Laat via internet weten wat u denkt: op weg naar politiek 2.0

Burgers hebben de macht van het getal. Die valt makkelijk te realiseren via het web. Zo blijven politici bij de les en leren burgers nieuwe middelen te gebruiken om vorm te geven aan hun eigen leven.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Redacteur NRC Handelsblad.

Donderdag kwam het verlossende nieuws uit Den Haag: ‘Staatssecretaris Huizinga gaat de taximarkt sturen op kwaliteit’. Een persbericht dat ook één, drie of zeven jaar oud kon zijn. Niemand neemt in Nederland een taxi voor z’n plezier, het is duur en onguur, zeker in de grote steden. Hoe veel mensen zouden denken dat ‘de politiek’ het probleem kan oplossen?

En dan zie je opeens die hordes gele taxi’s in New York, waar ik deze week ben. Ze rijden overal, je hoeft maar een hand op te steken, ze vinden hun weg door het drukste verkeer, achter de chauffeur een schermpje met het laatste nieuws of het weerbericht, en na afloop betaal je een bescheiden prijs. Om vaak te doen, al is de ondergrondse zo snel, koel en schoon dat het meestal niet nodig is.

Natuurlijk, grote stad, veel mensen. Maar toch, waarom krijgen we zoiets simpels als de taxi niet voor elkaar in Nederland? Iedereen weet dat het niet klopt, maar we laten zo’n staatssecretaris en zo’n Kamercommissie er jaren over tobben. Nieuwe meter, nieuwe kwaliteitseisen, oude kwalen. Nu gaat iedereen weer om de tafel en is er een Taskforce Taxi gevormd.

In Amerika zijn er ook kwesties die het leven lastig maken, of erger. Veel burgers realiseren zich dat de president de laatste zeven jaar verstoppertje heeft gespeeld met het milieu en dat hij de rechtsstaat heeft uitgehold. En de wensen heeft uitgevoerd van zijn rijke sponsors. Het verschil is dat zij er iets aan doen. Met tienduizenden. Presidentsverkiezingen blijken niet genoeg te zijn om de publieke zaak op het goede spoor te houden.

„Democratie vergt meer dan een vierjaarlijks hoop-feest”, zei Lawrence Lessig deze week. De auteursrecht jurist van Stanford University was één van de sprekers op het Personal Democracy Forum 2008 (PdF2008) dat in New York een paar honderd denkers en doeners op het kruispunt van nieuwe media, politiek, journalistiek en buurtwerk voor de 21ste eeuw bij elkaar bracht.

Lessig heeft een actiegroep opgezet (Change Congress) die de ‘rot in het systeem’ wil aanpakken: de permanente afhankelijkheid van campagnedollars die volksvertegenwoordigers belet de openbare zaak te dienen. „Iedere vier jaar komt er een explosie van energie vrij, alsof we in dat ene jaar ons hachje kunnen redden. Dat lukt natuurlijk niet.”

Veel wat de afgelopen jaren in de Amerikaanse politiek fout is gegaan, of niet is aangepakt, is volgens Lessig terug te voeren op crony capitalism, financiële vriendjespolitiek die de wetgever letterlijk de wet voorschrijft – nauwelijks subtieler dan corruptie. Klimaatverandering, de oorlog in Irak, vrij baan voor de snoep- en de rooklobby, het dekken van telefoon- en kabelmaatschappijen die concurrentie willen beperken en de regering helpen burgers af te luisteren, het gebeurt allemaal tegen de wil van de meerderheid van het volk, zegt Lessig.

88 procent van de mensen in Lessigs district in Californië denkt dat het Congres te koop is. Om het verspeelde vertrouwen te herstellen moet de band tussen het Congres en het grote geld worden verbroken. Change Congress wil burgers zo ver krijgen dat zij alleen maar op kandidaten voor politieke ambten stemmen die geen geld van zakelijke belangen hebben aangenomen. Kandidaten kunnen een verklaring van die strekking ondertekenen en op hun website zetten.

Het is een van de voorbeelden van burgers die het heft in handen nemen: netroots, een term voor politieke activisten die is ontleend aan de woorden ‘ internet’ en ‘grassroots’. Zij hebben geen andere macht dan die van het getal. Te bereiken door zich via het web te organiseren. Of dat in dit geval lukt moet nog blijken. De ingesleten praktijken van het Congres aanpakken is nogal een zaak. Op het PdF-congres over ‘doehetzelfdemocratie’ werden ook bescheidener voorbeelden besproken waar de wijsheid van de massa in macht was omgezet.

