Mensen gaan boven culturen, behalve blijkbaar in India 2

Jakob de Roover beweert dat de verhalen over Dalits (`kastelozen`) in India op het conto te schrijven zijn van `missionarissen en kolonialen`. Laten we ophouden met praten over mensenrechten in India, want de groeiende irritatie is schadelijk voor de toekomst van Europa, vindt hij.

Gelukkig kunnen landen elkaar tegenwoordig aanspreken over universele mensenrechten, ongeacht economische afhankelijkheid of koloniale geschiedenis. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het nieuwe mensenrechtenexamen van de Verenigde Naties. India onderging dit examen dit jaar voor het eerst en kreeg kritiek over kastendiscriminatie, kinderarbeid en marteling. Ook een aantal Europese landen heeft dit examen gedaan. Zij werden net zo streng ondervraagd. Met betutteling heeft dit niets te maken, wel met een volwassen dialoog tussen landen die hun verantwoordelijkheid voor mensenrechten erkennen.

Kastendiscriminatie is een ernstig mensenrechtenprobleem, geen folklore. De Roover geeft toe dat Dalits arm zijn en worden gediscrimineerd. Hij wekt echter de indruk dat Dalits `gewoon` een onderklasse zijn. Hij negeert de structurele uitsluiting en het geweld. India zelf erkent de ernst wél, maar ziet het als een intern probleem. Dit is een bekend argument om internationale kritiek te ontlopen.

De Roover schetst een schrikbeeld van een wereld waarin India de Europese Unie regelmatig berispt vanwege discriminatie. Vanuit een mensenrechtenperspectief is dit geen schrikbeeld. Als landen elkaar consequent aanspreken, worden mensenrechten juist beter beschermd.