrouwen bukten als ze heen en weer liepen. Na die dag was voor mij de maat vol en heb ik mijn kind niet meer naar die school gebracht. Ik heb mijn kind sindsdien ook altijd bij alle koranlessen op de basisschool weggehouden. Het ging tenslotte om dezelfde mensen.