De netroots en hun meer conservatieve tegenhangers, de rightroots, hebben politieke en journalistieke carrières gemaakt en gebroken. Zij hebben ervoor gezorgd dat de voormalige senator George Allen op het web werd achtervolgd met zijn racistisch getinte macaca-uitspraak, CBS-presentator Dan Rather werd op het web geconfronteerd met zijn ongefundeerde reportage over de dienstontwijking van de jonge George W. Bush. Beiden moesten terugtreden.

De onderzoeksjournalistieke site van Josh Marshall (zie het lijstje hiernaast) kon met behulp van lezers uit allerlei staten het patroon blootleggen van de talrijke ongebruikelijk-politieke benoemingen in het openbaar ministerie in de Verenigde Staten. De zaak kostte president Bush’ favoriete minister van Justitie Alberto Gonzales zijn baan. Eerder, in 2002, maakte Marshall, dankzij tips en speurwerk, de als racistisch opgevatte uitspraken van de vroegere top-Republikein in de Senaat Trent Lott tot landelijk nieuws; ook Lott moest aftreden.

De gevestigde media hebben moeite het werk van fulltime professionele bloggers serieus te nemen. Als een kwestie groot wordt en blijft, moeten zij wel. In de huidige verkiezingscampagne is ook het werk van amateur-journalistiek doorgebroken. Op het mooie podium van Jazz at the Lincoln Center, waar PdF2008 werd gehouden, troonde deze week ook Mayhill Fowler.

De in broekpak gestoken mevrouw uit Oakland was als donateur aanwezig bij een voor de pers gesloten donateursbijeenkomst in San Francisco waar Obama een opmerking maakte over de begrijpelijke uitweg naar jacht en religie van verbitterde slachtoffers van de globalisering. Fowlers journalistieke instincten wonnen het van haar steun voor de kandidaat. Haar verslag in de webkrant The Huffington Post (zie hiernaast) leidde tot een langdurige mediarel die Obama bijna de kandidatuur kostte. Zes weken later bracht zij Bill Clinton in verlegenheid door onbeheerste uitspraken over een journalistiek profiel van hem in het blad Vanity Fair wereldkundig te maken.

Fowlers beschermheer is Jay Rosen, docent journalistiek aan New York University die een bekend weblog over nieuwe journalistiek schrijft (pressthink.org). Hij zegt: „De vraag is of burgers het recht hebben te schrijven over wat ze meemaken. Ik zeg: ja.” Volgens Rosen moet de oude journalistieke stam migreren naar het web, waar een gemengde wereld van professionele en amateur-journalisten zijn varianten van de werkelijkheid verslaat.

Het verschil tussen journalistiek en burgerbelangstelling en burgeractivisme is snel bezig te vervagen, zegt ook Clay Shirky. In zijn boek Here comes everybody. The power of organizing without organizations beschrijft hij hoe de fotosite Flickr het vak van fotograaf heeft uitgehold, zeker bij bomaanslagen en tsunami’s, en hoe de groepsvormingssite MeetUp niet-werkende moeders (Mom’s Town) en moeilijk te vinden groepen als de Atheist Alliance een middel geeft om „wiki-achtige organisaties te vormen die politiek kunnen worden”.

Shirky’s boek opent met een bizar maar waargebeurd verhaal van vrouw die haar mobiele telefoon in een New Yorkse taxi verloor. Doordat zij op haar nieuwe gsm van de telefoonmaatschappij een identieke kopie kreeg van wat op haar oude telefoontje stond, kwam zij er achter wie hem nu gebruikte, met foto en al. De desbetreffende vrouw wilde hem niet teruggeven, maar de politie werd via een speciaal opgerichte website, die in korte tijd furore maakte, gedwongen de zaak als diefstal te behandelen en de verdachte aan te houden. Houd de dief, hij staat straks op YouTube.

Burgers kunnen met op het web geënte organisatiekanalen samenkomen op één gedeelde fascinatie, boosheid of voorliefde. MySpace, Twitter, LinkedIn, er komen steeds nieuwe varianten om – zonder gedurig lid te worden van een vereniging met statuten en een penningmeester – de handen ineen te sluiten.

In de Amerikaanse politiek liepen de onafhankelijke Ross Perot (1992, 1996) en de Democraat Howard Dean (2004) storm richting Witte Huis dankzij hun vermogen honderdduizenden burgers te activeren. Die kunst heeft de huidige Democratische kandidaat weer verder verfijnd via MyBarackObama.com, maar bij de op de conferentie aanwezige netroots was aanzienlijk gemor te beluisteren over zijn steun voor de gewijzigde spionagewet en zijn weinig principiële afwijzing van openbare campagnefinanciering.

Politici, zo stelde David Corn, de ervaren politieke redacteur van het weekblad Mother Jones, zijn dol op de nieuwe web-organisatievormen om geld in te zamelen en campagnes te winnen, maar verder moeten zij weinig hebben van al dat inspreken door de massa. Het door mensen als Putnam beschreven verval van sociale verbanden is met een web van internetverbindingen nog niet opgelost.

Meer overtuigde webbies denken wel degelijk dat het mogelijk zal zijn een zinnige inbreng te organiseren die politici in staat stelt keuzes te maken die gedragen worden door het volk. Dat zegt ook Craig Numark, de nadrukkelijk gewoon gebleven oprichter van de succesvolle (lokaal uitgesplitste) groep websites (www.craigslist.org): „Ik ben geen activist. Ik vertegenwoordig de massa die liever thuis op de bank voor de buis zit.”

En toch denkt ook Numark, met zijn rubrieksadvertenties wereldwijd een nagel aan de doodskist van veel kranten, dat doe-het-zelfdemocratie de norm wordt. „Ik heb een rijke fantasie: wie participeert is straks de baas.” Scott Heiferman, de uitvinder van het door miljoenen gebruikte samenkomst-gereedschap MeetUp, legt uit: „Craigslist en al die andere sociale websites vormen de vitale loodgieterij van de democratie. Nu moeten we met de ervaring die we de laatste jaren hebben opgedaan zorgen dat we geen ruimte laten voor massahysterie, geruchten dat 9/11 door de regering is opgezet, dat soort dingen.”

Zouden we het in Nederland kunnen? Rita Verdonk heeft met haar Trots op Nederland gemerkt dat er mensen zijn die domme en rottige dingen schrijven op websites waar om ideeën wordt gevraagd. Politiek 2.0 is niet zo makkelijk. Om de een of andere reden komt er vrij snel een vijandige sfeer op Nederlandse discussiefora. Niet te snel opgeven is waarschijnlijk een verstandige koers.

Stel dat we onze moppertijd gaan inzetten om na te denken, om TON en de VVD en het CDA en de PvdA, GroenLinks of wie we maar goed vinden van redelijk doordachte ideeën te voorzien. En intussen actief worden in de gemeente waar we wonen. Stel dat daar een snelweg door het laatste bos wordt gepland, of de school veilig bereikbaar zou zijn met een relatief kleine verbouwing van de openbare weg. Laat uw raadslid maar weten wat u denkt – en dat u niet alleen staat in die opvatting. MeetUp and tell.

Stel dat we ROVER gaan helpen en op een webplatform gaan bijhouden hoe laat treinen echt aankomen, en of ze wachten op elkaar als dat iets minder stiptheid en veel meer reizigersplezier oplevert. Stel dat we Beter Onderwijs Nederland gaan helpen door ervaringen met alle gewone vakken op scholen te inventariseren. De opgetelde dagelijkse dingen hebben meer gezag dan we denken.

Het gaat niet om klagen alleen. Maar het oplossen van problemen drijft meer mensen dan het stilstaan bij prettigheden. Democratie was bestuur van en voor het volk. Uit de reacties op mijn zaterdagse ‘Opklaringen’ in deze krant merk ik dat mensen zich wel degelijk opwinden over kernenergie, rekenen, beschermen van persoonsgegevens, openbaar vervoer en openbaar stilstaan, zelfbedieningskapitalisme, over Nederlandse troepen in Afghanistan en de door arrogante hobbyisten verrommelde beroepseer van dokters, dienders en docenten.

In plaats van bezorgd zijn over de opkomst van populisme van rechts en van links, kunnen Nederlanders van goede wil zich beter storten op wat hen bindt, op wat hun zorgen baart. Eén kwestie tegelijk bij de kop nemen is genoeg. Anderen doen weer wat anders. Politici hoeven niet meer zorgelijk op de laatste peiling te wachten. De belangstellende burgers houden hen permanent bij de les.

Wie bemant het elektronisch privacyplatform? Wie runt de taxisite, de ziekenhuissite, de regionale thuiszorgsites waarop positieve en minder goede ervaringen worden bijgehouden? En een OpenKamer.nl initiatief zou ook niet gek zijn: wie nu op tweedekamer.nl zoekt kan met alle respect voor de bereikte verbeteringen niet makkelijk de gang van een idee of wetsontwerp in de tijd volgen. Laat staan vinden wat Kamerlid Dijsselbloem of Verdonk allemaal heeft gezegd en gestemd.

Sommige mensen denken dat internet een gril is die wel weer voorbijgaat. Ik zou er niet op rekenen. We moeten mediawijs worden, zoals Ben Knapen vorige week bepleitte, om te wegen wat er allemaal op ons afkomt. Maar we moeten ook leren deelnemen aan ons eigen leven met diezelfde nieuwe middelen. 21ste eeuwse burgers hebben het druk als zij in een democratie willen wonen.

Discussieer over dit artikel via nrc.nl/discussie of stuur een e-mail naar opklaringen@nrc.nl. Zie ook nrc.nl/chavannes.